Wetgeving op gebied huidallergie schiet tekort
Rotterdam, 10 okt. De wetgeving die consumenten moet beschermen tegen huidallergie schiet tekort. Huidallergie is daardoor voor veel Nederlanders nog steeds een fors probleem.
Dat concludeert het vandaag verschenen rapport Allergens in consumer products, van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in opdracht van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). De VWA controleert onder meer producten op allergische stoffen.
Huidallergie ontstaat vooral na contact met stoffen in cosmetica, schoonmaakmiddelen, sieraden, speelgoed en textiel. De echte allergie ontwikkelt zich als iemand een aantal keren in aanraking is geweest met de allergene stof. Na deze ‘sensibilisering’ kan contact met een zeer lage concentratie al een allergische reactie veroorzaken. Meestal bestaat de huidreactie uit branderig voelende rode vlekjes of blaasjes die na een paar dagen verdwijnen. Op den duur ontstaan er eczeemplekken.
In Nederland heeft 3,7 procent van de mannen en 5,4 procent van de vrouwen last van huidallergie. Waarschijnlijk is er onderrapportage. Huidallergieën komen daarmee net zo vaak of vaker voor als andere allergische ziekten, zoals astma, en voedselallergie.
De wetgeving op dit gebied is achterhaald, zegt Peter Bragt, toxicoloog bij de VWA. „Er zijn nieuwe allergene stoffen en ze worden vaker gebruikt. Maar de wetgeving staat niet stil. Een aantal toevoegingen aan cosmetica is verboden en etikettering van cosmetica is al drie jaar verplicht.”
Henk van Loveren, toxicoloog van het RIVM, een van de auteurs van het rapport, noemt als probleem voor wetgeving dat van de meeste allergene stoffen de drempelwaarden nog niet bekend zijn. „Vroeger was er een proefdiertest waaruit een zwart-wit-oordeel kwam: een stof was allergeen of niet. Sinds een jaar of tien weten we dat er drempelwaarden bestaan waaronder mensen niet gesensibiliseerd raken. Er zijn nu net dierproeven ontwikkeld en gevalideerd waarmee we die drempelwaarden kunnen bepalen. Dat moet nog gebeuren. Daarna kun je pas de regelgeving moderniseren.”
