Twee Limburgen sluiten verdrag

Zo'n beetje op de grens bij het kasteel Eijsden treffen Belgen en Nederlanders elkaar in de Bronk-processie, een jaarlijkse manifestatie van religie en cultuur.
Door onze correspondent Paul van der Steen

Belgisch en Nederlands Limburg als een geheel. Hun ambitie wordt breed gesteund. Er is ook protest: „Hier wordt een klef wij-gevoel opgeroepen.”

Maaseik, 10 dec. Steve Stevaert, de gouverneur van Belgisch Limburg, zegt het voor de zekerheid nog maar een keer: het is niet zijn bedoeling om zich af te scheiden van België of Vlaanderen. Dat hij deze dinsdagavond in het grensstadje Maaseik het Limburgs Charter tekent, waarin beide Limburgen afspreken voortaan zoveel mogelijk gezamenlijk op te trekken, heeft andere redenen. De eendracht moet beide provincies opstoten in de vaart der volkeren. „Grenzen zijn littekens uit een ver verleden”, vindt Stevaert. „Grenzen veroorzaken nooit welvaart.” Met andere woorden: weg ermee.

„Het Europa van de toekomst is een Europa van de regio's”, zegt Léon Frissen, commissaris van de koningin in Nederlands Limburg. „We willen kracht uitstralen en geen zwakte. Daarom moeten we af van het beeld van Limburg als de blindedarm van Nederland.”

De beide Limburgen werken al ruim dertig jaar samen in de Euregio Maas-Rijn met de Waalse provincie Luik, de Duitstalige gemeenschap in Belgie en de regio Aken. Het levert best wat op, maar het lukt niet om met vijven de snelheid te ontwikkelen die in de provinciehoofdsteden Hasselt en Maastricht gewenst wordt. Bij de feestelijke ondertekening van het Charter in Maaseik wordt het ontkend, maar in feite bestaat er nu een euregio van de twee snelheden. Het akkoord staat vol goede voornemens: grensoverschrijdend openbaar vervoer, een gezamenlijk project van de Limburgse kranten, onderwijssamenwerking, gezamenlijke gebiedsontwikkeling, één veiligheidsbeleid en nog veel meer. De slagroom op de taart: het zoveel mogelijk optrekken als één provincie met een West- en een Oost-Limburg.

Ter rechtvaardiging wijst het Charter op ‘de vele culturele en historische banden’. Maar zijn die er wel? Guido Wevers is geboren en getogen in het ‘West-Limburgse’ Maasmechelen. Hij leidt het Theater aan het Vrijthof in Maastricht, hoofdstad van ‘Oost-Limburg’. Dit voorjaar organiseerde hij een showavond over de verschillen en overeenkomsten tussen de beide provincies. „Als grap noemden we de toenadering een zomerliefde. Als de Maas, de grensrivier, laag staat, zoeken de beide Limburgen elkaar op. Maar hoe is dat in de winter?”

In de beleving van Wevers bestaat de grens niet meer. „Als ik als kind een winterjas nodig had, gingen we naar Hasselt en niet naar het dichterbij gelegen Maastricht. Als we al een keer naar Maastricht gingen, dan ging bij de grensovergang gejuich op in de bus als de commiezen je lieten doorrijden, omdat alle vrouwen boter in de voering van hun mantels smokkelden. Dat is allemaal veranderd.”

Het Charter heeft de sympathie van de theaterdirecteur. „Waar de beide Limburgen verschillen, is er sprake van complementariteit. Maar ze hebben ook een gemeenschappelijk verleden met de mijnen, ze delen een taal.”

Joep Leerssen, hoogleraar moderne Europese letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, winnaar van de Spinoza-premie en opgegroeid in Maastricht en Mheer ('Oost-Limburg'), zet vraagtekens bij de verwijzingen naar gemeenschappelijkheden. „Dat ene Limburg heeft feitelijk bestaan van 1815 tot 1830”, aldus de wetenschapper die van nationalisme zijn specialiteit maakte. „Voor wie het heel ruim neemt van 1795 tot 1839. Beide gewesten delen wel de gewaarwording van marginaliteit. Beide Limburgen zijn in de beeldvorming een beetje het sukkeltje van hun land. Elke poging om dat te doorbreken en te zorgen voor een betere economie, beter onderwijs en betere infrastructuur is heel verstandig. Maar laat ze niet aankomen met een verhaal over culturele gemeenschap met een lange, gezamenlijke historie. Dat is een verkooppraatje. Hier wordt een klef wij-gevoel opgeroepen, waar politici beducht voor zouden moeten zijn.”

Leerssen vermoedt dat de ambitieuze gouverneurs hun neus gaan stoten. „Het noorden en zuiden van Nederlands Limburg zijn al nauwelijks bij elkaar te houden. Het lukt niet om MVV, Roda JC en Fortuna Sittard samen te voegen. Zou het dan wel lukken met twee provincies in twee verschillende landen?”

Gepubliceerd in:
Binnenland
Nederland
Nieuwsbrief