'Natuur moet op eigen benen staan'
Lelystad, 9 april. De toekomstplannen voor de Oostvaardersplassen zijn gisteren door Staatsbosbeheer gepresenteerd. Het bijvoeren van dieren gebeurt niet. Maar er worden wel wolven geïntroduceerd.
Het kan de ecologen in de Oostvaardersplassen bij wijze van spreken niet natuurlijk genoeg zijn. „Wat mij betreft zetten we hier morgen al wolven neer”, zegt Frans Vera van Staatsbosbeheer, geestelijk vader van het grote natuurexperiment tussen Almere en Lelystad.
Sinds het ontstaan van het gebied, een kleine dertig jaar geleden, wordt regelmatig fel gedebatteerd over de vraag in hoeverre in het 6.600 hectare grote gebied de natuur zijn eigen gang mag gaan. De ophef ontstaat doorgaans over de sterfte onder edelherten, konikpaarden en heckrunderen in strenge winters. Moeten deze dieren, die door de mens zijn uitgezet, niet worden bijgevoerd? Nee, zo oordeelde uiteindelijk een internationale commissie twee jaar geleden in een advies aan het kabinet. De sterfte onder de wilde hoefdieren was in de winter van 2004-2005 weliswaar fors, 22 procent, maar niet uitzonderlijk vergeleken met dieren in andere grote wildparken in de wereld.
Staatsbosbeheer heeft gisteren zijn positie definitief bepaald. Het gebied Oostvaardersplassen moet „100 procent natuur op eigen benen worden”, met zo min mogelijk ingrijpen door de mens. De mens moet slechts „randvoorwaarden” stellen. Door een stuk of honderd wolven te introduceren, bijvoorbeeld. En wisenten en wilde zwijnen. Door het gebied in oppervlakte te vergroten tot 13.000 hectare. En door een kade weg te halen, zodat er verschillen tussen natte en droge perioden kunnen ontstaan.
Directeur Chris Kalden van Staatsbosbeheer: „Wij hadden behoefte aan een visie voor enkele decennia. Die is er nu. Wij laten de natuur zo veel mogelijk z’n gang gaan. Dat betekent niet, zoals wel wordt beweerd, dat het ons niet kan verdommen wat er in de natuur gebeurt. Natuurlijk interesseert ons dat wel. Het is geen sprong in het duister. Ons verhaal staat als een huis.”
Behalve de verontwaardiging over verhongerende paarden en runderen is er sinds enkele maanden ook kritiek op het verdwijnen van een reeks vogelsoorten. Vogelbescherming Nederland heeft Staatsbosbeheer vandaag gevraagd de nieuwe visie pas in te voeren, als er voldoende „tijdelijke huisvesting” is geregeld voor vogels die mogelijk te lijden krijgen onder het „natuurlijk” beheer.
„Je kunt de gevolgen voor de vogels niet enkele decennia overzien”, zegt woordvoerder Hans Peeters. De organisatie wil dat Staatsbosbeheer een „passende beoordeling” maakt van de effecten van het nieuwe beheer. Opmerkelijk, omdat zo’n beoordeling doorgaans alleen wordt gemaakt bij infrastructurele ingrepen in een natuurgebied. Peeters: „Wij zijn overwegend positief over de Oostvaardersplassen, omdat het gebied belangrijk is voor vogels. Maar we maken ons ook zorgen. Laat men gebieden in de omgeving geschikt maken voor vogels.”
Ecoloog Frans Vera van Staatsbosbeheer ziet de meeste kritiek als blijk van behoudzucht. Preciezer gezegd: als het „syndroom van de verschuivende ijkpunten”. Vera: „Dat syndroom betekent dat de opvatting over natuur van generatie op generatie verandert, aangezien de oernatuur uit ons collectieve geheugen is verdwenen. We kennen de oernatuur niet meer. We hebben er alleen theorieën over. De moderne mens heeft alle natuur in cultuur gebracht. Als we dan nog wat kieviten zien, noemen we dat natuur. En dat willen we dan ‘behouden’. Wij denken dat als de mens het landschap niet beheert, er geen natuur kan zijn.”
Het gebied Oostvaardersplassen heeft de afgelopen decennia juist getoond hoe „verrassend” de natuur kan zijn, aldus Staatsbosbeheer. Want wie had gedacht dat zich een explosie van baardmannetjes (vogelsoort) in Europa zou voordoen, als direct gevolg van het ontstaan van dit natuurgebied? Wie had de grote herkolonisatie voorspeld van de grote zilverreiger? En wie, stelt Frans Vera, had gedacht dat hier zeearenden zouden broeden in een omgevallen boom, vrij dicht bij de grond? „Niemand! Omdat wij dachten dat die hoog in een boom zouden nestelen. Zo zie je maar weer: onze hersens houden ons gevangen.”
Over enkele decennia moeten de Oostvaardersplassen zijn uitgebreid met de Hollandse Hout, het Horsterwold en het Oostvaarderswold, een brede strook natuur naast het oostelijk deel van Almere waarlangs edelherten van en naar de Veluwe kunnen rennen. Dan zullen er misschien ook wolven leven. Vera: „Ja, nadat we eerst een debat hebben moeten voeren over wolven die meisjes op weg naar hun grootmoeder opeten. Terwijl er in werkelijkheid helemaal geen aanvallen bekend zijn van wolven op mensen.” En er zullen zwijnen zijn. Vermoedelijk zullen die de eieren van lepelaars opeten, zegt Vera. Het zij zo. Vera: „Dat zijn dan de eieren van domme lepelaars. Lepelaars horen in een boom te zitten.”
- De Oostvaardersplassen ontstonden bij het droogvallen van Zuidelijke Flevoland. Het gebied was ooit bedoeld voor de zware industrie, maar dat is er nooit gekomen.
- Na heftige discussies, en het verleggen van de spoorlijn tussen Almere en Lelystad, kwam de begrenzing van het natuurgebied tot stand. Bij toeval dus.
- In 1983 werden heckrunderen uitgezet, een jaar later konikpaarden, in 1993 edelherten. Van deze soorten grazen er nu in totaal zo’n drieduizend. Andere dieren hebben zich spontaan gevestigd zoals: bever, vos, gier, raaf en zeearend.
- Meer over het natuurreservaat op: www.oostvaardersplassen.nl
