De laatste wedstrijd voor integratievoetbal

Bestuurskamer van Türkiyemspor met eerbetoon aan de overleden oud-voorzitter Nedim Imac.
Door Joke Mat

Amsterdam, 24 febr. FC Türkiyemspor vierde jarenlang triomfen, totdat de voorzitter werd geliquideerd. Was het nu een geslaagd multicultureel experiment of een criminele bende?

Het is aangenaam warm in de kantine van FC Türkiyemspor in Amsterdam-West. De clubkat loopt rond, een paar mannen drinken thee aan de bar, de Turkse televisie staat aan. Een oude vrijwilliger – van Marokkaanse afkomst – kijkt door het raam neer op jeugdelftal D2, dat op deze koude zaterdagochtend aantreedt tegen DCG.

Tot zover niets aan de hand. Maar een van de elftalfoto’s boven de ramen vertelt een ander verhaal. Het is de foto waar ‘winnaar Amstelcup 98-99’ op staat. Op de voorste rij zit voormalig clubvoorzitter Nedim Imac, het middelpunt van bijna alle foto’s. Links van hem zit, met aanvoerdersband, Ali A. Die zit in de cel. Hij wordt verdacht van het geven van de opdracht tot de moord op Imac, deze maand twee jaar geleden. Volgens justitie was het een afrekening in het drugsmilieu. Nedim Imac werd veertig jaar.

FC Türkiyemspor heeft een kort, maar roemrijk verleden, getuige de prijzenkast in dezelfde kantine. Een toekomst ontbreekt. Vorige week trok de club haar eerste elftal terug uit de zondagcompetitie, waarin het jarenlang triomfen vierde. Een belastingschuld van zo’n acht ton is volgens het bestuur onoverkomelijk gebleken. Vandaag zou de rechter beslissen over het faillissement. De wedstrijd van D2, afgelopen zaterdag, zou weleens de allerlaatste kunnen zijn.

De teloorgang van FC Türkiyemspor (letterlijk: sportclub Mijn Turkije) is meer dan een dreun voor de spelers en trainers. Hij kan ook gezien worden als de genadeklap voor ‘oud links’, zoals de idealisten van de multiculturele samenleving na Pim Fortuyn bekend zijn komen te staan. Deze voetbalclub, en zijn voorzitter, werden jarenlang bejubeld als een boegbeeld van geslaagde integratie. In een tijd waarin langzaam duidelijk werd dat honderdduizenden migranten nauwelijks meededen in het onverschillig-tolerante Nederland, hing in de bestuurskamer van deze club koningin Beatrix zij aan zij met Atatürk. Op het clublogo staan de Turkse en Nederlandse vlag en het logo van Amsterdam. Voorzitter Nedim Imac zei bij elke gelegenheid dat hij geen Turkse club wilde, maar een Amsterdamse volksclub. In 2000 schudde kroonprins Willem-Alexander Imac hartelijk de hand. Datzelfde jaar zond de NPS een achtdelige serie uit over de club, ‘Het geheim van Sloterdijk’.

En toen werd Imac geliquideerd. En kon extreemrechts op Stormfront.org triomfantelijk concluderen: „Blijken onze ‘onterechte vooroordelen’ (tenminste volgens link(S)-fascistisch Nederland), over drugsdealende Turken toch weer eens degelijk te kloppen...!!”

Was Türkiyemspor een broeiplaats van criminele activiteiten? Of was het ondanks alles een vooruitstrevend en min of meer geslaagd multicultureel experiment?

Selli Altunterim (36) was 21 toen hij begon in het eerste van Türkiyemspor. Hoewel hij kort daarvoor nog wilde stoppen met voetbal, bleef hij de club acht jaar trouw. „Het was een warme, gekke, ongewone club”, zegt Altunterim, werkzaam bij de NPS. „Een enorme mengelmoes. In het eerste speelden Turken, Surinamers, Antillianen, Nederlanders, Afrikanen.” De trainer was een lange Joegoslaaf met een enorme bos grijs haar die onophoudelijk pratend heen en weer liep langs de lijn. De masseur, Alex, was Indisch en homo. „Mensen dachten: ‘wat ís dit’ als we voor een uitwedstrijd weer in zo’n boerendorp kwamen. Ze verwachtten een ploeg met allemaal Turken, wat al niet klopte. En dan ook nog die onverstaanbare trainer en Alex, die heupwiegend het veld opkwam als een speler geblesseerd was.”

Nedim Imac was als een grote broer voor hem, zegt Altunterim. „Een zeer intelligente, charmante man.” Ook Ali A. kende hij goed. „Het was enorm schrikken dat hij opgepakt werd voor de moord. Ik vond het ook heel vreemd. Ze waren altijd goed bevriend.” Bij de club was volgens hem niets te merken van handel in drugs, al kende hij de geruchten. „Ik heb Imac er nooit naar gevraagd. En hij heeft mij nooit belast met informatie. Dat vond ik wel fijn.”

Türkiyemspor draaide intussen bijna volledig rond Nedim Imac. „Een man met een droom”, zegt sportverslaggever Maurice Hoogendoorn van RTV Noord-Holland, die de club tien jaar volgde: „Het spelen van betaald voetbal”. De accommodatie op sportpark Spieringhorn, voorheen de thuisbasis van de Zwarte Schapen van Johnny Rep, stelde niet veel voor. Er waren zelfs geen tribunes. Toch trok Imac goede trainers en spelers aan die jaren bleven. Die betaalde hij uit eigen zak royale onkostenvergoedingen. Ali A. kwam volgens Hoogendoorn aan in een oude Datsun waarvan hij de banden nog moest oppompen. Een maand later reed hij in een dure Mercedes.

Iedereen liep weg met Imac. Ook Jan Kelder, maker van de documentaire over de club. „Hij sprak feilloos Nederlands, was totaal geïntegreerd. Zijn bijnaam was ‘de kleine dictator’ maar hij was onomstreden.” Kelder kreeg geen vinger achter de geruchten over de manier waarop Imac aan zijn geld kwam. „Wij hebben gefilmd in een fabriek van hem, bij Utrecht, voor het bedrukken van stoffen. Daar zei hij zijn geld mee te verdienen.”

Imac was ook de ideoloog van de club. „Waren ze kampioen geworden, dan nodigde hij een Surinaamse band uit”, zegt Kelder. „Gingen ze de polonaise lopen.” Imac overwoog zelfs de naam te veranderen in FC Amsterdam, maar daar is het nooit van gekomen. En echt gemengd werd de club toch ook niet, zegt Jan Kelder. Afgezien van het eerste elftal bleef de grote meerderheid van de leden Turks.

Begin 2007 legde de Belastingdienst een naheffing van 1,3 miljoen euro op. Dat overkwam ook achttien andere amateurclubs. Maar Türkiyemspor liep ook achter met allerlei andere betalingen, zoals de huur voor de velden. Eind vorig jaar werd de inboedel van de kantine geveild op last van een deurwaarder van de gemeente. Dat ging over 4.600 euro achterstallige verontreinigingsheffing over 2004. Helaas waren er geen kopers, blijkens een verslag in Het Parool. „Die kapotte stoelen zijn geen miljoen waard”, lacht de huidige voorzitter, Sahin Gerdan. „Ik zou er nog geen honderd euro voor geven.”

Gerdan is een voetbalmakelaar uit Rotterdam, die na de moord op Imac werd binnengehaald om de club te redden. Wij worden afgeschilderd als een bende criminelen, zegt Gerdan. Hij maakt een grote armbeweging naar de voetballertjes op het veld. „Zie jij hier criminele activiteiten? Deze jongens willen gewoon voetballen. Wij zorgen dat ze dat kunnen doen, in onze vrije tijd.”

Maar een ex-aanvoerder die verdacht wordt van de moord op de ex-voorzitter?

Had allemaal niets met de club te maken, zegt Gerdan. Hij haalt theatraal zijn schouders op. „Je kunt niet weten wat al je spelers in hun vrije tijd doen.”

Via oud-spelers en het Turkse consulaat probeerde Gerdan tevergeefs nieuwe sponsors te werven. Niemand wilde Türkiyemspor redden. Gerdan vindt dat de Belastingdienst, de gemeente, de rechter, voorbijgaan aan de belangrijke maatschappelijke rol die de club heeft gespeeld.

Maar volgens Selli Altunterim was de club te zeer afhankelijk van zijn charismatische voorzitter. „De club had geen structuur. Voor het eerste werd goed gezorgd. Voor de wedstrijd kwamen we bij elkaar en ontbeten we samen. Heel warm en gezellig. Maar beleid? Het beleid was kampioen worden. Verder was er geen beleid.”

Naarmate de club hoger ging spelen, werd de sfeer zakelijker. Vrijwilligers vertrokken en er kwam een nieuw type spelers. „Heel ordinaire Amsterdamse jongens.” Altunterim stopte op zijn 29ste. „De druppel was een reisje naar Noord-Cyprus waarop die typetjes zich vreselijk misdroegen. Drank, blote kont laten zien aan medepassagiers. Toen had ik het gehad.”

In een persbericht aan de „geachte vrienden en persrelaties van Türkiyemspor”, riep Gerdan vorige week iedereen op „om de jonge talenten van FC Türkiyemspor te ondersteunen en aan te moedigen tijdens de moeilijkste wedstrijden uit onze historie”. Dat ging over de wedstrijd van D2, afgelopen zaterdag.

Maar veel vrienden zijn er niet. Wel drie camerateams, en wat fotografen en verslaggevers.

Een paar jongens, jaar of tien, leunen in het groenwitte clubtenue op het hek. „Na regen komt altijd zonneschijn”, zegt een gezette jongen met pikzwart haar in een van de camera’s.

De luidste supporters zijn de vrouwen van de jeugdcommissie. Jong, strakke broeken, hoge laarzen. Ze roepen en springen als hun nummer 9 alleen op de keeper afrent. Maar hij wordt eruitgelopen door een tegenstander. Eindstand: 1-2. De spelers verdwijnen in de kleedkamer, voor de laatste keer.

Gepubliceerd in:
Binnenland
Nederland
Nieuwsbrief