Coalitie tevreden met crisisplan, oppositie kritisch

Premier Balkende geeft, geflankeerd door vice-premiers Bos en Rouvoet, een persconferentie over de crisismaatregelen die zijn kabinet getroffen heeft.
Door onze redacteuren Derk Stokmans en Pieter van Os

Den Haag, 25 maart. Premier Balkenende heeft vanmiddag zijn plannen voor de bestrijding van de economische crisis gepresenteerd in de Tweede Kamer. De reacties van coalitie- en oppositiepartijen waren te voorspellen.

Een prachtig plan, dat door het coalitiegesteggel van de afgelopen drie weken de geur heeft van een nat opgeborgen handdoek. Een frustrerend gevoel, erkennen Kamerleden van de coalitiefracties die vandaag het gisteren gepresenteerde crisisakkoord Werken aan toekomst zullen verdedigen. Eigenlijk zijn CDA, PvdA en ChristenUnie best tevreden. Elke partij heeft belangrijke punten gescoord, en ze hebben allemaal het gevoel dat ze meer hebben gedaan dan alleen een greep makkelijke maatregelen op een rijtje zetten.

Maar de moeizame onderhandelingen die tot het akkoord leidden, maken het moeilijk het plan anders te verkopen dan een veilig poldercompromis van partijen die elkaar drie weken vanuit de ideologische loopgraven hebben bestookt, om vervolgens alle moeilijke besluiten uit de weg te gaan.

Deels is dat waar. Grote structurele hervormingen als beperking van de hypotheekrenteaftrek (wilde CDA niet), ingrijpen in de AWBZ (wilde PvdA niet) en stopzetten van de zogeheten aanrechtsubsidie voor niet-werkende partners (wilde ChristenUnie niet) bleven onbespreekbaar. Het verhogen van de AOW-leeftijd bleek zoals voorspeld als enige haalbaar, omdat alle partijen dat ongeveer even vervelend vinden. Maar juist het uitwerken van die maatregel is weer, in afwachting van verder overleg met de sociale partners, vooruitgeschoven.

De trotse coalitiepartners zullen er morgen in het Kamerdebat op wijzen dat er wel degelijk een mooie balans is gevonden tussen maatregelen op de korte termijn, bezuinigingen op de middenlange termijn en hervormingen op de lange termijn. En dat daarvoor dappere maatregelen zijn genomen die een half jaar geleden nog politiek onhaalbaar zouden zijn genoemd.

Extra stimulering

De stimuleringen zijn niet blind, maar juist intelligent en toekomstgericht, vinden de coalitiefracties. Er is een poging gedaan het geld dat de komende twee jaar de economie wordt binnengepompt in te zetten voor het stimuleren van duurzame en innovatieve bedrijven en producten. Voor het om-, bij- en gewoon scholen van de beroepsbevolking. Zodat aan het eind van de recessie een nieuwe, schonere en slimmere economie in de startblokken staat.

Investeringen in weg- en waterbouw maken Nederland misschien niet slimmer en duurzamer, maar moeten toch gebeuren om het land toekomstbestendig te maken. Waarom dan niet nu uitgevoerd, in een tijd dat veel bedrijven weinig anders te doen hebben?

Verwijten dat het allemaal om onbetekenende bedragen gaat (3 miljard per jaar stimuleren op een bruto binnenlands product van zo’n 600 miljard) zal de coalitie pareren door uit te leggen dat het kabinet nog veel meer stimuleert door niet te bezuinigen, ondanks tegenvallende inkomsten. Dat levert een de facto extra stimulering van de economie op van nog eens 50 miljard, zei premier Balkenende gisteren. Een bedrag dat overigens voor discussie vatbaar is.

En op het verwijt dat het allemaal veel te lang duurde, heeft de coalitie een simpel antwoord: het duurde eigenlijk heel kort. Wanneer is er ooit eerder in drie weken een coalitieakkoord tot stand gekomen? Want zo moet je het bekijken, vinden CDA, PvdA en de ChristenUnie.

Weinig urgentie

Uiteraard zal de oppositie morgen tijdens het debat ketelmuziek maken. Dat is de natuurlijke rol. Maar het is méér dan dat: hoewel iedereen uiteindelijk zijn eigen verhaal zal vertellen, zijn er ook overeenkomsten. Bijna de voltallige oppositie vindt de kabinetsplannen slapjes. Te mager, te weinig ambitie, te weinig urgentie, zullen SP, VVD, de PVV, GroenLinks en D66 zeggen. En er is nog iets wat de oppositie bindt: de manier waarop zij naar eigen zeggen buitenspel is gezet.

Het akkoord werd achter de schermen voorgekookt met de fractievoorzitters van de drie coalitiepartijen. Zelfs de sociale partners (vakbonden en werkgevers) werden eerder ingelicht. Sterker: ze mochten zelfs mee onderhandelen, zal de oppositie mopperen. En nu is alles rond en kunnen ze niets meer. Dan maakt het niet uit hoe hoog, schril of verontwaardigd je toon is, de pogingen om als medewetgever invloed uit te oefenen op de aanpak van de crisis zijn tot mislukken gedoemd.

De grootste oppositiepartij, de SP, zal het totale pakket zelfs asociaal noemen. Fractieleider Agnes Kant zal vandaag zeggen dat ze had gehoopt dat de crisis zou leiden tot radicaal andere keuzes, een „cultuuromslag”. Maar de stimuleringsmaatregelen én de wijze waarop het kabinet de oplopende tekorten in de toekomst wil betalen, laten volgens haar zien dat het kabinet verder wil op de oude, door haar afgewezen weg. Als exemplarisch voor „de oude politiek” waarin het kabinet volgens haar is gevangen, ziet zij de keuze om ouderen langer te laten doorwerken. Ook Alexander Pechtold (D66) zal vandaag herhalen dat hij de plannen „schokkend ambitieloos” vindt.

Mark Rutte gaf gisteren ook al een voorschot op zijn aanvallen. Hij meent dat het kabinet een „sneeuwschuiver uit de kast heeft gehaald om daarmee alle problemen op de lange termijn te schuiven”. Geert Wilders (PVV) spreekt van „broddelwerk”. Hij vindt de plannen „helemaal niks” en „geen enkel gevoel van urgentie” uitstralen. Het kabinet ontbeert de politieke moed om, in de woorden van Femke Halsema (GroenLinks), de taboes te breken op aanrechtsubsidie, hypotheekaftrek en arbeidsmarkthervorming.

Om dat gebrek aan moed te verhullen, zo zullen sommige partijen aanvoeren, tamboereert het kabinet op stimuleringsmaatregelen die niet erg veelomvattend klinken. Zoals de sloopregeling voor oude auto’s, waar gisteren al gekscherend om gelachen werd tijdens de presentatie van premier Balkenende.

Politiek primaat

Een apart punt zal de oppositie maken van de opvallende rol van de FNV. VVD, GroenLinks, D66 en de SGP hamerden daar al op. De vakcentrale heeft, bij monde van haar voorzitter Agnes Jongerius, verklaard dat het nog lang niet zeker is dat de AOW-leeftijd van 65 naar 67 gaat. Het kabinet zegt hier wel voor te hebben gekozen. Wie is er nu de baas? Waar ligt eigenlijk het politiek primaat? Of zoals Rutte zei: „Even leek het erop dat met het verhogen van de AOW er één moeilijk besluit genomen zou worden. Maar dan zorgt FNV-voorzitter Jongerius, een totaal niet representatief persoon, ervoor dat de SER, het hoofdgebouw van de polder, het op gaat lossen.” Tot slot nog één schot voor de boeg, van Rita Verdonk, Kamerlid met een oppositionele eenmansfractie. Zij zal het pakket hard veroordelen en spreken over „korte termijn lapmiddelen waarin iedere logica ontbreekt”.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Binnenland