Ineens is het onderwijsniveau écht gedaald
Rotterdam, 25 jan. Na jaren van kritische rapporten en adviezen durft nu zelfs de Onderwijsraad het voor het eerst hardop te zeggen: het onderwijspeil is gedaald in Nederland. Hoe komt dat?
Nooit werd het officieel hardop gezegd.
Ja, ouders, docenten en hoogleraren riepen het, dat het Nederlandse onderwijsniveau daalde, maar het ministerie van Onderwijs sprak het altijd tegen. Er waren wel zorgen over het onderwijs, maar bewindslieden wezen altijd op internationaal onderzoek waarin Nederlandse kinderen hoog op de ranglijst stonden met natuurkunde, wiskunde en lezen.
„We hebben wel vaak gesignaleerd dat het niveau op deelgebieden daalde”, zegt Kete Kervezee, baas van de Inspectie van het Onderwijs van 2001 tot 2007. „Wij ook”, zegt directeur Adrie van der Rest van de Onderwijsraad . Toch durfden ook zij nooit eerder de conclusie te trekken dat het algemene onderwijsniveau daalt.
Tot vandaag. Nu durft de Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van het ministerie, het wél ineens. „Het algemene onderwijsniveau is gedaald. De cijfers wijzen daar nu ook op”, zegt Van der Rest.
Deze week is het begonnen. Woensdag, om precies te zijn. Toen stond het al onomwonden in een advies aan minister Plasterk (Onderwijs, PvdA). Er stond dat „over een groot aantal jaren, en de laatste jaren zelfs versneld, er een daling optreedt in de leesvaardigheid en rekenvaardigheid bij leerlingen in de leerplichtige leeftijd.” De passage komt uit het rapport Over de drempels met taal en rekenen, dat geschreven is door een commissie onder voorzitterschap van Heim Meijerink, voormalig hoofdinspecteur voortgezet onderwijs. „Het begint te schuiven”, zegt Meijerink. „Langzamerhand begint door te dringen dat we bezorgd moeten worden. Het hapert op elk niveau.”
Het blijkt dat het PISA-onderzoek de balans heeft doen omslaan. PISA is het meest gezaghebbende internationaal vergelijkende onderwijsonderzoek waaraan nu 57 landen meedoen. Uit de laatste versie, van eind vorig jaar, bleek dat Nederland sinds de vorige meting in 2003 één plaats was gezakt bij lezen, twee plaatsen bij gecijferdheid en één plaats bij natuurwetenschappen. Vlak daarna bleek dat ook de leesvaardigheid van kinderen van 9 en 10 jaar gedaald is. Daar daalde Nederland van de de tweede plaats in 2001 naar de twaalfde plaats in 2006. Meijerink noemt het „idioot” dat Nederland uit de kopgroep duikelt. „Kom op zeg, daar horen we toch gewoon te blijven.”
Wat is de oorzaak van de niveaudaling? Komt het door de onderwijsvernieuwingen als Studiehuis, Tweede Fase en vmbo die de afgelopen twintig jaar zijn ingevoerd?
Meijerink denkt dat dat niet klopt. Wás het maar zo eenvoudig, zegt hij. Het Studiehuis, waarin leerlingen meer zelfstandig en minder onder begeleiding van leraren werken, en de nieuwe vakkenpakketten (profielen) van de Tweede Fase, spelen bij leerlingen vanaf 14, 15 jaar op havo en vwo. De niveaudaling doet zich ook voor in het basisonderwijs en beroepsonderwijs.
Komt het dan misschien door de toename van allochtone leerlingen, die gemiddeld zwakker presteren? Kete Kervezee, die volgende maand begint als voorzitter van de PO-Raad, de nieuwe brancheorganisatie voor het basisonderwijs, denkt dat dat meespeelt. Het kan mede de taalachterstand op veel niveaus verklaren, zegt zij. Maar er speelt veel meer mee, zegt zij. Want ook autochtone kinderen, zelfs die van hoger opgeleide ouders, hebben problemen met taal.
Kervezee denkt dat eerder de „jeugdcultuur” een rol speelt. „Bij het sms’en of msn’en bijvoorbeeld worden weinig eisen gesteld aan taalverzorging. En lezen is minder populair.” Dat werkt door op school.
Maar de belangrijkste oorzaak van de niveaudaling, denken de ondervraagden, is dat er al sinds tientallen jaren een tendens is op scholen dat kinderen het vooral prettig moeten hebben in de klas. Er worden te weinig tafels gestampt en te veel leuke projecten gedaan. Daarbij komt nog dat er vaker gedacht wordt op scholen dat vakkennis er minder toe doet, omdat je ook veel informatie kan googlen op internet.
Tegelijkertijd is de overheid steeds minder concrete eisen gaan stellen aan wat scholen de kinderen moeten leren. Tien procent van de leerlingen in het basisonderwijs presteert nu onder zijn of haar niveau.
Verder hebben scholen er de laatste jaren steeds meer maatschappelijke taken bij gekregen, zoals de organisatie van naschoolse opvang, de aandacht voor burgerschap en alcoholpreventie. Er is dus minder tijd om sommetjes en woorden te oefenen. En dan is er nog het lerarentekort.
De overheid moet nu het voortouw nemen en duidelijker gaan voorschrijven wat kinderen moeten leren, vinden de ondervraagden. „Als we nu goed aan het werk gaan, kunnen we binnen een paar jaar resultaten zien”, zegt Heim Meijerink.
Minister Plasterk wil de daling van het onderwijsniveau nog niet bevestigen, zo zegt zijn woordvoerde. Plasterk zegt wel dat „het niveau van het onderwijs de komende jaren echt omhoog moet”.
Er was wel al gewaarschuwd
- Er zijn „sterke signalen dat er een niveauverlies is voor de vakken Nederlands en wiskunde in alle onderwijssectoren”, meldde de Onderwijsraad vorig jaar.
- Greetje van der Werf, hoogleraar ‘onderwijzen en leren’ in Groningen, laat brugklassers toetsen maken in Nederlands en wiskunde. De scores lopen terug, ziet ze al een tijdje.
- Achttien procent van de leerlingen in het vwo kan niet zelfstandig de eigen leerboeken lezen, meldde de Inspectie vorig jaar. Ruim de helft van de mbo-leerlingen beschikt over onvoldoende taalvaardigheid.
- De HBO-raad heeft vorig jaar verplichte taal- en rekentoetsen ingevoerd omdat meer dan de helft van de eerstejaarsstudenten aan de pabo slechter is in rekenen dan een goede leerling uit groep 8.
- Een kwart van de leerlingen verlaat de basisschool met een leesachterstand van twee jaar, zei de Inspectie vorig jaar.
