Koopkracht voor velen minder

Door onze redacteur Claudia Kammer

Den Haag, 8 april. De oppositie wil dat het kabinet iets aan de koopkracht doet. Maar de coalitie wil verder kijken dan „de eigen portemonnee van mensen".

Het is in Den Haag één van de gevoeligste politieke thema’s: de koopkracht van burgers. Bij bijna elke Miljoenennota en elke Voorjaarsnota wordt er in de Tweede Kamer over gediscussieerd. Ook dit jaar is dat niet anders.

Zeker nu minister Bos (Financiën, PvdA) maant tot ‘voorzichtigheid’ met de uitgaven. Collega’s die de afgelopen weken in de aanloop naar de Voorjaarsnota bij hem aanklopten voor extra geld, omdat ze met extra uitgaven worden geconfronteerd op hun begroting (bijvoorbeeld voor de kinderopvang of de uitkeringen aan jonggehandicapten) vonden bij hem geen gehoor. Bos zegt dat hij liever dit jaar wat voorzichtiger is dan dat hij volgend jaar misschien drastische maatregelen moet nemen. Want ook de minister van financiën heeft de waarschuwingen van economen tot zich laten doordringen dat de Amerikaanse kredietcrisis bijna onvermijdelijk gaat zorgen voor zwaar weer in Europa.

Met spanning werd er in de Tweede Kamer dan ook uitgekeken naar een brief van minister Donner (Sociale Zaken, CDA) over de koopkracht. Het Centraal Planbureau wijdde vorige maand wel een hoofdstukje van zijn Centraal Economisch Plan aan de koopkracht, maar die cijfers waren moeilijk vergelijkbaar met de cijfers van september vorig jaar.

De tabel die Donner vanochtend naar de Kamer stuurde, schept helderheid. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat tweeverdieners met anderhalf keer een modaal inkomen en kinderen er dit jaar 0,75 procent in koopkracht op achteruitgaan. Volgens de oude prognose was dat een kwart procent. Voor bijna alle huishoudens geldt dat de koopkracht verder verslechtert vergeleken met de oude cijfers. Toch ziet het kabinet geen reden om maatregelen te nemen. Minister Donner schrijft dat er eigenlijk niets is veranderd aan het koopkrachtbeeld zoals dat vorig jaar was voorspeld.

Oppositiepartijen, zowel links als rechts, vinden echter dat er wel reden is voor compensatie van het koopkrachtverlies. Kamerlid Sadet Karabulut (SP) hamert hier bij elk debat over inkomens en armoede op. Zij vindt bijvoorbeeld dat het wettelijk minimumloon en de uitkeringen omhoog moeten, evenals een aantal toeslagen.

„Het is hoog tijd om met het kabinet te praten”, zegt ook Atzo Nicolaï (VVD). „Het is onvoorstelbaar dat mensen erop achteruitgaan terwijl er een hoogconjunctuur aan de gang is. Nederland wordt rijker, maar de mensen worden armer.” Volgens hem ligt de belangrijkste verklaring in lastenverzwaringen die het kabinet dit jaar doorvoert.

Zowel de VVD als de Partij voor de Vrijheid wil dat de verhoging van de accijns op brandstoffen en de nieuwe vliegtaks worden afgeschaft. „Het op peil houden van de koopkracht is een belangrijk middel om de economische neergang te keren”, zegt Sietse Fritsma (PVV). „Mensen hebben zelfs als ze werken moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Het kabinet kijkt toe en maakt de problemen alleen maar erger.”

Het kabinet heeft zich al een paar keer moeten verdedigen tegen deze kritiek. Donner heeft telkens gezegd dat de koopkrachtontwikkeling een bewuste keuze is van het kabinet. Ook nu weer schrijft hij: „Het kabinet kiest er voor te investeren in onderwijs, leefbare wijken en het milieu.” Dat de koopkracht daardoor daalt, was ingecalculeerd. Dat de ontwikkeling ongunstiger is dan verwacht, komt volgens Donner door de stijgende inflatie, die wordt veroorzaakt door de stijgende loonkosten en de hogere energieprijzen. De verwachting is nog steeds dat de koopkracht volgend jaar wél stijgt.

Maar van de coalitiepartijen heeft Donner morgen bij het overleg over de koopkracht in ieder geval niets te vrezen. „Wat ik ongemakkelijk vind van deze discussie, is dat mensen alleen naar hun eigen portemonnee kijken”, zegt Paul Tang (PvdA). „Maar het gaat er ons ook om wat er publiek wordt besteed. Wij bezuinigen bijvoorbeeld niet op de zorg.” En Eddy van Hijum (CDA): „We hebben een beleid uitgezet dat je in meerjarenperspectief moet zien. Dus er is niet zo veel aanleiding om op dit moment iets anders te gaan doen.”

Gepubliceerd in:
Binnenland
Prinsjedag