Dan moet de burgemeester het stadhuis bewaken

Door onze redacteur Merel Thie

Gemeenten willen dat Oud en Nieuw rustig verloopt. Vandalisme en vuurwerkschade moeten voorkomen worden. En daar moeten leraren en café-eigenaren voor zorgen.

Rotterdam, 16 dec. De leraren in Apeldoorn piekeren er niet over: op oudjaarsavond surveilleren rond hun eigen school. Zo zou voorkomen kunnen worden dat de school door vandalen in brand wordt gestoken. De burgemeester van Apeldoorn had dat in een brief gesuggereerd.

Leraren reageerden er „lacherig” op, vertelt Otto Meulenbeek, namens 31 scholen in de regio die zijn aangesloten bij Stichting Leerplein 055. „Gaat de burgemeester dan ook zelf het stadhuis bewaken, vroegen ze zich af.”

Bij nader inzien had de gemeente Apeldoorn het allemaal niet zo bedoeld, zegt een woordvoerder. Het was maar een suggestie; dat buurtbewoners en leraren die in de buurt woonden een oogje in het zeil zouden houden. De gemeente had met de brief wel iets duidelijk willen maken: dat het met Oud en Nieuw rustig blijft „is een verantwoordelijkheid van ons allemaal”.

De nieuwjaarsnacht lijkt elk jaar onrustiger te verlopen. Vorig jaar ontstond in 22 scholen brand en werd er, schatten verzekeraars, voor ten minste 4 miljoen euro schade aangericht door alleen al autobranden. Cijfers over de totale schade zijn er niet.

De door de overheid ingestelde Commissie Overlast Jaarwisseling bedacht maatregelen die gemeenten kunnen nemen in de aanloop naar Oudjaarsnacht: een feest dat volgens de commissie nog het beste vergeleken kan worden met een risicowedstrijd in het betaald voetbal.

Op sommige plaatsen in het land hebben de aanbevelingen van de commissie geleid tot onorthodoxe maatregelen, zoals de brief aan scholen in Apeldoorn. En in Rotterdam delen buurtagenten kaarten met dreigende teksten uit aan samenscholende jongeren. Zoals: „Oud en Nieuw is een feest. Ga je slopen, dan verpest je het voor jezelf, je gaat de cel in, betaalt de schade zelf en krijgt een strafblad. Dag carrière.” In het hele land zullen daders snel worden berecht.

Ook opvallend zijn de maatregelen in de Gelderse gemeente Lingewaard. Café-eigenaren die in de Nieuwjaarsnacht tot vijf uur open willen blijven, werden onaangenaam verrast door een speciale voorwaarde die de gemeente daaraan verbindt. Als er schade wordt aangericht in een straal van vijftig meter rond hun café, zijn de horecaondernemers daarvoor aansprakelijk. Daarnaast hebben vanaf maandag alle politieauto’s er een camera op het dak.

Burgemeester Harry de Vries (CDA) van Lingewaard: „Ik vind het leuk hoor, dat mijn collega's kaarten sturen aan jongeren, maar de ervaring leert dat de doelgroep niet zo lezerig is.” Lingewaard (45.000 inwoners) had vorig jaar een ton schade na Oud en Nieuw. Op foto’s die de politie van daders had, werd niemand herkend. Dat vond de burgemeester „enigszins verdacht” in een kleine gemeente waar juist bijna iedereen elkaar kent.

Dit jaar moet het anders, vindt hij. De gemeente heeft zich daarbij expliciet afgevraagd „wie we medeverantwoordelijk kunnen maken”, zegt De Vries. „De verantwoordelijkheid van mensen eindigt niet meer bij de drempel van de voordeur, of in dit geval, het café.”

Deze gedachte past binnen het kabinetsbeleid, zegt de Tilburgse politicoloog Marcel Boogers. „Als er iets mis gaat, wordt vaak naar de overheid gekeken, en dat ziet het kabinet graag anders.”

Maar moeten leraren en horecaondernemers nu verantwoordelijkheid nemen voor wat relschoppers aanrichten?

„Het komt misschien wat bevoogdend over”, zegt Boogers, „maar het is natuurlijk helemaal zo gek niet om buurtbewoners of leraren die in de buurt van school wonen te vragen een oogje in het zeil te houden. Misschien is het niet in alle gevallen zo gelukkig gebracht.”

Of de regels voor cafés in Lingewaard ook bij de rechter stand zullen houden, vraagt Boogers zich wel af. „Het gaat ver.” En ook burgemeester Harry de Vries weet het niet zeker. Hij krijgt ineens „heel veel” ongevraagd juridisch advies. „De helft zegt dat het wel kan, en de andere helft niet. Maar we gaan het proberen.”

Gepubliceerd in:
Binnenland