Medische wereld stopt missers van collega’s in de doofpot
Enschede, 30 jan. Jarenlang heeft ze zich schuldig gevoeld. „Als ik destijds mijn klacht bij het Medisch Tuchtcollege had doorgezet, dan had ik misschien leed bij anderen kunnen voorkomen.”
Ineke Damink (67 jaar) tekent in 2001 een „vaststellingsovereenkomst” met het ziekenhuis Medisch Spectrum Twente (MST). Het blijkt een ‘zwijgcontract’: ze mag niet meer spreken over wat haar is overkomen bij de neuroloog die naar nu blijkt bij mogelijk tientallen patiënten een verkeerde diagnose (alzheimer, parkinson, MS) heeft gesteld. Ze moet beloven dat ze haar medisch dossier vernietigt, en dat ze zal doen alsof ze de neuroloog nooit heeft ontmoet.
De arts heeft buiten haar medeweten haar bloed opgestuurd voor DNA-onderzoek. Ze ontdekt dat als ze in bezit komt van haar medisch dossier. Dat is haar toegezonden door het Regionaal Medisch Tuchtcollege, waar ze een tuchtzaak aanhangig heeft gemaakt wegens een verkeerde diagnose. Volgens de neuroloog zou ze de ziekte van Alzheimer hebben. Die heeft ze niet.
Damink laat de tuchtzaak met 15.000 gulden afkopen. Onder de overeenkomst staat de handtekening van Henk Bijker, van 1997 tot eind 2003 voorzitter van de raad van bestuur van MST. Hij kan zich slechts „een enkel incident” herinneren rondom de neuroloog. Van een zwijgplicht voor patiënten zegt hij niets meer te weten: „Maar als er documenten van bestaan, dan zal dat zo zijn.” Het is tijdens zijn voorzitterschap gebruikelijk zaken door middel van mediation op te lossen, schetst Bijker. „Als zo erger kon worden voorkomen, dan was de zaak geregeld.”
Pas in november 2003 – er doen dan al langere tijd verhalen de ronde – beschikt het toenmalig lid van raad van bestuur Tom Zijlstra naar eigen zeggen over „harde feiten” tegen de arts. Zijlstra krijgt dan kopieën van recepten toegespeeld die zijn vervalst door de neuroloog. De arts deed dat om in zijn medicijnverslaving te voorzien, zo erkent hij in een gesprek met Zijlstra. Hij slikt(e) per dag zes of zeven tabletten Dormicum, een middel dat het bewustzijn verlaagt, om in een roes te raken, verklaart hij later tegenover de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Uiteindelijk vertrekt de neuroloog „met stille trom”, zoals de oud-bestuurder het omschrijft. Afgesproken wordt dat de arts zijn salaris krijgt doorbetaald tot aan zijn snel naderende „vroegpensioen”, dat collega’s de dossiers overnemen en dat ze, waar nodig, zijn fouten herstellen. „Je wilt niet meer schade aanrichten dan nodig”, is Zijlstra’s overweging.
De oud-bestuurder verklaart dat hij met de arts heeft afgesproken dat hij nooit meer aan de slag gaat als neuroloog, maar of en hoe die afspraken zijn gemaakt, is onduidelijk. De neuroloog is in elk geval nooit uit het BIG-register geschrapt, de landelijke registratie van onder meer artsen. In 2006 gaat hij in Duitsland aan de slag.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg en het Openbaar Ministerie (OM) zijn destijds op de hoogte gebracht, beweert Zijlstra. Maar de Inspectie voor de Gezondheidszorg zegt nooit door het ziekenhuis te zijn geïnformeerd, zo blijkt deze week uit telefoonnotities en brieven van de inspectie waarover Villa VPRO beschikt. Pas als een journalist van De Telegraaf in maart 2004 navraag doet over een aan opiaten verslaafde arts, komt de inspectie in actie. Bij het OM kan niemand zich een melding van Zijlstra herinneren. De inspectie overlegt in augustus 2004 wel met het OM, zonder de naam van de arts te noemen. Maar het OM zou hebben gezegd: „Laat het hier maar bij.”
Yme Drost, letselschadespecialist uit Hengelo, die de belangen behartigt van tientallen gedupeerden, formuleert het zo: „Iedereen stond erbij en keer ernaar.” Aangiftes bleven achterwege, niemand schakelde het Regionaal Medisch Tuchtcollege in. Het OM in Almelo dat via Drost in 2007 op meerdere foute diagnoses is gewezen, nam ook toen niet de moeite de zaak te onderzoeken. „Ondergesneeuwd”, reageerde een woordvoerder.
Hoe kan dat?
De huidige voorzitter van de raad van bestuur van MST, Herre Kingma, spreekt over „de oude cultuur, die van conspiracy of silence. In het verleden werden heel vaak zaken onderling geregeld. Dat was de cultuur, je moest niet te veel misbaar maken.” Kingma was jarenlang inspecteur-generaal bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Hij pleitte in die positie, en ook in zijn huidige baan, voor meer openheid.
Die is er ook gekomen, vindt de woordvoerder van de Orde van Medisch Specialisten. Fouten zijn steeds beter bespreekbaar en artsen krijgen meer oog voor elkaars functioneren.
Letselschadespecialist Drost en Sophie Hankes van Slachtoffers Iatrogene Nalatigheid-Nederland, een organisatie die zich teweerstelt tegen medische fouten, zijn het er niet mee eens: „Er is nog helemaal niets veranderd.” Patiënten botsen nog steeds op een muur van stilte, is Hankes’ ervaring. „Artsen informeren patiënten vaak niet als er iets fout is gegaan, terwijl ze daartoe verplicht zijn. Ze zijn bang voor reputatieschade en procedures. Minstens zo erg is dat door het verzwijgen van fouten een adequate (vervolg-)diagnose of herstelbehandeling uitblijft, tot invaliditeit en de dood aan toe.”
Criminoloog Jan van Dijk, verbonden aan de Universiteit van Tilburg, doet onderzoek naar de opvang van slachtoffers van verkeersongevallen, rampen en medische fouten. „Ik zie in de medische sector een structureel probleem met de erkenning en het herstel van fouten. De beroepsgroep heeft het daar duidelijk moeilijk mee. Dan sluiten de gelederen zich. Maar dat is niet meer van deze tijd. Het tuchtrecht duurt eindeloos en er wordt heel veel afgewezen. Pas als er echt evident sprake is van een schandalige situatie, wordt de hulpverlener in het ongelijk gesteld. Het doet me denken aan de politiewereld en justitie van dertig jaar geleden.”
