Hoge Raad heropent zaak verpleegkundige Lucia de B.
Den Haag, 7 okt. De veroordeling van Lucia de B. wegens meervoudige moord moet worden herzien. Dit heeft de Hoge Raad vanochtend geoordeeld. Volgens het hoogste rechtscollege zijn er nieuwe feiten bekend geworden die het eerdere bewijs „in wezenlijke mate ondergraven”.
De Hoge Raad verwijst de zaak naar het hof in Arnhem, dat de zaak opnieuw moet behandelen. Lucia de B. werd al op vrije voeten gesteld nadat een commissie van het Openbaar Ministerie en de procureur-generaal bij de Hoge Raad ernstige twijfels hadden uitgesproken over de juistheid van haar veroordeling.
Het Arnhemse hof is vrij in zijn oordeel. Het kan de eerdere veroordelingen vernietigen, maar ook in stand laten. De kans dat het hof Lucia de B. opnieuw tot levenslang veroordeelt, is echter niet groot, na alle nieuwe documentatie.
De Hoge Raad is overtuigd door nieuwe informatie van getuige-deskundige J. Meulenbelt. Deze wetenschapper van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zegt dat de aan Lucia de B. toegeschreven dood van een baby ook natuurlijke oorzaken kan hebben. Volgens het gerechtshof en de rechtbank was het aannemelijk dat het kind door digoxinevergiftiging stierf. Meulenbelt acht dat niet waarschijnlijk. Volgens de Hoge Raad moet „dat oordeel als een novum worden aangemerkt”.
Ook op twee andere punten is twijfel gerezen over de juistheid van de bewezenverklaringen door de lagere rechters. Een onderzocht bloedmonster zou achteraf niet representatief zijn geweest. En voor het tijdstip waarop de baby met digoxine zou zijn vergiftigd, is ook een andere verklaring mogelijk.
Omdat de dood van de baby als ‘schakelbewijs’ diende, moet het Arnhemse gerechtshof ook de andere veroordelingen wegens moord opnieuw bekijken.
Lucia de B. werd in 2004 veroordeeld tot levenslang wegens moord op vier ziekenhuispatiënten en drie pogingen daartoe. Ook werd zij schuldig bevonden aan meineed, vervalsing en vermogensdelicten. Als sleutel voor haar veroordeling voor de moorden diende de overtuiging van de lagere rechters dat zij een half jaar oude baby had vergiftigd met digoxine, een hartmedicijn. In een bloedmonster van het lijkje was een zeer hoge dosis vastgesteld, waaruit het Hof acute vergiftiging concludeerde. In combinatie met een hoog sterftecijfer tijdens haar diensten én belastend materiaal uit haar dagboeken, was de dood van de baby de beslissende ‘schakel’ in de bewezenverklaring. Nieuw onderzoek door het parket bij de Hoge Raad leverde echter ook nieuw deskundigenbewijs op. De baby zou ook door uitputting kunnen zijn overleden.
