En nu kan Mohammed naar ’t gym

Mohammed Darwish (12), score op de Citotoets: 548
 „Ik hoop dat ik de eerste leerling van mijn basisschool As-siddieq word die naar het Barlaeus Gymnasium gaat. Dat is een moderne school, waar pesten streng wordt gestraft. En de kinderen zijn er vriendelijk.”
Door Japke-d. Bouma en Derk Walters

Voor leerlingen als Mohammed is een goede Citoscore een ticket to ride. Nu is zeker wat hij kan. En dat is: het gymnasium.

Amsterdam, 5 maart. Mohammed Darwish (12) was „heel erg blij” toen hij gisteren van zijn juf hoorde dat hij een score van 548 had gehaald op de Citotoets.

Mohammed kan trots zijn. Hij mag naar het vwo. Want 548 is een goede score. Het is zelfs bijna de hoogst mogelijke score van 550 – en drie punten hoger dan de 545 die de meeste vwo- scholen hanteren als toelatingscriterium.

Mohammed wíl ook naar het vwo. Sterker nog, hij wil naar het gymnasium. Het Barlaeus in Amsterdam, om precies te zijn. Daar heeft hij zich al aangemeld.

Mohammed Darwish (12), score op de Citotoets: 548

„Ik hoop dat ik de eerste leerling van mijn basisschool As-siddieq word die naar het Barlaeus Gymnasium gaat. Dat is een moderne school, waar pesten streng wordt gestraft. En de kinderen zijn er vriendelijk.”

Foto's Bas Czerwinski

Azeza Morcy (12), score op de Citotoets: 550

„Ik ben niet het type dat straks thuis gaat zitten om voor de kinderen pannekoeken te bakken. Ik wil tandarts worden. Ik ben geïnspireerd door Aletta Jacobs, de eerste Nederlandse vrouwelijke arts.”

Op zijn school, de islamitische basisschool As-siddieq in de Amsterdamse Baarsjes, wist iedereen al dat Mohammed naar het vwo kon, zegt directrice Orlanda Sordam in haar kantoor. Ze kijkt glimlachend naar Mohammed. Hij had in december al een vwo-advies gekregen, gebaseerd op het oordeel van de leerkracht en de schoolresultaten. Maar nu, met de Citoscore in zijn hand, kan Mohammed aan iederéén laten zien dat hij het vwo aankan. Het staat zwart op wit, hij haalde 548.

De Citotoets, jaarlijks gemaakt door zo’n 85 procent van de achtstegroepers, ligt onder vuur. Leerlingen raken ervan in de stress en er hangt te veel van af, zeggen critici. Maar voor leerlingen als Mohammed, is de Citotoets een ticket to ride. Een brevet van vermogen. Daarmee kunnen ze aan de hele wereld laten zien wat ze kunnen.

Voor een leerling van As-siddieq is dat geen luxe. Het zou voor het eerst zijn dat een leerling van de school op het gymnasium terechtkomt, zegt Sordam.

Want As-siddieq is een ‘zwarte’ school. Er zijn relatief veel leerlingen van allochtone afkomst, een deel van de ouders heeft een lage sociaal maatschappelijke status, er is taalachterstand. Bovendien is As-siddieq een school met een ‘imago’. De school nam vorig jaar 500 leerlingen op van twee andere islamitische basisscholen, die op last van ministerie van Onderwijs hun deuren moesten sluiten wegens wanprestaties. En er is ooit gezegd dat de school banden zou hebben met de fundamentalistische El Tawheed- moskee in Amsterdam. Het ligt niet voor de hand dat kinderen vanaf deze school naar het gymnasium gaan. Zeker als je weet dat Mohammed op een andere school als kleuter te horen had gekregen dat hij niet de capaciteiten bezat om mee te draaien op een gewone basisschool.

De Citoscore kan emanciperend werken, zegt onderwijssocioloog Paul Jungbluth van de Universiteit Maastricht. „We mogen blij zijn dat we zo’n objectieve maatstaf hebben.”

In de jaren zestig waren het arbeiderskinderen die dankzij de Citotoets konden ontsnappen aan hun milieu. Vóór die tijd was schoolkeuze voornamelijk een kwestie van afkomst: de notariszoon ging naar de hbs, een arbeidersdochter naar de huishoudschool. Met de Citoscore in de hand konden arbeiderskinderen bewijzen dat ook zij recht hadden op hoger onderwijs. Diezelfde functie vervult de toets nu voor veel leerlingen van allochtone afkomst, denkt Jungbluth.

Toch staat een hoge Citoscore niet garant voor een vervolgcarrière op het gymnasium. Want tegenover de Citotoets staat nog altijd de ‘onderadvisering’ voor leerlingen van allochtone afkomst. Dat is het fenomeen dat allochtone kinderen lagere adviezen krijgen over het vervolg van hun schoolcarrière, omdat leerkrachten hen te lief, te voorzichtig behandelen.

Ansumana Marong (14), haalde in 2007 een Citoscore van 550

„Mijn moeder zei altijd dat ik mijn huiswerk moest maken. Verder heeft ze zich niet zo met school bemoeid. Ik zit nu in de tweede op het 4e Gymnasium. Later wil ik musicalster worden of bij de luchtmacht.”

Sumeyye Ceylan (12), score op de Citotoets: 548

„Ik wilde eerst architect worden, nu orthodontist. Maar dat kan altijd nog veranderen. Als ik straks getrouwd ben, wil ik een goed beroep hebben. Ik wil niet thuis zitten.”

De onderadvisering is zelfs onderzocht. Volgens ITS, een aan de Radboud Universiteit Nijmegen gelieerd onderwijs instituut, is onderadvisering geen breed maatschappelijk verschijnsel, maar komt het wel incidenteel voor. Etniciteit speelt geen rol. Wel maatschappelijke status.

Op As-siddieq komt onderadvisering nooit voor, zegt directrice Sordam. Valt de Citoscore onverwacht lager uit dan verwacht – dit jaar gebeurde dat met drie meisjes die „heel zenuwachtig” waren tijdens de toets – dan houdt As-siddieq het oorspronkelijke advies gewoon aan.

De Citoscore wordt wél gebruikt om een iets hoger advies mogelijk te maken, zegt Sordam. dus om een twijfelgeval over de drempel van een hoger schooltype te helpen. Leerlingen die bijvoorbeeld onverwachts hoger hebben gescoord op de toets, krijgen alsnog een hoger schooladvies dan de leerkrachten hadden bedacht.

Onderadvisering, zegt onderwijssocioloog Jungbluth, moet worden tegengegaan. Bijvoorbeeld door „risico’s te nemen”. Jungbluth: „Leerkrachten in groep acht zijn vaak te voorzichtig. Dan denken ze dat leerlingen het vwo niet aankunnen omdat ze weinig hulp van thuis hoeven te verwachten. Ik zeg: probeer het gewoon. Het is een taak van middelbare scholen om, met goede begeleiding, deze leerlingen naar hun mogelijkheden te laten presteren.”

Want het is veel vervelender, zegt Jungbluth, als leerlingen eerst te laag terechtkomen in het voortgezet onderwijs. „Dan volgt vaak een lange weg van opleidingen stapelen. En met een beetje pech denkt de werkgever als hij zo’n cv ziet: daar zal wel iets mis mee zijn.”

Helaas, ook de Inspectie van het Onderwijs kan tegenwerken. Die beoordeelt middelbare scholen onder meer op de mate waarin leerlingen blijven zitten en op de eindexamencijfers. Geen ideale situatie voor scholen om lef te tonen met allochtone leerlingen. Jungbluth: „Wat is er erg aan doubleren? Soms heeft een leerling het nodig om er een jaar langer over te doen.”

Voor Mohammed van As-siddieq is het nog niet zeker of hij dit jaar ook echt op het Barlaeus kan gaan beginnen. De school is erg populair en werkt met wachtlijsten.

Maar een goede kans maakt hij wel, denkt directrice Sordam: „Ik heb heel toevallig recentelijk nog met de wethouder van onderwijs gesproken over de leerlingen van onze school die zich op het Barlaeus hebben aangemeld. Hij vond het frappant dat zij mogelijk de eerste gymnasiasten van onze school worden. Hij zei, ‘dat hou ik in de gaten, hou me op de hoogte’.”

Ook bij de wethouder heeft de Citoscore van Mohammed dus deuren geopend.

Chaimaa ben Lahcen (12), haalde in 2008 een Citoscore van 550

„Mijn vader en moeder hadden nog nooit van Zeus gehoord. Daarom ging ik vorig jaar, in groep acht, al naar de ‘Spitsklas’ van het 4e Gymnasium. Dankzij die Spitsklas weet ik wie de goden waren.”

Arsalan Alam (16), haalde in 2005 een Citoscore van 549

„Ik zat op een zwarte basisschool en kwam op het 4e Gymnasium in een witte omgeving. Maar het verschil tussen blanke en zwarte kinderen wordt overschat. Het gaat prima hier.”

De vier grote steden scoren gemiddeld altijd lager

  • Ongeveer 154.000 leerlingen op 6.200 basisscholen kregen gisteren de uitslag van de Citotoets. De gemiddelde score was 535,5 punten (op een schaal van 501 tot 550).
  • Dat gemiddelde is iets hoger dan de afgelopen drie jaar. In 2006 was het 535,0, in 2007 535,1 en in 2008 535,4 punten. Het Cito verbindt hieraan niet de conclusie dat de leerlingen beter zijn geworden: de verschillen zijn klein en daarnaast zijn de groepen deelnemende leerlingen per jaar niet volledig vergelijkbaar.
  • Bij een score van 535 is het best passende brugklastype gemengde/theoretische leerweg en havo. Een grove indeling is: bij 532 of lager vmbo, 533 tot 545 havo, boven de 545: atheneum of gymnasium.
  • In totaal hebben drie kinderen alle 200 opgaven op het gebied van taal, rekenen-wiskunde en studievaardigheden goed beantwoord. Acht kinderen hebben slechts één fout gemaakt. Wie van de 200 opgaven minimaal 187 goed had, kreeg als eindscore het maximum van 550.
  • Het gemiddelde van de vier grote steden lag met 533,4 punten lager dan het landelijk gemiddelde, net als in voorgaande jaren. Dit komt doordat de meeste scholen daar ‘zwart’ of in elk geval ‘zwarter’ zijn.
  • Jongens halen iets hogere scores dan meisjes. Al presteren jongens en meisjes op de verschillende onderdelen verschillend. Bij taal zijn meisjes beter, bij rekenen en studievaardigheden jongens. Ook bij het facultatieve onderdeel wereldoriëntatie (dat niet meetelt voor de eindscore) scoren jongens beter dan meisjes.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Binnenland
Nieuwsbrief