Kees Lunshof: gezaghebbend en gevreesd
De gisteren overleden Kees Lunshof was een van de belangrijkste Haagse journalisten. Politici, van links en van rechts, namen zijn mening zeer serieus.
Den Haag, 19 nov. Stellige opvattingen, opgeschreven met ongeslepen pen of uitgesproken met schorre stem. Dat was het kenmerk van Kees Lunshof, de gisteren op 61-jarige leeftijd in Den Haag overleden politiek commentator van De Telegraaf, die al enige tijd ziek was.
Lunshof was zonder meer een van de gezaghebbendste en invloedrijkste journalisten aan het Binnenhof. Dat diverse kranten vandaag de dood van de al enige tijd zieke Lunshof melden op de binnenlandpagina en niet op de mediapagina is veelzeggend: hij was onderdeel van het Haagse politieke circuit. „Je kon beter je Kamerstukken laten liggen dan zijn column”, merkte oud-premier Dries van Agt drie jaar geleden op.
Zijn column op dinsdagochtend was inderdaad een ‘must’ voor politici in Den Haag. De dag was zeer bewust gekozen, want zo kon hij zijn opvattingen nog vlak voor hun wekelijkse vergadering aan de diverse fractieleden meegeven. Vooral in CDA- en VVD-kringen telde Lunshofs mening zwaar. Maar ook binnen de Partij van de Arbeid werd Lunshof steeds serieuzer genomen. Hij wist namelijk precies hoe de verhoudingen lagen. Of hoe ze dienden te liggen.
Er was volgens Lunshof, die ook vaak als commentator voor radio en televisie werd uitgenodigd, nogal vaak sprake van „onzin” of ,,waanzin”. Gouden tijden beleefde hij aan het kabinet-Den Uyl in de jaren zeventig, toen hij zijn journalistieke carrière aan het Binnenhof begon. „Potverteren” (extra uitgaven) en „ordinaire diefstal” (belastingverhoging) waren begrippen waarmee hij vooral linkse politici bestookte. Maar het was dezelfde Lunshof die begin jaren tachtig, in opdracht van toenmalig Telegraaf-hoofdredacteur Goeman Borgesius, de totaal gepolariseerde verhouding tussen de PvdA en De Telegraaf met succes heeft weten te normaliseren.
Hoewel Lunshof het volledig oneens was met Den Uyls opvattingen, had hij in zijn hart wel een zwak voor de PvdA-politicus. Hij waardeerde de beoefenaar van het politieke spel en de parlementaire democraat in hem.
Dat laatste was zeer belangrijk voor Lunshof. Dat blijkt ook uit de grote rol die hij speelde bij de stellingname van zijn krant rond de opkomst van Pim Fortuyn. Lunshof keerde zich faliekant tegen een keuze van zijn krant vóór de populistische politicus, een keuze die in 2002 op de redactie werd overwogen. Lunshof won het interne debat. „Met zijn mallotigheid heeft hij de politiek wakker geschud en van de politiek weer een feest gemaakt. Maar de kiezers zullen zich de komende weken (moeten) afvragen of de regisseur van die pret, hoe geroepen hij zich ook voelt, het landsbestuur in handen moet krijgen”, schreef hij op 26 maart 2002, kort voor de Tweede Kamerverkiezingen.
Want bovenal was Lunshof iemand die, ondanks alle gebreken, geloofde in het systeem van de Nederlandse parlementaire democratie en de daarbij behorende instituties. Er mocht vooral geen ‘rotzooi’ in Den Haag komen.
