Rookverbod horeca wankelt door rechterlijke uitspraken
De rechtbank in Breda heeft een rokerscafé in het gelijk gesteld. Kleine cafés worden te zwaar getroffen, vindt de rechter.
Den Haag, 4 April. Hoe zit het nu? In Groningen vond de rechtbank op 20 februari het rookverbod voor café De Kachel geen concurrentievervalsing. Maar in Breda meende de rechtbank gisteren voor éénmanscafé Victoria dat het rookverbod wèl voor concurrentievervalsing zorgde.
Daarmee is in elk geval duidelijk dat minister Klink (Volksgezondheid, CDA) geen helder artikel aan de Tabakswet heeft toegevoegd, bedoeld om de horeca rookvrij te maken. In Groningen zeiden de rechters dat er geen sprake was van een ongelijke situatie ten opzichte van grotere cafés.
Dat kleine cafés te klein zijn voor een aparte rookruimte verhindert hen namelijk niet te proberen hun etablissement te verplaatsen of uit te breiden. Dat dit ‘niet eenvoudig zal zijn’ valt volgens het Groningse vonnis onder het risico van het ondernemerschap. Aangescherpte regels als gevolg van ‘voortschrijdend inzicht van de wetgevers’ moet de caféhouder maar incasseren. „De regeling van het rookverbod en de daarbij gehanteerde uitzonderingsbepaling ten aanzien van de afsluitbare ruimten geldt voor allen die een horeca-inrichting, groot of klein, drijven”, vond de Groningse rechtbank.
De Bredase rechters kijken daar anders tegen aan. Zij zien aankomen dat „rokende klanten niet alleen wegblijven uit de kleine cafés of daarin minder lang zullen verblijven, maar juist als gevolg van het absolute rookverbod voor horeca-instellingen zonder personeel, cafés zullen bezoeken die vanwege hun omvang wel in staat zijn om een aparte rokersruimte te creëren”. Dat leidt ertoe dat cafés zonder personeel „niet alleen ongelijk worden behandeld, maar tevens onevenredig hard worden getroffen in de uitwerking van die regeling in de praktijk”. Dat komt vooral omdat grotere cafés hun personeel kunnen beschermen met afzuiginstallaties.
Kleine cafés daarentegen kunnen alleen met een totaal rookverbod werken. Zij hebben geen alternatief. En dat is naar Bredase begrippen wel in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Dat is vastgelegd in de Grondwet, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en in het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens.
Gelijkheid betekent dat horeca-ondernemers met personeel door regering en parlement juridisch net zo moeten worden behandeld als horeca-ondernemers zónder personeel. Houdt een wet daar volgens de rechter geen rekening mee dan is er een burgerrecht geschonden. De hogere wet stelt de lagere wet dan ‘buiten toepassing’.
Maar dan moeten de rechters het daar natuurlijk wel over eens zijn. Noch het Groningse, noch het Bredase vonnis is onherroepelijk. Hoger beroep moet nu uitkomst bieden. Eind mei krijgt het Hof Leeuwarden het woord, in het hoger beroep dat het Groningse café De Kachel aantekende. Het openbaar ministerie in Breda heeft laten weten zich evenmin bij de vrijspraak van café Victoria neer te leggen. Als ook beide Hoven verschillend oordelen, wat niet uitgesloten mag worden, dan moet de verlossing van de Hoge Raad komen.
Voorlopig resultaat is rechtsonzekerheid. Kleine cafés die zijn beboet, doen er goed aan bezwaar te maken. Lopende procedures worden mogelijk aangehouden. Het ferme rookverbod heeft politiek z’n glans verloren en is bestuurlijk in problemen.
De Voedsel- en Warenautoriteit kan beslissen om controle en bekeuringen op een lager pitje te zetten. Ten minste één rechtbank heeft immers de bezwaren van de verdediging en daarmee van de horeca en rooklobby erkend. Of de Bredase opvatting of de Groningse de doorslag geeft, is onduidelijk. Het eindoordeel moet nog komen.
