Veertig miljoen voor onderzoek chronische ziekten
Groningen, 13 maart. Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) krijgt van het kabinet 40 miljoen euro voor een meerjarig wetenschappelijk onderzoek naar het ontstaan van chronische ziekten onder 165.000 noorderlingen.
Met het geld wordt onder meer een biobank opgezet, waarin lichaamsmateriaal van deelnemers en digitale data worden opgeslagen. Het geld is afkomstig uit het Fonds Economische Structuurversterking, dat bestemd is voor economische investeringsprojecten. Het UMCG ontvangt zestien miljoen rechtstreeks, de overige 24 miljoen worden verstrekt als de drie noordelijke provincies zelf ook 24 miljoen in het LifeLines-onderzoek steken.
„Deze rijkssubsidie is een prachtige erkenning voor het UMCG en kan een vliegwieleffect hebben op de noordelijke economie. Met gegevens van 165.000 mensen kun je fantastisch onderzoek doen”, reageert UMCG-woordvoerder Joost Wessels. Het onderzoek is volgens hem uniek in de wereld, gezien de vele deelnemers en omdat de gezondheid en de ziektes van drie generaties 30 jaar lang gevolgd worden.
Van deelnemers aan LifeLines wordt onder meer bloed afgenomen, worden hartfilmpjes gemaakt en de longfuncties gemeten. Ze vullen tevens een uitgebreide vragenlijst in over levensstijl, voeding, medicijngebruik, ziekte, mentale gesteldheid en sociale factoren. Om de vier jaar worden de lichamelijke onderzoeken herhaald. Wetenschappers hopen zo meer inzicht te krijgen in het ontstaan en de ontwikkeling van chronische ziekten en het effect van behandelingen. Chronische aandoeningen ontstaan meestal niet door een duidelijk aanwijsbare oorzaak, maar door een veelheid aan factoren waaronder erfelijkheid, levensstijl en omgeving.
In de biobank, een ‘vrieskist’ ter grootte van een sporthal, wordt al het bloed en de urine van de deelnemers voor wetenschappelijk onderzoek opgeslagen. Deelnemers kunnen naar tien speciale LifeLines vestigingen verdeeld over de drie noordelijke provincies voor het onderzoek. Er zijn speciale medewerkers onder wie analisten aangesteld. Volgens Wessels is de gezondheidstoestand van juist noorderlingen geschikt om langdurig te volgen, gezien hun relatieve honkvastheid en hun grote bereidheid mee te werken.
