De Wikipedia-droom van minister Plasterk
Scheveningen, 10 okt. Op het eerste Nationaal Onderwijsdebat, gisteren in Scheveningen, bedacht minister Plasterk nieuwe vergezichten. En leraren discussieerden over leraren.
Het is voor een minister van Onderwijs ontzettend moeilijk om géén geschiedenis te willen schrijven. Dat werd eerder dit jaar duidelijk in het rapport van de commissie-Dijsselbloem. Ook gisteren, tijdens het eerste Nationaal Onderwijsdebat, georganiseerd door adviesbureau BMC, bleek hoe moeilijk het is om als onderwijsminister enige zelfbeheersing te betrachten.
In het Fortis Circustheater in Scheveningen – waarover vandaag geen grappen, zei presentator Fons de Poel – kwamen bijna vierhonderd leraren bijeen. Op de vraag wie van „het management” was, stak meer dan de helft van de zaal zijn hand op. Ze waren gekomen om te discussiëren over de conclusies van de commissie-Dijsselbloem – en vooral wat zij daar zelf, in hun scholen, mee kunnen doen.
Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) antwoordde aanvankelijk beheerst op de vraag van dagvoorzitter De Poel, of ook hij van plan was geschiedenis te gaan schrijven. De minister wilde geen al te gekke dingen gaan doen, zei hij. Er komen geen stelselwijzigingen en Plasterk wil de mensen in het onderwijs de gelegenheid geven om hun vak uit te oefenen. „De leraren zijn overgeslagen bij eerdere onderwijsvernieuwingen. Hun is niet gevraagd: kunnen jullie dat wel?”
Nog maar net had Plasterk zijn goede voornemens uitgesproken, of hij begon over het actuele onderwerp van de gratis schoolboeken. Aanvankelijk hoefde die maatregel van Plasterk niet. „Maar nu we het doen, vind ik het een veel beter idee dan ik dacht.” Hij zou er zelfs nog een schepje bovenop willen doen. „Een schoolboekenpakket weegt gemiddeld veertien kilo, terwijl al die informatie op een usb-stick past.” Waarop hij suggereerde dat het schoolmateriaal ook op een „Wikipedia-achtige manier” kan worden verzameld. Daarbij wordt de informatie vrij toegankelijk gepubliceerd, zoals dat in de wetenschap gebeurt. „Leraren natuurkunde zouden gezamenlijk kunnen werken aan de havo-stof. Het materiaal kan worden veranderd. Zo kan een katholieke school er een andere interpretatie aan geven.”
De zaal met leraren moest er een beetje om lachen.
Het gesprek met Plasterk was niet het belangrijkste onderdeel van het debat. In de wandelgangen tijdens tien debatrondes spraken de aanwezigen over de kwaliteit van het onderwijs en hoe je dat kunt meten. Over professionalisering, ‘menselijke organisaties’. En wat kan een school doen om de betrokkenheid van leerlingen te vergroten?
Het wordt moeilijker en moeilijker om kinderen voor een onderwerp te interesseren, zei de Apeldoornse leraar Nederlands en filosofie Wim van Willegen, die 34 jaar voor de klas staat. „Ik wil graag Multatuli en Hooft behandelen, maar ik zie minimale belangstelling. Zie ik dat nou juist?” Hij kreeg weinig concrete bijval, waarbij het zich enigszins wreekte dat de deelnemers van het debat zowel op basis- als op middelbare scholen werken. Kleuters prikkel je nog met de vraag wat ze nog niet weten over indianen. Voor het motiveren van vmbo-leerlingen is iets anders nodig. Jan Veldman van een daltonschool uit Leeuwarden antwoordde: „Je moet buiten het boekje durven gaan om kinderen nieuwsgierig te maken.”
Alleen met vuur kun je vuur ontsteken, concludeerde een leraar. Uiteindelijk krijg je gemotiveerde leerlingen door een goede leraar. Of zoals Erik Scholten, lid van een leerlingenraad, het zei: „Leerlingen hebben een sixth sense: wat kunnen we met deze leraar?”
Als leraren maar de kans krijgen om hun vak uit te oefenen, zeiden de leraren Plasterk na.
