Surinamers zijn 'voortrekken' Marokkanen beu
Amsterdam, 4 april. Surinamers in Amsterdam voelen zich achtergesteld bij Marokkanen omdat die meer subsidie zouden krijgen. „Uiteindelijk krijg je altijd de etnische kaart."
Eindelijk, na een uur, durft iemand te zeggen wat de Surinamers allemaal dwars zit. Dat Marokkanen en Turken in Amsterdam voorgetrokken worden. Flutprojecten voor die groepen krijgen wel subsidie, zegt PvdA-gemeenteraadslid Peggy Burke. „Maar een Surinaams clubje dat subsidie vraagt, krijgt het niet.”
De aanwezigen in het zaaltje in het Amsterdamse stadsdeel Zuidoost klappen. Zo is het. De Amsterdamse PvdA-leider Lodewijk Asscher wacht even. Hij kijkt de zaal rond. Hij is het niet met ze eens. „Ook flutprogramma’s van Surinamers, ouderen, en inderdaad Turken en Marokkanen krijgen subsidie.”
Dan staat een andere man op. Hij heeft „helaas” geen „goed gevoel” aan de bijeenkomst over gehouden. Neemt Asscher de problemen wel serieus? Hij is te politiek correct. „U zweeft er over heen.” Erkenning, daar hebben de Surinamers volgens de man behoefte aan. „U moet met uw voeten terug op de grond.”
Er broeit iets in de Surinaamse gemeenschap in Amsterdam. Het bleek na het aftreden van de Amsterdamse wethouder Hennah Buyne, twee weken geleden. Een grote groep Surinamers kwam naar de bijeenkomst waarop ze haar aftreden bekend maakte. Ze zongen het Surinaamse volkslied. Ze opperden voorzichtig dat er sprake zou zijn van racisme: Buyne was onvoldoende gesteund door haar blanke collega’s. En, lieten ze weten, ze verwachten dat haar opvolger opnieuw een Surinamer wordt.
De PvdA-afdeling in Zuidoost heeft deze donderdagmiddag politiek leider Asscher uitgenodigd om te praten over „respect”. En vooral het gebrek aan respect dat zij ervaren. Afdelingsvoorzitter Nick Bolte begint vriendelijk. Hij verontschuldigt zich voor het begintijdstip van vijf uur ’s middags. Daarom zijn er ook niet veel mensen, verklaart hij. „Mensen hebben tegenwoordig een baan in de Bijlmer.”
Dan spreekt Asscher. Vernederend en denigrerend, noemt hij de claim van de Surinaamse gemeenschap van een wethouderspost. Dat is juist binnen de PvdA niet nodig, zegt hij. „In onze partij waar emancipatie voorop staat, kiezen we voor kwaliteit.”
Dan staat oud-wethouder Belliot op, zelf van Surinaamse afkomst. Het is anders, zegt ze. „Mensen stemmen gewoon op wie het meeste op ze lijkt.” Dus stemmen Surinamers op Surinamers, als dat kan. En het is volgens Belliot dan logisch dat de stemmers verwachten dat die mensen terugkomen in politieke functies. Ze is zelf toch ook niet voor niets bij de partij gehaald? Dat was ook om de Surinaamse achterban aan te spreken. Ze verheft haar stem. Uiteindelijk krijg je altijd de etnische kaart, roept ze. „Obama verwacht toch ook dat ze in het zuiden op hem stemmen.”
Asscher: „Ik vind het niet vreemd dat mensen stemmen op iemand die op ze lijkt. Maar het is denigrerend om te zeggen dat dat vanwege de kleur is.” Belliot: „That’s life.”
Het sentiment is niet alleen binnen de PvdA aanwezig. Voormalig VVD-fractievoorzitter John Goring begon er ook over, twee weken geleden in een column op de website allochtonen-weblog. Veel Surinamers en Antillianen hebben volgens hem het gevoel dat ze er niet toe doen. „Het gifschip Probo Koala zaaide dood en verderf in Ivoorkust en het stadsbestuur waste zijn handen in onschuld. Veel zwarte allochtonen zijn er van overtuigd dat dit anders was gelopen indien het rampschip de haven van het Marokkaanse Tanger had aangedaan. De toenmalige wethouder Aboutaleb had zich zeker sterk gemaakt voor een financiële tegemoetkoming aan Marokko. Iets wat niet weggelegd was voor die negertjes in Afrika.”
En dat Aboutaleb staatssecretaris is geworden, schreef Goring, is niet dankzij „allochtonenprogressie”. Voor Surinamers en Antillianen is zijn promotie een „capitulatie van de schijterige autochtonen voor de met messen zwaaiende en bommenleggende Islamieten”.
Asscher is niet overtuigd. Natuurlijk wil hij dat de partij divers is, maar op elke persoon een sticker plakken is niet nodig. „Als dat nodig is voor electoraal gewin, dan zet ik mijn voeten liever niet hier op de grond.”
