Rechtszaak Ivoorkust tegen verdachten Probo Koala [04.10.08]

Kolonel Tibe Bi Balou, voormalig directeur van het havenbedrijf in Abidjan, arriveert bij het hoofdstedelijke gerechtsgebouw.
Door Pauline Bax

Twaalf mensen staan in Ivoorkust terecht wegens dumping van afval uit de Probo Koala, het ‘gifschip’ dat ondanks kennis over de lading zomer 2006 mocht wegvaren uit Amsterdam.

Abidjan, 4 okt. De havenmeester van Abidjan snapt niet waarom hij voor de rechter staat. Marcel Bombo is vandaag de enige verdachte die een pak draagt. Hij is midden vijftig, klein van stuk, en de neonbuizen in de volgepakte rechtszaal geven zijn donkere huid een blauwige glans.

De aanklacht luidt ‘medeplichtig aan vergiftiging’ omdat hij op dinsdagmiddag 22 augustus 2006 het schip Probo Koala uit de haven liet vertrekken. Drie dagen eerder had de tanker een lading stinkend scheepsafval in Ivoorkust gelost. Het plaatselijke filiaal van Trafigura, de in Nederland gevestigde oliehandelaar die het schip charterde, noemde het spoelwater (slops). Het bleek giftig afval. Zeventien doden en een kabinetscrisis volgden. Tienduizenden inwoners van Abidjan kregen ademhalingsproblemen, een bloedneus, last van duizeligheid, acute buikpijn of diarree.

Proces

Deze week begon het proces tegen twaalf mensen die betrokken zouden zijn bij het gifschandaal. Belangrijk of invloedrijk zijn ze niet. Hun rol lijkt in een aantal gevallen eerder een kwestie van verkeerde plek, verkeerde tijd. Douanebeambten, werknemers van de agent, de havenmeester.

Eén verdachte vormt een uitzondering. Dat is de oprichter van Tommy, een bedrijfje dat het giftige afval uit de tanker pompte en op de stadsvuilnisbelt en in sloten dumpte. Salomon Ugborugbo wordt beschuldigd van vergiftiging, een misdaad waarop levenslang staat. Hij zegt dat hij „verraden” is door de directeur van het lokale filiaal van Trafigura, Puma Energy, die hem vertelde dat het afval onschadelijk was.

Meneer Tommy, zoals hij genoemd wordt, verschijnt als eerste voor de rechter. Hij erkent dat hij daags voor de dumping een fax van Trafigura heeft gezien waarin de slops als ‘chemisch afval’ worden omschreven. Puma-directeur Kablan N’Zi zei echter dat er niets aan de hand was. „Ik ben geen chemicus”, zegt Ugborugbo. „Ik geloofde hem op zijn woord.” Vanuit het kantoor van Kablan N’Zi faxt hij een handgeschreven briefje naar Trafigura. Hij verzekert het bedrijf dat het afval gestort zal worden op een geschikte plek: de vuilnisbelt.

Beklaagdenbank

In de beklaagdenbank houdt Ugborugbo zijn zonnebrilletje op. Als de rechter een pauze aankondigt, dringen twee jonge vrouwen zich langs de gewapende militairen om meneer Tommy een plastic tas met sandwiches en blikjes cola in handen te duwen.

Afwezig zijn de topmannen van Trafigura, de eigenaar van het chemische afval. Zij zijn ontslagen van rechtsvervolging. Ook de werknemers van Puma Energy gaan vrijuit. De oliehandelaar trof vorig jaar een schikking met Ivoorkust. Het gaf de staat bijna 200 miljoen dollar, officieel als compensatie voor het opruimen van het afval en voor de bouw van een afvalverwerkingsfabriek. Ivoorkust beloofde in ruil het bedrijf niet te vervolgen.

Een advocate van de Franse mensenrechtenorganisatie FIDH noemt het proces daarom bij voorbaat unfair. „De hoofdverantwoordelijken staan niet terecht”, zegt Emilie Bailly. Een andere advocaat beaamt dat. Hij zegt dat Ivoorkust koste wat het kost enkele schuldigen wil aanwijzen. Zoals Marcel Bombo, die zich de gebeurtenissen nog precies kan herinneren.

Stank

Op zondagavond 20 augustus krijgt hij een telefoontje van een politiecommissaris. Bewoners klagen over een misselijkmakende stank. De havenmeester vermoedt dat de vervuiling van de tanker afkomstig is en vraagt via de radio waar het schip is. Dat vaart net de haven uit. Bombo geeft de kapitein opdracht terug te keren zodat een proces-verbaal kan worden opgemaakt. De volgende dag laat het hoofd van de Ivoriaanse milieu-inspectie weten dat hij de tanker aan de ketting wil laten leggen. Als de verordening er op dinsdagochtend nog niet is, probeert Bombo vergeefs de milieu-inspectie te bereiken. ’s Middags besluit hij het schip te laten gaan. Voor olie- en gastankers, legt Bombo uit, gelden andere regels dan voor bananenjagers. „Zodra een tanker gelost heeft, moet hij vertrekken. Tankers vormen een explosiegevaar. Het zou crimineel zijn geweest het schip nog langer vast te houden. Ik was mijn bevoegdheid al te buiten gegaan.”

Dus u constateert, zegt de rechter, dat een schip giftig afval dumpt en u laat het toch gewoon vertrekken? „Ik zeg u”, antwoordt Bombo, „alleen de douane, justitie en de kustwacht zijn bevoegd een tanker aan de ketting leggen. Ik kan dat niet.” Ik snap niet, zegt de rechter, waarom u zo heeft gehandeld. Bombo pakt het havenreglement erbij en leest voor. De rechter fronst en herhaalt zijn vraag steeds in andere bewoordingen. Na een kwartier gaat in de rechtszaal verontwaardigd gemompel op. Doet de rechter alsof hij dom is? Of beheerst hij het dossier niet? Als ook de aanklager uitgebreid op Bombo’s vermeend falen ingaat, vertrekt het gezicht van de havenmeester zich in een wanhopige grimas. Hij pakt de zijn bril van zijn neus en poetst zijn voorhoofd met een zakdoekje. „Zonder mij hadden we niet eens geweten welk schip verantwoordelijk was voor de giframp”, zegt Bombo. „Ik heb mijn land naar eer en geweten gediend. Waarom word ik beschuldigd? Ik vind het onbegrijpelijk.”

Wat deed de gemeente Amsterdam precies?

De gemeente Amsterdam, de kapitein van de Probo Koala, Trafigura en afvalverwerker Amsterdam Port Services staan begin volgend jaar in Amsterdam terecht voor hun betrokkenheid bij het gifdumpschandaal in de Ivoorkust.

Daarbij draait het alleen om de vraag wat er precies gebeurd is in de Amsterdamse haven en wie er strafrechtelijk verantwoordelijk was voor het vertrek van het schip, waarvan bekend was dat het giftige afvalstoffen aan boord had.

Het Openbaar Ministerie heeft anderhalf jaar lang gezocht naar bewijs voor strafbare feiten in de Ivoorkust, maar door gebrek aan medewerking vanuit Afrika, is dat niet gelukt, zo bleek afgelopen juni bij de start van het proces.

Eigen onderzoek heeft twee jaar geleden aangetoond dat de gemeente Amsterdam medeverantwoordelijk is geweest voor het illegale transport vanuit de Amsterdamse haven en dat daarbij strafbare feiten zijn gepleegd.

Toch probeerde Amsterdam vervolging te voorkomen door zich te beroepen op strafrechtelijke immuniteit die overheidsinstanties zouden genieten. De rechtbank stelde de gemeente daarin gedeeltelijk in het gelijk.

Het schip vertrok in eerste instantie naar Estland om de lading daar kwijt te raken. Toen dat niet lukte, nam het de wijk naar Afrika. Doelbewust, om hoge verwerkingskosten in Europa te vermijden, zo betoogde het OM in juni.

Trafigura ontkent betrokkenheid bij het drama in Ivoorkust en spreekt van een proces waarbij het bedrijf op voorhand publiekelijk is veroordeeld.

Het proces in Abidjan zal naar verwachting een paar weken duren. Negen verdachten zijn aangeklaagd wegens vergiftiging of medeplichtigheid aan vergiftiging, drie anderen wegens het overtreden van de milieuwet. De lokale pers volgt het proces met relatief grote belangstelling. Veel Ivorianen gaan er echter vanuit dat de waarheid niet boven water zal komen.

Gepubliceerd in:
Binnenland