Hero Brinkman: bloedfanatiek en altijd in de aanval

Hero Brinkman voor zijn boerderij in Middenbeemster.
Door onze redacteuren Pieter van Os Barbara Rijlaarsdam

Hero Brinkman, Kamerlid voor de PVV, grossiert in radicale standpunten. Als politieman wilde hij ‘doorpakken’, in het parlement is de provocatie zijn handelsmerk.

Zijn vaste ‘papadag’ moest Hero Brinkman anderhalve week geleden aan zich voorbij laten gaan. Het Kamerlid voor de PVV was op Aruba en de Nederlands Antillen. Daar vormde hij het middelpunt van een politieke controverse, die zich al aftekende voor het vertrek van de Kamerdelegatie waarvan hij deel uitmaakte.

Al bij een vorig bezoek had Brinkman de verhoudingen op scherp gezet met enkele forse uitspraken. Zo stelde hij voor de eilandengroep – „een grotendeels corrupt roversnest” – te koop te zetten op marktplaats.nl. Afgelopen december noemde hij Aruba op de voor het toerisme belangrijke Amerikaanse zender Fox „corrupt as hell”. Eenmaal aangekomen, hoorde hij dat chef protocol Eric Brete dreigde hem „op zijn bek te slaan”. En nadat de PVV-politicus in een officieel overleg de Arubaanse minister van Justitie Croes „laf” en „leugenachtig” noemde, besloten zijn collega’s tot een unicum in de parlementaire geschiedenis: ze zetten Brinkman uit het Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties.

Het was de zoveelste keer dat Brinkman, na Geert Wilders misschien wel het meest provocerende lid van de PVV, in het nieuws kwam. Wie is deze man?

Op een ruime bank in zijn grote boerderij in Middenbeemster tilt Hero Brinkman (44) zijn zeventien maanden oude zoontje Matthijs nog eens op. Even ruiken of het tijd is voor een nieuwe luier. Iedere vrijdagochtend haalt de voormalig wijkagent zijn zoontje op in Amsterdam, zaterdagmiddag brengt hij hem terug naar zijn ex-vriendin. Op zo’n papadag is het anders zo felle PVV-Kamerlid de rust zelve. Door het raam achter de bank is een grazende kudde schapen te zien. Midden in de woonkamer staat een pooltafel. Brinkmans zoon wrijft zich met twee handjes in de ogen; tijd voor een slaapje.

Als Kamerlid heeft Brinkman de afgelopen twee jaar een reputatie opgebouwd met forse beschuldigingen en rigoureuze beleidsvoorstellen. Zo wilde hij het leger inzetten om de problemen met Marokkaanse jongeren in Gouda op te lossen. Hij beschuldigde minister Eurlings (Verkeer en Waterstaat, CDA) van speculatie met voorkennis, omdat deze een vakantiehuis op Bonaire zou hebben gekocht in de wetenschap dat het eiland een Nederlandse gemeente zou worden – waardoor de waarde van de woning zou kunnen stijgen. Hij noemde burgemeester Cohen „laf” en „de slechtste en meest naïeve burgemeester van Nederland”. Kamerlid Ton Heerts (PvdA) kreeg het predicaat „landverrader”. En in een debat waarin Laetitia Griffith verklaarde dat Nederland „in brand staat”, bezondigde de VVD-politica zich volgens Brinkman aan „multicultureel gewauwel”.

Het levert hem veel kritiek op van collega’s. Ineke van Gent (GroenLinks): „Hij herhaalt voortdurend voorgebakken standpunten; is totaal ongeïnteresseerd in welke vorm van dialoog ook. Hero wil louter poneren, provoceren en problemen veroorzaken.” Johan Remkes (VVD): „Hij verziekt het debat. De rel staat altijd voorop, de inhoud verdwijnt naar de achtergrond.”

Toch, benadrukken Kamerleden die dikwijls met Brinkman debatteren, gaat achter de grote mond een man schuil die buiten de vergaderingen veel waarde hecht aan een goede omgang met zijn collega’s. Van Gent, die hem in debatten vaak stevig van repliek dient, laat zich zijn toenaderingen graag welgevallen. Maar op de Antillen had ook zij genoeg van hem. „Herrie met Hero had ik wel verwacht. Maar niet dat het zó erg zou zijn.” Ze sluit zich aan bij delegatieleider Willibrord van Beek (VVD), die meent dat Brinkman „alle fatsoensnormen overtrad”. Van Gent: „Ik zit al wat langer in de politiek en ik heb geleerd nooit haatdragend te zijn, maar soms ben je wel even helemaal klaar met iemand.”

Dat verbaast Brinkman, die meent dat onvrede onder zijn collega’s „altijd politiek is, nooit persoonlijk”. Want in Den Haag is het goed toeven. Al vertegenwoordigt Brinkman met de PVV een anti-Haagse, anti-establishmentpartij die het compromis schuwt, hij geniet zichtbaar van de debatten in de Tweede Kamer. Met al zijn collega’s zegt hij goed te kunnen opschieten. Remkes beaamt: „In de persoonlijke omgang is het geen vervelende man.”

Brinkman noemde Kamervoorzitter Gerdi Verbeet in een interview „partijdig”, iemand die „spelletjes tegen de PVV” tolereert. Een forse aantijging. Maar op de laatste avond voor het kerstreces stuift hij in Nieuwspoort op haar af, om uitbundig met haar te dansen. Ook voetbalt Brinkman mee met een team parlementariërs dat het, eens in de zoveel tijd, opneemt tegen burgemeesters, wethouders, gemeenteraadsleden en ambtenaren. Brinkman, die in de spits staat, is „geen begenadigd techneut”, zegt teamgenoot Hans Spekman (PvdA), „maar wel bloedfanatiek”. En altijd in de aanval.

Hero Brinkman werd op 29 december 1964 geboren in een arbeiderswijk van Almelo. Zijn moeder, die eerst als schoonmaakster werkte en later ‘dradenbomen’ in elkaar zette voor tv’s en transistorradio’s van Philips, was net zestien toen ze in verwachting raakte. Zijn vader, die zijn leven lang zou werken in de textielindustrie, was twintig. In de familie van Brinkman, die enig kind is, heet de oudste zoon traditioneel Hero.

Vanaf zijn twaalfde kon zijn vader hem verbaal niet meer aan. „Mijn vader zei altijd: jij moet of de politiek in, of advocaat worden.” Na havo en vwo vertrok Brinkman op zijn negentiende naar de politieschool in Amsterdam. Tegelijkertijd haalde hij zijn propedeuse rechten.

De hele familie Brinkman stemde PvdA. Brinkman zelf ook. In de jaren negentig was hij zelfs enkele jaren lid. Hij geloofde toen nog, in wat hij zelf noemt „sociaal-maatschappelijke samenwerkingsprojecten”. Zo leidde hij een project met de bedoeling alcoholisten te helpen door ze aan fietsen te laten sleutelen in een werkplaats.

Maar van reïntegratie kwam weinig terecht. Brinkman kwam tot de conclusie dat de PvdA eerst kiest voor eindeloos overleg met stichtingen en commissies, voor er „met de vuist op tafel kan worden geslagen”. Terwijl alleen dat laatste helpt, denkt Brinkman.

Als buurtregisseur in het Amsterdamse Oud-West ontpopte Brinkman zich tot een politieman met de reputatie een lik-op-stukbeleid voor te staan. Bijnaam: ‘Rambo van de Bellamybuurt’. Saranna Maureau, destijds namens GroenLinks voorzitter van de stadsdeelraad: „Hij was een beetje een cowboy, die er prat op ging boeven te vangen. Hij vulde het buurtregisseurschap op zijn geheel eigen, vrij drieste wijze in. Hij trad hard op. Niet alleen tegen junks en krakers. Ook als iemand zijn hond vrij liet lopen, koos Hero voor de harde aanpak.”

Maureau fietste dagelijks langs een muur met de metersgrote graffititekst „No more Hero’s”. Insiders begrepen waar dat op sloeg. Het pand aan de Kostverlorenkade was op instigatie van Brinkman ontruimd, maar de krakers hadden het binnen twee uur heroverd op de antikraakwacht. Brinkman wilde ‘doorpakken’; traangas erin, krakers buiten opvangen. Bestuur en politieleiding wilden het niet. De krakers bleven. Triomfantelijk schreven ze de tekst op de muur. Die bleef maanden staan, tot ergernis van Brinkman. Maureau: „Het illustreerde volgens hem de laksheid van politie en bestuur.”

Oud-stadsdeelwethouder Werner Toonk (VVD), die het goed met hem kon vinden: „Hij had een eigen stijl van opereren. Andere buurtregisseurs waren meer van het overlegmodel: langskomen, koekeloeren, voorzichtig bijsturen. Hero ging er bovenop. Hij was voor de duvel niet bang. Maar hij was ook niet onredelijk.” Toonk vertelt over Brinkmans specialiteiten als wijkagent: krakers, wiet – hij rolde in totaal veertig, vijftig plantages op – en de El Tawheed-moskee. De laatste kreeg landelijke bekendheid doordat er homofobe boeken werden gevonden; Brinkman tipte er de politie-inlichtingendienst RID over. Hij vroeg zijn meerderen maatregelen te nemen tegen de moskee wegens veelvuldig overtreden van regels over de brandveiligheid. Tot zijn niet geringe woede deed het stadsbestuur dat niet. Toonk: „Wat de El Tawheed betreft, had Brinkman gewoon gelijk.”

Door zijn wijze van optreden en zijn kritiek op de leiding was Brinkman bij de korpsleiding niet erg populair. Toonk: „Op zijn afscheid waren er opvallend weinig mensen. Van de leiding was er niemand. Terwijl hij als diender Kamerlid werd, toch geen alledaagse gebeurtenis.”

Dat was in 2006. Brinkman verkocht zijn paarden – zijn grote hobby – en ging de Tweede Kamer in, waar hij de voor de PVV belangrijke portefeuille veiligheid en binnenlandse zaken beheert. De politiek trok al eerder, maar toen Pim Fortuyn zijn lijst samenstelde, meldde Brinkman zich niet. Al was hij „een groot fan”, hij had het te druk met het verbouwen van een oude boerderij in Oosthuizen. Achteraf vond hij dat laf van zichzelf. Dus toen Wilders zich afsplitste van de VVD, zei hij tegen zichzelf: „Je doet het nu, of je houdt voor eeuwig je kop over dit land.”

In een hotel op de Veluwe kreeg Brinkman met andere geselecteerde sollicitanten de gelegenheid in enkele minuten te laten zien hoe ze de Tweede Kamer zouden toespreken. Kamerlid Martin Bosma, die samen met Wilders de partijlijst voor de verkiezingen opstelde: „Als een soort Idols-jury zaten Geert en ik achter een tafel.” Brinkman maakte direct indruk. Hij vertelde hoe slappe bestuurders het gezag van de politie ondermijnen. En hij gaf de rest van zijn politieke verlanglijstje: strenger straffen, weg met coffeeshops en gedoogbeleid. Ook wat betreft de immigratiestop zat Brinkman op de lijn van Wilders. Bosma: „Dat was van: pats, bam, boem; daar zat geen woord Spaans bij.”

Vanaf de eerste dag in de Tweede Kamer, zegt Bosma, maakte Brinkman de verwachtingen waar die hij op de Veluwe schiep. Al in zijn maidenspeech, in januari 2007, kwamen zijn belangrijkste ergernissen aan bod: gebrek aan respect voor de politie en daarmee samenhangende strategie van pappen en nathouden onder bestuurders. „De PVV wil de macht van de theedrinkende burgemeesters doorbreken.” Zonder gezag, verklaarde Brinkman, „krijgt degene die het hardst schreeuwt, het meeste gedaan. De politieman op straat heeft daar last van.”

Zijn oplossing voor dit gezagsverlies, blijkt sindsdien uit Brinkmans werkwijze, is hard terugschreeuwen in de Kamer. Tot ergernis van onder anderen Remkes: „Pure provocatie, waarin hij minutieus wordt aangestuurd door Wilders.”

Bosma ontkent dat zijn collega een door Wilders aangedreven frontsoldaat is. „Onze fractie is gedisciplineerd, maar als we een debat ingaan, is het heus niet zo dat alles is afgestemd met Geert.” Met Wilders – intussen Brinkmans „beste vriend” – voert de voormalige wijkagent ’s ochtends vroeg besprekingen over van alles en nog wat. Brinkman noemt het „de mooiste momenten van de dag”. Hij heeft dan nog een fris hoofd, van de tocht die hij dagelijks aflegt van Middenbeemster naar Den Haag. Op de motor, langs de files. Onder zijn motorpak draagt Brinkman een overhemd; zijn pakken en stropdassen hangen in de Tweede Kamer. Brinkman, die als politieman vooral met dedain over zijn leiding sprak: „Geert is een politiek fenomeen. En dat zeg ik niet omdat hij mijn fractievoorzitter is. Ik kan zo verschrikkelijk veel van hem leren.”

Wilders kan hem helpen zich niet te conformeren aan de parlementaire mores, wat van groot belang is voor zijn politieke effectiviteit. Voordat je het weet, zegt Brinkman, praat je in hetzelfde „wazige geneuzel” dat hij juist „spuugzat” is. Toch blijkt hij ook kwetsbaar voor duidelijke taal. Toen Ineke van Gent hem in het debat over Eurlings’ buitenhuis opriep man en paard te noemen, omdat hij „altijd zo’n grote waffel heeft”, reageerde Brinkman geprikkeld. Hij vroeg de Kamervoorzitter of ze Van Gent toestond zo’n onparlementair woord te laten gebruiken.

Meedoen is voor een partij als de PVV de dood in de pot. Paradoxaal genoeg smacht Brinkman tegelijk naar meer samenwerking met andere partijen. En naar een forse groei bij de verkiezingen, opdat de PVV de tweede of derde partij van Nederland wordt. Want hij wil niet alleen gelijk hebben, zegt Brinkman, maar het ook krijgen.

Curriculum Vitae

1964: Geboren in Almelo

1976-1983: Havo, daarna VWO

1983-1985: Politieschool, en propedeuse rechten

1985-1999: Politieagent in Amsterdam

1999-2006: Buurtregisseur in Amsterdam, laatstelijk met de rang inspecteur van politie

november 2006 - heden: Lid van de Tweede Kamer voor de PVV. Portefeuille veiligheid en binnenlandse zaken

Brinkman is gescheiden en heeft een zoon van zeventien maanden.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Binnenland