Recht op aanwezigheid advocaat bij verhoor
Den Haag, 4 december. Advocaten hebben vanaf nu het recht om persoonlijk aanwezig te zijn bij het politieverhoor van hun cliënt. Deze conclusie trekt prof. dr. T. Spronken van de Universiteit van Maastricht uit een arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 27 november.
Zij noemt het arrest ‘spectaculair’. Het maakt een einde aan een juridisch debat in Nederland over de rechtsbescherming van de verdachte „dat al 50 jaar duurt”. „Dit werpt een heel ander licht op de Nederlandse praktijk. Vanaf nu kan iedere verdachte aanspraak op een advocaat bij het verhoor maken."
De Orde van advocaten noemt in de interne nieuwsbrief de uitspraak van groot belang voor de Nederlandse praktijk. U kunt er nu niet bij want ze zijn net in verhoor, is niet langer acceptabel”, schrijft de advocaat en strafrechtdocent Robert Malewicz.
Het arrest werd gewezen in een zaak die tegen Turkije werd aangespannen door Yusuf Salduz, een demonstrant met Koerdische sympathieën. De man beklaagde zich erover dat hij tijdens het politieverhoor geen bijstand van een advocaat had. Hij werd veroordeeld op verklaringen die hij naar eigen zeggen onder dwang zou hebben afgelegd. Het Hof in Straatsburg oordeelde dat dit inderdaad in strijd is met artikel 6 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat artikel geeft burgers in de lidstaten van de Raad van Europa het recht op een eerlijk proces.
Letterlijk zegt het Hof dat „als regel” toegang tot een advocaat moet worden geboden vanaf het eerste politieverhoor tenzij aangetoond kan worden dat er in dit individuele geval dwingende redenen zijn om dit recht te beperken. Ook als zo’n uitzondering gemaakt wordt mag dat nog niet onbillijk uitwerken op de rechten van de verdachten op een fair proces. „De rechten van de verdediging zijn in beginsel fataal beschadigd (irretrievably prejudiced) als er belastende verklaringen tijdens een politieverhoor zonder aanwezigheid van een advocaat zijn gebruikt als basis voor een veroordeling."
Spronken geeft aan dat het strafproces in Turkije en Nederland op dit punt met elkaar vergelijkbaar zijn. In beide landen zijn verklaringen tegenover de politie toegelaten als bewijsmiddel in het strafproces. Zij wijst er op dat het Europese Hof met deze uitspraak nu ‘om’ is. In het verleden werd, net als door de Nederlandse Hoge Raad, geen verplichte aanwezigheid bij of consultatie voorafgaand aan het politieverhoor voor de advocaat afgeleid uit het grondrecht op rechtsbijstand. „Ze hebben zich daar tot nu toe eigenlijk niet over willen uitspreken." Het arrest werd gewezen door de Grote Kamer van het Hof. Dat wijst er ook op dat het Hof een wijdere strekking aan deze uitspraak wilde geven. Dat valt ook op te maken uit de argumentatie van het arrest.
In Nederland is als uitvloeisel van de justitiële dwaling in de Schiedammer parkmoord, een experiment gaande met de aanwezigheid van een advocaat bij het verhoor. Dat is beperkt tot moord- of doodslag zaken. De advocaat mag dan bij het verhoor zijn, mits hij geen oogcontact maakt met de verdachte, z’n mond houdt en zich niet bemoeit met de inhoud van het verhoor. Eventuele opmerkingen mogen alleen achteraf worden gemaakt. Dit experiment staat volgens Spronken nu „op losse schroeven”. „Alle rechters in Europa moeten hiermee nu rekening houden."
Geert Jan van Oosten, woordvoerder van de Vereniging van Strafrechtadvocaten zegt dat het arrest „een heel belangrijk winstpunt” voor de verdediging is. „Dit is nog nooit eerder zo gezegd." Hij vermoedt dat de verdachte onder deze nieuwe jurisprudentie niet automatisch een advocaat zal krijgen. „Daar zal een verdachte tamelijk actief om moeten vragen."
Ook is het hem nog niet duidelijk of de advocaat ook al bij het eerste politieverhoor zal worden uitgenodigd. „Ik ben daarin wat voorzichtiger dan Spronken." Onduidelijk is het volgens hem ook wat de rol van de advocaat tijdens dat verhoor precies mag zijn. „Er moet nog veel worden uitgewerkt." In de praktijk wordt de piketadvocaat (advocaat van dienst; red) nu pas gebeld op het moment van inverzekeringstelling. „Dan is nagenoeg altijd het kwaad al geschied."
Van Oosten wijst er ook op dat advocaten die nu bij verhoren mogen zitten alleen het pressieverbod mogen controleren. Het uitoefenen van onbehoorlijke druk op de verdachte door de politie. „Als ik tijdens een verhoor aanmerkingen zou maken over misleiding door de politie, word ik er meteen uitgegooid."
Spronken is voorzitter van de adviescommissie strafrecht van de landelijke Orde van Advocaten en lid van de commissie die het experiment begeleidt. Zij promoveerde op de rechten van de advocaat in strafzaken. Eerder moest Nederland na een arrest van het Europese Hof de termijn voor inverzekeringstelling aanpassen.
Het ministerie van Justitie laat weten dat de uitspraak wordt bestudeerd. De Kamer wordt nog voor het kerstreces geïnformeerd, in het bijzonder „of en welke gevolgen deze uitspraak heeft voor het experiment dat in 2010 wordt afgerond”. Sinds de zomer wordt er op beperkte schaal bij levensdelicten geëxperimenteerd met advocaten bij het verhoor.
De woordvoerder van de Raad van Hoofdcommissarissen zegt dat in beginsel uitspraken uit Straatsburg alleen betrekking hebben op het land waartegen ze worden gewezen. De politie verwacht dan ook geen directe consequenties voor de praktijk in Nederland. Uitgesloten is het echter niet. „De interpretatie van Justitie is voor ons daarin uiteindelijk leidend”. Eerder paste Nederland de eigen termijn voor inverzekeringstelling aan na een Straatsburgse uitspraak tegen een andere lidstaat.
