Onbevredigende uitleg over Irak geen optie meer

Premier Balkenende tijdens de persconferentie vanmiddag.
Door onze redacteur Joost Oranje

De voortdurende stroom van nieuws, vragen en speculaties over de politieke steun van Nederland aan de Irak-oorlog zorgden voor steeds meer druk. Dit weekend ging Balkenende overstag: er komt een onderzoek.

Den Haag, 2 febr. Insiders binnen de coalitie voorspelden het de afgelopen weken al: premier Balkenende houdt zijn kaarten zo lang mogelijk tegen de borst. Maar ineens, als het écht niet anders meer kan, maakt hij een draai. Zo is het in het verleden met meerdere ‘hete hangijzers’ gebeurd en zo lijkt het ook te zijn gelopen met het Irak-onderzoek.

De premier verzette zich de afgelopen jaren hevig tegen zo’n onderzoek. Zelfs zó erg dat hij er een majeur punt van maakte tijdens de formatie en de PvdA dwong de wens voor zo'n onderzoek op te geven. Maar dit weekend ging hij overstag. Om, zo zei Balkenende „een eigen dynamiek te voorkomen”.

Daarmee doelde de premier op een voortdurende stroom van nieuws, vragen en speculaties die recent boven water kwamen en voor steeds meer politieke druk zorgden. De Tweede Kamer heeft er tientallen vragen over gesteld, de Eerste Kamer deed dat al eerder en volgt later deze maand met een nieuwe serie vragen.

Onbevredigende antwoorden geven leek geen optie meer. De afgelopen jaren werden de onduidelijkheden die er in het Irak-dossier zitten door de premier meerder malen afgedaan met bekende antwoorden, een „Tibetaans gebedsmolentje”, zoals de VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, Uri Rosenthal, het noemt. Juist die onbevredigende antwoorden waren voor een meerderheid in de senaat reden om opnieuw opheldering te vragen en daarna een eigen onderzoek in het vooruitzicht te stellen.

De premier moest dus met iets nieuws over de brug komen, zoals het openbaren van ambtelijke adviezen, waar de Tweede Kamer om gevraagd heeft. Maar dat zou ongetwijfeld weer nieuwe „dynamiek” geven en dus lijkt Balkenende voorlopig voor uitstel te hebben gekozen: de commissie die hij voorstelt zal in november 2009 rapporteren. Bovendien heeft deze commissie geen bevoegdheid om mensen onder ede te horen, volgens enkele Kamerfracties een cruciaal instrument omdat alleen dan bepaalde zaken, zoals speculaties over de benoeming van toenmalig minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer tot NAVO-chef, helder zouden kunnen worden.

Maar er zijn meer vragen.

Zo vertelde enkele dagen geleden de voormalige Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, Richard Armitage, in een gesprek met de GPD-kranten nog dat de VS Nederland wel degelijk om militaire steun hadden gevraagd, een gevoelig punt omdat Den Haag de Amerikaans-Britse inval in 2003 slechts politiek steunde. Eerder waren via RTL documenten naar buiten gekomen die aantoonden dat er, vlak vóór de inval, in ieder geval in ambtelijke kring nog gewerkt werd aan de mogelijkheden voor militaire steun. Armitage zei ook nog dat de benoeming van De Hoop Scheffer tot NAVO-chef te maken had met de Nederlandse opstelling.

Het roept allemaal vragen op, net als de al lang lopende discussie over de legitimiteit van de oorlog. Dat is met name voor Nederland een wezenlijk punt. Het toenmalige demissionaire kabinet-Balkenende heeft altijd onderstreept dat de politieke steun niet werd verleend omdat Irak massavernietigingswapens zou hebben (de belangrijkste reden van de inval voor de Amerikanen en de Britten), maar omdat Saddam Hussein zich niet hield aan resoluties van de VN-Veiligheidsraad. Dat de oorlog werd begonnen zonder een expliciete mandaterende resolutie voor geweld van diezelfde VN, was volgens Balkenende geen probleem. Hij zag een „sluitende juridische redenering”. Eerdere VN-resoluties uit de Golfoorlog konden volgens het kabinet namelijk ook gebruikt worden als zo'n noodzakelijke ‘geweldsresolutie’.

Dat was, ook in 2003 al, een omstreden zienswijze. En achteraf is gebleken dat er in ambtelijke kring in Den Haag gewaarschuwd werd voor dit fragiele standpunt. Al voor de oorlog lieten juristen van zowel het ministerie van Buitenlandse Zaken als dat van Defensie weten dat een oorlog zonder specifieke resolutie juridisch niet kon. Onlangs lekte in NRC Handelsblad nog een notitie van vlak na de inval uit die gespecialiseerde volkenrechtdeskundigen op Buitenlandse Zaken hadden geschreven en waarin ze concludeerden dat het Nederlandse standpunt, mocht het ooit voor het Internationaal Gerechtshof komen, waarschijnlijk zou sneuvelen. Bovendien beschreven de ambtenaren dat er binnen de politieke top maar weinig belangstelling was voor hun kritische mening. „Men stopte de vingers in de oren. Men wenste gewilde adviezen”, vertelde een van de betrokkenen.

Vooral zo’n opvatting is risicovol voor Balkenende. Stel dat de door hem voorgestelde commissie zal concluderen dat de premier van destijds belangrijke waarschuwingen in de wind sloeg en welbewust steun verleende aan wat toenmalig VN secretaris-generaal Kofi Annan een „illegale oorlog” noemde, dan berokkent hem alleen dat al politieke schade. Zover is het echter nog lang niet. De instelling van de commissie zal deze week in de Tweede Kamer aan de orde komen en later dit jaar ook in de Senaat. Verschillende politieke partijen, vooral vanuit de oppositie, houden een parlementaire enquête of -onderzoek nadrukkelijk boven de markt. De dynamiek rond het Irak-onderzoek blijft dus nog wel even gaande en het moment voor conclusies over de achtergronden van de Nederlandse politieke steun aan de Irak-oorlog in 2003 is nog ver weg.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Binnenland
Voorpagina
Nederland
irak-oorlog