‘Justitie loog in zaak-Sison’
Rotterdam, 31 aug. De advocaten van de van moord beschuldigde Filippijnse oppositieleider Sison zeggen dat justitie hen heeft voorgelogen. Vandaag valt het besluit of hij in hechtenis blijft.
„We zijn doodgewoon voorgelogen”, zegt advocaat M. Pestman voor het Haagse paleis van justitie. Ruim een jaar geleden kreeg hij nog te horen dat zijn cliënt, de Filippijnse oppositieleider José Maria Sison (68), niets te vrezen heeft van de Nederlandse justitie. Maar afgelopen dinsdag werd Sison gearresteerd.
Sison is vanmiddag in Den Haag voorgeleid aan de rechter-commissaris die een besluit zou nemen over het verzoek van justitie de in ballingschap levende Sison nog veertien dagen in hechtenis te houden. De verwachting van zijn advocaten was vanmorgen dat het verzoek tot inbewaringstelling zou worden ingewilligd. Bij het Paleis van Justitie werd gedemonstreerd voor zijn vrijlating.
Sison werd dinsdagmorgen aangehouden na een onderzoek door de Nationale Recherche. Volgens de woordvoerder van het Openbaar Ministerie (landelijk parket) is dat onderzoek „ongeveer een jaar geleden” begonnen. Tegelijk met de arrestatie werden invallen gedaan in het Utrechtse kantoor van het Nationaal Democratisch Front, de oppositiebeweging op de Filippijnen.
Ook in de woningen van medestanders van Sison werd huiszoeking gedaan en daarbij zijn volgens de woordvoerder computers en documenten in beslag genomen. Sison wordt beschuldigd van betrokkenheid bij twee moorden. Zijn raadsman Pestman zegt dat het bewijsmateriaal „niks voorstelt”. Volgens hem zou zijn cliënt „in iedere vergelijkbare zaak onmiddellijk worden vrijgelaten.” Hij is echter vooral kwaad over de reactie die de hoofdofficier van justitie en de rechter-commissaris vorig jaar juli gaven op vragen van hem en zijn kantoorgenoot Victor Koppe. „In juli 2006 kregen we op onze vragen als antwoord dat er geen onderzoek liep tegen Sison, dat hij geen strafrechterlijke actie hoefde vrezen en toen waren de getuigenverhoren in Manila door Nederlandse rechercheurs al langer dan een maand bezig”, zegt Pestman.
Zijn cliënt is inderdaad geen doorsnee vluchteling. José Maria Sison, Joma voor de Filippijnen, richtte eind jaren zestig de Filippijnse Communistische Partij (CPP) op, én de gewapende tak daarvan, het Nieuwe Volksleger (NPA). Doel was de stichting van een maoïstische staat.
Tijdens het autoritaire bewind van president Marcos wonnen de CPP en de koepelorganisatie NDF aan steun onder de bevolking. In de burgeroorlog (1973-1992) tussen communistische rebellen en het leger vielen zeker 50.000 doden. Toen in 1992 Fidel Ramos aan de macht kwam legaliseerde die de CPP, maar tot politieke samenwerking is het door interne twisten bij de communisten niet gekomen. Vredesbesprekingen staan sinds 2004 stil.
Al jaren dringen mensenrechtenorganisaties aan op gerechtelijk onderzoek naar het onwettig doden van burgers door het leger. Onder de demonstranten die gisteren voor de Nederlandse ambassade in Manila Sisons vrijlating eisten, waren familieleden van verdwenen personen.
Bij de aanslag van januari 2003 kwam de voormalig leider van het nieuwe volksleger op de Filippijnen, Romulo Kintanar om het leven. Hij werd doodgeschoten in een Japans restaurant. In het najaar van 2004 werden in een parkeergarage Arturo Tabara en zijn schoonzoon Stephen Ong met kogels in het hoofd gedood.
Beide aanslagen werden opgeëist door gewapende tak van de communistische partij op de Filippijnen, de CPP. Sison is een van de oprichters van de partij in 1968.
