Achter voordeur ingrijpen blijft taboe
De Goudse burgemeester Cornelis wil hard ingrijpen om wangedrag onder jongeren te stoppen. Gaat hij niet te ver, zoals met gedwongen verhuizingen? „Daar is geen enkele juridische basis voor.”
Den Haag, 16 okt. De randen van het wettelijke instrumentarium. Daar is de Goudse burgemeester Wim Cornelis naar op zoek, zo verklaarde hij eerder deze week bij het afkondigen van stevige maatregelen tegen jongeren in zijn stad. Cornelis kan zelfs gemakkelijk over de rand gaan, zegt hoogleraar strafrecht Theo de Roos. Bijvoorbeeld met zijn voorstel om ouders die niet mee willen werken uit de ouderlijke macht te ontzetten. „Een burgemeester heeft die bevoegdheid helemaal niet.”
Een ander „juridisch kwetsbaar” voorstel van Cornelis is volgens De Roos de zogeheten gezinsmanager die probleemgezinnen minimaal tien uur per week zou moeten helpen met opvoeden. Zo’n beetje de kern van zijn voorstel. „Als zo’n gezin zegt: ‘wegwezen’, heeft een gezinsmanager geen poot om op te staan.” De Tilburgse hoogleraar zegt dat er daarom altijd goodwill gekweekt moet worden. Hij wijst op de Rotterdamse stadsmariniers die er in slagen om binnen te komen bij probleemgezinnen. De Roos: „Althans, zij claimen dat er een akkoord met die gezinnen is.”
De gezinsmanager zou direct onder de burgemeester moeten vallen, en hij kan hem adviseren om onwillige ouders bijvoorbeeld boetes op te leggen, te korten op een uitkering, uit de ouderlijke macht te zetten, gedwongen te laten verhuizen naar een ‘aso-woning’ elders in de stad of zelfs naar een andere stad. „Hoe komt ie daarbij?”, vraagt De Roos zich over de gedwongen verhuizing naar een andere stad af. „Daar is geen enkele juridische basis voor.”
Met de inzet van onder meer de gezinsmanagers wil Cornelis, die 10 miljoen euro van het Rijk voor zijn plannen verlangt, de kleine groep overlast gevende jongens aanpakken. Deze veelal jonge kinderen – tot zo’n 13 jaar – begaan zelden strafbare feiten, maar zorgen wel voor een onveilig gevoel in buurten als Oosterwei. Deze buurt werd vorige maand het symbool van problemen met Nederlands-Marokkaanse jongens, nadat Connexxion had besloten om tijdelijk geen bussen meer door Oosterwei te laten rijden. Cornelis schat het aantal overlast gevende jongens in deze buurt op vijftien, afkomstig uit zo’n vijf gezinnen. Met zijn nieuwe aanpak wil Cornelis „de kraan dichtdraaien”. Als de harde kern wordt aangepakt, heeft dat ook effect op de grotere groep meelopers, zo is de gedachte.
De sleutel ligt volgens Cornelis bij de ouders. Hans du Prie, directeur van Horizon, een instelling voor jeugdzorg en speciaal onderwijs, is „echt blij” dat in Gouda de ouders nadrukkelijk worden aangesproken op het gedrag van hun kinderen. „Ik zou willen dat dat in heel Nederland zo was.” Volgens hem worden ouders te veel als consument gezien. Als het mis gaat met kinderen is het de schuld van de school, de overheid of de instellingen, zegt Du Prie. „Terwijl de belangrijkste verantwoordelijkheid toch bij de ouders ligt.”
Du Prie heeft ook een waarschuwing. Hij vindt het „gevaarlijk” dat ouders in de voorstellen van Cornelis als „dader worden gezien”. De Horizon-directeur krijgt bij zijn instelling veel mensen uit wijken als Oosterwei aangemeld. Die hebben volgens hem al een negatief zelfbeeld. „Ze geven zichzelf een cijfer tussen de 2 en een 4 voor de opvoeding aan hun kinderen.” Volgens Du Prie is de dialoog aangaan de enige oplossing. „Dreigen heeft geen enkele zin.”
Dat is ook de boodschap van Theo Doreleijers, hoogleraar kinder- en jeugdspsychiatrie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Je stimuleert mensen niet door hen te straffen, maar door ze te belonen.” Doreleijers vindt het een goede zaak dat de Goudse burgemeester op jonge leeftijd wil ingrijpen, maar de maatregelen lijken hem „te repressief en niet intensief genoeg”. Doreleijers pleit voor een dagbehandeling van probleemjongeren en gezinstherapie, bijvoorbeeld in het gebouw waar ze ook naar school gaan. Kinderen kunnen dan naar schaatsbaan of zwembad, maar ze worden ook behandeld. „Als een kind ADHD heeft, moet hij pillen krijgen.”
De hulpverlener op te veel terreinen inschakelen, is volgens Doreleijers onverstandig. Een gezinsmanager die op meerdere terreinen inzetbaar is en ook nog eens assisteert bij zaken als schuldsanering – zoals Cornelis wil – „bestaat gewoon niet”, stelt de hoogleraar.
Gerard de Jonge, bijzonder hoogleraar detentierecht in Maastricht en medeauteur van het boek Jeugd en Strafrecht, heeft het idee dat Cornelis „het wiel opnieuw aan het uitvinden is. Het lijkt erop dat hij een soort nieuwe jeugdvoogdij in het leven wil roepen”. Toch heeft De Jonge wel begrip voor de strenge maatregelen van de burgemeester, gezien alle commotie die is ontstaan na ‘Oosterwei’. „Dat wordt van hem verwacht.”
Er is een trend gaande van het strafrecht naar het bestuursrecht bij het aanpakken van overlastproblemen door burgemeesters, zegt de Leidse hoogleraar bestuurskunde Jouke de Vries. „Dat betekent ingrijpen vooraf. Daarom willen burgemeesters extra bevoegdheden van de minister.” Vooral „presidentiële burgemeesters” als Opstelten (Rotterdam) en Leers (Maastricht) staan volgens De Vries een harde aanpak voor. Theo de Roos stelt dat dat „een product van ons veiligheidsdenken” is.
Ook Cornelis kiest nu voor de hardere lijn. Opmerkelijk, vindt Jouke de Vries. „Eerst kapittelt hij samen met Stikvoort [politiecommissaris Midden-Holland] de Tweede Kamer dat de toon in het debat minder kan, maar later komt hij zelf met allerlei strenge maatregelen.” Dat hij de randen opzoekt begrijpt De Vries wel, al blijft het een taboe om achter de voordeur in te grijpen. „Maar ik zie op tv programma’s waarin wonderlijke resultaten worden geboekt.”
