Goed voor de stoelgang, goed voor de kas

Door onze redacteur Esther Rosenberg

Rotterdam, 24 nov. De Hartstichting beveelt een kuipje boter aan, de Nierstichting bronwater. Daar worden ze voor betaald, of ze krijgen gratis reclame. „We willen de hersenen op de kaart zetten."

Unilever zegt niet dat kinderen slimmer worden als hun vaders en moeders Blue Band Idee op hun boterhammen smeren, maar suggereert dat wel. Een jongen op een hemelsblauw kuipje met een denkwolkje. Een meisje op de website dat de weg wijst naar denkspelletjes. En dan de naam van de margarine. Eerst stond op het kuipje ook nog een wiskundige formule en dat er voedingsstoffen in zaten die „helpen bij de mentale ontwikkeling”. Na commotie daarover van voedingdeskundigen paste Unilever de campagne aan. Sinds november staat op de kuipjes dat het product wordt aanbevolen door de Hersenstichting.

Charitatieve instellingen verbinden steeds vaker hun goede naam aan commerciële producten. De Hartstichting adviseert Becel pro activ op brood te smeren (‘helpt hart- en bloedvaten gezond te houden’), het logo van de Nierstichting staat op flessen Spa Blauw (‘water zuivert je lichaam’) en op Activia (‘bevordert de stoelgang’) wordt de Maag Lever Darm Stichting vermeld. Misschien doen die stichtingen dat omdat ze die producten heel erg goed vinden, beter zelfs dan andere, vergelijkbare producten. Maar ze krijgen er ook voor betaald.

In een sponsorcontract met Unilever is vastgelegd dat de Hartstichting per jaar 150.000 euro ontvangt voor de aanbeveling van de boter, evenveel als voedingsfabrikant Danone de Maag Lever Darm Stichting betaalt en de Nierstichting van Spa Blauw krijgt.

De charitatieve stichtingen profiteren van de vermelding op de verpakkingen, omdat mensen eerder doneren aan een stichting die ze kennen van een bakje yoghurt dan aan een onbekende stichting. De jonge Hersenstichting zegt het kuipje margarine zelfs gratis aan te bevelen, ter wille van de naamsbekendheid.

Het is de vraag of de consument op deze manier goed wordt geïnformeerd.

In maart van dit jaar ging directeur Peter Schoof van de Hersenstichting met Unilever praten. „We willen de hersenen op de kaart zetten als het belangrijkste orgaan.” Op 22 mei stuurde de Hersenstichting een e-mail naar voedingswetenschappers aan de universiteiten in Wageningen en Maastricht, bij het Voedingscentrum en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. „Voor onze stichting zou het een flinke vergroting van de naamsbekendheid met zich mee kunnen brengen en ook financiële voordelen kunnen opleveren”, schreef een stafmedewerker over de voorgenomen samenwerking. De stichting wilde zich „eerst nog eens goed laten informeren over het product, de werking ervan en de claims die gedaan worden.” Het gaat om een margarine voor schoolgaande kinderen. Er zitten omega-3 vetzuren in die ALA en DHA heten, en B-vitaminen.

In Wageningen antwoordden de wetenschappers dat onvoldoende bekend is hoeveel van die vetzuren kinderen per dag nodig hebben en of ze die harder nodig hebben dan volwassenen. Ze weten ook niet wat gebeurt als consumenten er te weinig van innemen. Conclusie? „Zolang er nog onvoldoende bewijs is, lijkt het me te vroeg om deze stoffen aan voedingsmiddelen toe te voegen waarop claims staan die suggereren dat deze stoffen een gunstige werking hebben op de cognitieve ontwikkeling”, schreef een van die wetenschappers.

Op 18 juni laat de Hersenstichting de Wageningse wetenschappers daarom weten niet met Blue Band Idee te gaan samenwerken. „Daarbij hebben de reacties van u en uw collega’s van de Universiteit van Maastricht, het Voedingscentrum en het RIVM de doorslag gegeven.”

Sinds 1 november staat de aanbeveling van de Hersenstichting ineens tóch op alle pakjes Blue Band Idee. Waarom is de stichting van gedachten veranderd?

Directeur Peter Schoof: „Na het commentaar van de deskundigen zijn we als bestuur bij elkaar gekomen, later ook met Unilever erbij. Toen hebben we met z’n allen gezegd: de claim dat ALA en DHA belangrijke bouwstoffen zijn voor de hersenen, díé kunnen we overeind houden. Dat is gewoon zo.”

Er zijn voedingswetenschappers die vinden dat een charitatieve instelling geen producten moet aanbevelen. Zelfs niet als de gezondheidsclaim van de fabrikant wetenschappelijk wel goed is onderbouwd. „Het vertrouwen van de consument staat op het spel”, zegt Frans Kok, hoogleraar Voeding en Gezondheid aan de Wageningen Universiteit. „Waarom bevelen de stichtingen het ene product wel aan en het andere, met bijvoorbeeld evenveel vezels, niet? Dat heeft alleen maar te maken met geld. Consumenten weten dat niet.” Als de Hersenstichting de margarine aanbeveelt, zegt hij, dan hoeft Unilever helemaal niet meer te zeggen dat je er slimmer van wordt; dan bedenken mensen dat zelf.

Ook Willem Bosman, voorheen secretaris van de Beraadsgroep Voeding van de Gezondheidsraad, zegt dat de stichtingen suggereren dat het om een uniek product gaat, wat niet zo is. Bovendien, zegt hij, suggereert de aanbeveling van een ‘gezondheidsstichting’ dat het product het risico op een aandoening vermindert. De producten zijn duur en het houdt kinderen soms af van basisvoeding. Op de website van Blue Band Idee staat expliciet dat veel kinderen vette vis niet lekker vinden. Kok: „Met twaalf boterhammen met Blue Band Idee per dag krijg je evenveel omega-3 vetzuren binnen als met 70 gram makreel per week.”

Gepubliceerd in:
Binnenland