Schelto Patijn overleden
Amsterdam, 15 juli. Oud-burgemeester Schelto Patijn (70) van Amsterdam is in de nacht van zaterdag op zondag in zijn woonplaats Amsterdam overleden. Dat heeft een woordvoerder van de gemeente Amsterdam afgelopen weekeinde bekend gemaakt. Patijn was al geruime tijd ziek.
Patijn had in zijn leven een lange carriere in meerdere politieke en bestuurlijke functies, waaronder Tweede Kamerlid voor de PvdA, Europarlementariër en Commissaris van de Koningin van Zuid-Holland.
Patijn was vanaf 28 mei 1973 lid van de Tweede Kamer voor de PvdA, en was vanaf 3 juli van dat jaar tevens lid van het Europees Parlement. In de Tweede Kamer was hij woordvoerder Grondwets- en kiesrechtzaken, en woordvoerder Europese zaken.
De meeste aandacht trok zijn burgemeesterschap van Amsterdam. Hij volgde in 1994 toenmalig burgemeester Ed van Thijn op, die korte tijd minister van Binnenlandse Zaken werd in het eerste kabinet-Kok, waar hij uiteindelijk struikelde over de naweeën van de IRT-affaire. De keuze voor Patijn was verrassend omdat Jacques Wallage als de gedoodverfde kandidaat gold. De ‘stad’ moest ook wennen aan de man die voor ‘regentesk’ versleten werd, een beeld waar hij in het begin zelf aan bijdroeg toen hij vlak na zijn benoeming liet weten liever niet in de ambtswoning aan de Herengracht te wilen wonen.
Het Amsterdamse gemeentebestuur stond vlak na zijn aantreden ook voor een aantal ingrijpende beslissingen op het gebied van de prostitutie, invoering van een tippelzone en het coffeeshopbeleid, zaken die Patijn in zijn portefeuille had.Patijn slaagde er in de coffeeshops in de stad aan een stelsel van gedoogvergunningen te binden.
Ook de bordeelsector werd onder zijn bewind aan een voorlopig vergunningenstelsel onderworpen met eisen op het gebied van hygiëne, illegale arbeidskrachten en het voorkomen van vrouwenhandel. Dat gebeurde vooruitlopend op landelijke besluitvorming over afschaffen van het bordeelverbod en daarmee in feite het legaliseren van de prostitutiebranche.
Net als zijn opvolger, Job Cohen, de huidige burgemeester van Amsterdam, kreeg hij te maken met de illegalenproblematiek in de grote steden. Meest opvallende affaire daarin was die rond de kleermaker Gümus, die niet onder de toendertijd geldende ‘witte illegalenregeling’ viel en het land moest verlaten. Zeer tegen de zin van Patijn, die tevergeefs alles in het werk stelde bij toenmalig staatssecretaris Cohen om uitzetting te voorkomen. Patijns pleidooi bij Cohen om voor Gümus een uitzondering te maken door gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris, kreeg uiteindelijk geen gehoor.
Patijn verzette zich altijd tegen het beeld rond zijn persoon als zou hij ‘Haags’ en ‘regentesk’ zijn. Protesten van columnisten tegen zijn beleid om pornografische afbeeldingen uit het straatbeeld van de binnenstad te weren, pareerde hij door de media waar die columnisten voor werkten, uit te dagen om die pornografische afbeeldingen te publiceren, zodat de buitenwereld zou kunnen zien om wat voor pervers materiaal het ging. Dat aanbod werd door de hoofdredacties van de betrokken media geweigerd, inderdaad te pervers om te publiceren.
In 1999 dienden de eerste voortekenen van zijn ziekte zich aan, Hij ging vijf maanden met ziekteverlof om te herstellen van een aantal ingrijpende operaties. Van die ziekte is hij nooit meer helemaal hersteld. In 2000 kondigde Patijn zijn vertrek aan. Daarna bekleedde hij nog meerdere adviesfuncties, onder meer voor zijn partij, de PvdA. Amsterdam heeft hij na zijn vertrek nooit meer de rug toegekeerd. De man die bij zijn komst als ‘Haags regent’ werd geprofileerd, is altijd in ‘zijn stad’ blijven wonen.
