Dementerende moeilijk te beschermen
Mensen met dementie hebben bescherming nodig. De rechter kan dat opleggen. Maar wat als de betrokkene weigert zich te laten onderzoeken?
Rotterdam/Bunnik, 19 april. Marjan is de strijd moe. Haar hoogbejaarde moeder wil haar niet meer zien, de rest van de familie evenmin. Reden: ze verwijt haar broer veel geld aan te nemen van haar moeder, die de gevolgen van haar goedgeefsheid niet overziet, en ze wil haar moeder ter bescherming wilsonbekwaam laten verklaren.
Moeder, sinds enkele jaren weduwe, wil van geen dementie weten. De broer ontkent geld aan te nemen. Tot aan de kantonrechter is Marjan – wier achternaam om de familie te beschermen ongenoemd blijft – het conflict aangegaan. Maar de rechter heeft haar eis om haar moeder een bewindvoerder toe te wijzen zojuist afgewezen. Hij wil eerst degelijk vastgesteld hebben dat ze niet meer wilsbekwaam is.
„Dat is nu juist het probleem”, zegt Marjan. „Mijn moeder laat geen ‘vijandige’ hulpverlener toe in haar huis. Een verwijzing naar dementie ziet ze als een aanval op haar zelfstandigheid. Ze ontkent dat ze dementeert – wat bij het ziektebeeld hoort. Volgens mijn broer is ze hooguit wat vergeetachtig, maar kan ze nog goed zelfstandig wonen. En de huisarts die ongerust was over mijn moeder, is inmiddels door een ander vervangen. Die geeft mij geen inlichtingen, onder verwijzing naar zijn beroepsgeheim.”
Catch 22. Hoe krijg je de diagnose dementie als de betrokkene onderzoek daarnaar weigert? De wet gaat ervan uit dat iemand wilsbekwaam is, tot het tegendeel blijkt. Daarvoor is, zeker bij beginnend dementerenden, uitgebreid onderzoek nodig. Wilsbekwaamheid kan van situatie tot situatie verschillen. Iemand die dementeert kan heldere momenten hebben. Hij kan veel vergeten, maar duidelijk aangeven of er suiker in zijn koffie moet, of persisteren in de verkoop van bepaalde aandelen.
Sociaal gerontoloog Eveline Heitink, werkzaam bij belangenorganisatie Alzheimer Nederland, herkent het verhaal van Marjan. „Je bent soms geschokt als je hoort wat zich allemaal afspeelt. Dat familie tegenover elkaar staat voor de rechter komt misschien vier, vijf keer per jaar voor.”
Doorgaans komt de hulp aan een dementerende als vanzelfsprekend tot stand. De partner verzorgt en treedt op als zaakwaarnemer. Staat de dementerende alleen, dan komt vaak naaste familie in actie. Een broer helpt bij de betalingen, een dochter doet de was. Niet zelden is een bankmachtiging voldoende om de gewone zaken te regelen. De bank geeft die soepel af. „Een eenvoudige regeling, die overigens ook tot veel schade kan leiden”, stelt Heitink vast. „Gelukkig gaat het vaak goed, maar als je kwaad wíl, kán je kwaad. Wie stelt vast of de gemachtigde pint voor de boodschappen van degene die wordt geholpen? De gelegenheid maakt soms de dief. Dat kan variëren van een pak suiker tot de hele erfenis.”
Met een notariële volmacht zijn meer zaken te doen, tot en met de verkoop van het huis bijvoorbeeld. De notaris mag zo’n volmacht afgeven als hij heeft vastgesteld dat de volmachtgever wilsbekwaam is. Daarvoor bestaat een protocol. Controle op het gebruik van zo’n volmacht ontbreekt overigens; Alzheimer Nederland krijgt veel meldingen over misbruik.
De tragiek is, zegt Heitink, dat hulp aan dementerenden goed te regelen valt, mits tijdig ingezet. „Wanneer grijp je in? Iemand die vergeetachtig wordt, hoeft niet dement te zijn. Iemand die dement wordt, kan lange tijd een façade ophouden. Gelukkig kan je vaak veel regelen zonder rechter.”
Die rechter is echter onvermijdelijk als de betrokkene (deels) ongeschikt is „in het recht op te treden”. Stelt de kantonrechter dat vast, dan kan hij een mentor aanwijzen die beslist over verzorging of behandeling. Voor financiële beslissingen kan ‘beschermingsbewind’ worden ingesteld, uit te voeren door een bewindvoerder.
Dat was precies waar Marjan op uit was, toen ze naar de kantonrechter stapte. Een bewindvoerder heeft een wettelijke status, rechten en plichten. Hij krijgt het beheer over de bankrekening, maar moet bij betalingen vanaf pakweg duizend euro toestemming van de rechter vragen. Ook moet de bewindvoerder periodiek verantwoording afleggen. Heitink: „Zo houd je controle en zicht op de financiën. Het is verschrikkelijk om die stap te maken, maar je doet het om de dementerende zo min mogelijk schade te berokkenen.”
Zowel familieleden als buitenstaanders – individuen net zo goed als rechtspersonen – kunnen als bewindvoerder optreden. Marjan koos, gegeven de onmin binnen de familie, voor een onafhankelijke derde. Die vinden was nog moeilijk genoeg. Diverse leden van de Branchevereniging Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders „hadden er geen zin in”, zodra de omstandigheden duidelijk waren. „Het zijn natuurlijk veredelde boekhouders. Die houden niet van conflicten.” Uiteindelijk vond ze een jurist bereid als bewindvoerder op te treden.
De sessie bij de kantonrechter was daarna een teleurstelling voor haar. De bewindvoerder, plus de bankafschriften die het verdwenen geld moesten aantonen, kwamen niet aan de orde. De rechter viel over de summiere verklaring van de instelling voor geestelijke gezondheidszorg die ze overlegde. Die instelling had een dementietest afgenomen, maar toen haar moeder duidelijk werd waar de onderzoeker op uit was, was ook hem de deur gewezen. En de rechter nam geen genoegen met een half verslag. Hij wil moeder zelf horen.
Marjan heeft daar weinig vertrouwen in. Haar familie zal de advocaat wel meesturen. En als zo’n rechter niet getraind is, herkent hij dementie niet in één gesprek. „Mensen met beginnende dementie steken veel energie in ontkennen, confabuleren en anderen de schuld geven. Een buitenstaander ziet niet snel of hij met de persoon of met de ziekte te maken heeft.”
Is hoger beroep een optie als de kantonrechter geen wilsonbekwaamheid vaststelt? „Ik denk nu: laat maar. Het is enorm belastend. Mijn moeder lijdt hier enorm onder. Ik ook. De familie is verscheurd. Ik weet niet hoe het verder moet. Ik kan mijn moeder niet verder bijstaan. Ik kan niet naar het Meldpunt Ouderenmishandeling, want ze heeft geen blauwe plekken. Naar de politie? Dan moet ze zelf aangifte van diefstal doen. Mevrouw is nog zelfstandig, wordt er dan gezegd. Er is domweg te weinig kennis over deze fase van dementie. En daar wordt misbruik van gemaakt.”
