‘In Rotterdam wonen 6.000 Maasmeisjes’

Door onze redacteuren Sheila Kamerman Mark Hoogstad

Met de ‘Kindertop’ sluit jeugdminister Rouvoet vandaag zijn honderddaagse ‘dialoog met de samenleving’ af. Rotterdam wil „nu actie”.

Rotterdam, 6 juni. Probleemgezinnen moeten worden gedwongen om jeugdhulp te accepteren. Dat bepleit de Rotterdamse wethouder Leonard Geluk (Jeugd en Onderwijs, CDA), die zich aansluit bij de oproep van burgemeester Job Cohen van Amsterdam. Die drong vorige week bij minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) aan op een verruiming van de juridische mogelijkheid om kinderen bijvoorbeeld uit huis te kunnen plaatsen. Geluk (CDA) heeft dat verzoek eveneens bovenaan zijn verlanglijstje staan. „Goed dat dit kabinet een jeugdminister heeft, maar nu ook graag actie. We hebben ongekend heftige problemen met de jeugd in Rotterdam. We moeten er veel eerder bij zijn.”

Die bevoegdheid om in te grijpen heeft een gemeente nu niet?

„Rotterdam heeft gezinscoaches. Dat zijn hulpverleners die naar een probleemgezin toegaan, aanbellen en blijven bellen, tot ze worden binnengelaten. Die coaches kunnen ouders helpen álle problemen aan te pakken, van- verslaving tot schulden. Maar we kunnen ouders die niet goed voor hun kinderen zorgen niet dwíngen om hulp te accepteren. Er is geen sanctie. Alleen voor Rotterdamse ouders met een bijstandsuitkering. Die worden gekort als ze niet meewerken. Daarmee scheren we langs de grenzen van de wet. Ik zou een gezinscoach willen verplichten, zodat wordt ingrepen voordat het gierend uit de hand loopt.”

Zoals bij het Maasmeisje?

„Precies. Uit het onderzoek van verschillende inspecties blijkt dat hulpverleners en andere betrokkenen wel allemaal wisten dat het niet goed ging met Gessica [het 12-jarig meisje dat vorig jaar in stukken gesneden in de Maas werd teruggevonden], maar dat niemand de ernst van de problemen goed kon inschatten. Er was onvoldoende overleg. Niemand overzag het geheel. Het probleem is; we hebben in Rotterdam wel 6.000 Maasmeisjes, of -jongens. Extreem kwetsbare kinderen, met meervoudige problemen, waar tientallen organisaties zich mee bemoeien maar niemand eindverantwoordelijk is.”

Hoe kan dat dan?

„Hulpverleners zitten te veel op een eigen eiland. Het zijn bijna altijd mensen met hart voor kinderen. Maar een consultatiebureauarts zal niet snel denken: ik ga eens uitzoeken hoe het staat met de opvoedingscapaciteiten van deze zestienjarige moeder. Dat is niet de cultuur. Als een kind van drie zijn moeder kwijt is in een warenhuis, dan pak je het op en blijf je bij hem tot de moeder is gevonden. Je tilt het niet op en zet het vervolgens op de roltrap omdat je hoopt dat het boven wel weer wordt opgevangen. Ik wil dat elk kind in nood wordt opgepakt, en door die persoon wordt vastgehouden tot het veilig is. We moeten het lef hebben om achter de voordeur te willen kijken. Het moet nu echt, voor eens en voor altijd, gedaan zijn met de vrijblijvendheid, en de ‘houtje-touwtje’-aanpak.”

De conclusie dat onvoldoende wordt samengewerkt in de jeugdzorg, werd eerder getrokken na de vondst van het meisje van Nulde, en wederom na Savanna, jonge kinderen die stierven na mishandeling van de (stief)ouders. Iedereen leek overtuigd van de noodzaak van verbetering.

„Organisaties zijn niet belangrijk. Het kind in nood is belangrijk. Belangrijker dan privacy. Belangrijker dan het medisch beroepsgeheim. Belangrijker dan de ouders. Als ik het zo zeg, klinkt het zo logisch. Maar het moet indalen op de werkvloer. We moeten hulpverleners dwingen over de schutting te kijken.

Hoe?

„Hulpverleners moeten op signaleringscursus, en verplicht worden signalen te melden. Het is nu veel te vrijblijvend. Ze moeten oog krijgen voor signalen van een kind dat het mis is. De bezoeken aan het consultatiebureau moeten verplicht worden. De meeste ouders komen voor de vaccinnaties, maar lang niet iedereen komt voor de overige bezoeken. Ik wil de consultatiebureaus zoveel mogelijk onderbrengen in centra voor jeugd en gezin, waar ook andere hulpverlenende organisaties zitten, zodat meteen kan worden doorverwezen. En dat moet dan ook gebeuren. Ouders die moeite hebben met de opvoeding moeten een opvoedcursus volgen. Verplicht. De ernstigste probleemgezinnen krijgen ook verplicht een coach, die coach moet ervaring hebben met de achtergrond van het gezin. In Marokkaanse gezinnen spelen vaak weer andere problemen dan in Antilliaanse. Het heeft helemaal geen zin om net te doen alsof dat niet zo is.”

Wat gaat u Rouvoet vragen?

„Wat ik vooral wil, is meer juridische ruimte om eerder en minder vrijblijvend in te kunnen grijpen. Nu doet eerst bureau jeugdzorg onderzoek, dan kijkt de raad voor de kinderbescherming. Dat moet eerder, veel sneller. Plus inzicht in de vraag en het aanbod in de jeugdzorg. Dat is nu, met al die verschillende instanties, volstrekt onduidelijk. Voor mezelf heb ik de deadline gesteld op 31 december 2008, een dag vóór het begin van het Rotterdamse Jongerenjaar. Tegen die tijd moet sprake zijn van een adequaat jeugdbeleid.”

Binnen vier jaar moet in elke Nederlandse gemeente een Centrum voor Jeugd en Gezin zijn. Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) trekt hiervoor de komende vier jaar 440 miljoen euro uit. In die centra werken alle mensen en instellingen samen, die in een wijk met kinderen te maken hebben. Bedoeling is dat ouders door de intensieve samenwerking snel worden geholpen of doorverwezen naar de juiste persoon. Rouvoet: „Ik wil dat per gezin één persoon de regie krijgt. Hulpverleners moeten de ouders meer op de huid zitten. Gewoon die wijk in, aanbellen!” De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft toegezegd mee te werken.

Gepubliceerd in:
Binnenland