VVD-leden: positie partij zorgelijk
Den Haag, 16 mei. Het is op het VVD-congres, vandaag in Rosmalen, bijna een taboe: praten over het leiderschap van de partij. Maar informeel is het leiderschap van Mark Rutte wel degelijk een gespreksonderwerp.
En partijprominenten, waaronder oud-partijleiders en voorzitters, uiten dit weekend in NRC Handelsblad hun twijfels over het leiderschap van Mark Rutte.
Oud-voorzitter Bas Eenhoorn vat de zorgen samen: „Rutte is een goed debater en een aardige man, maar hij heeft zich teveel laten opjagen. Hij moet alleen dingen zeggen die bij hem passen.” Erelid Frits Korthals Altes: „Als je kijkt naar wat hij zegt, kun je je afvragen of hij voldoende greep heeft op conservatieve stemmers.” Invloedrijk bestuurder Geert Dales vindt dat het tijd wordt dat Rutte „het nu echt laat zien.”
Dat er niet over het leiderschap wordt gesproken vloeit voort uit de strategiebesprekingen van de laatste maanden met de nieuwe voorzitter Ivo Opstelten. Hij maakte daarbij de afspraak: alles is bespreekbaar, behalve het leiderschap. Dat ligt gevoelig door de nasleep van de heftige leiderschapsstrijd tussen Rutte en Rita Verdonk in 2006. Alleen Kamerlid Atzo Nicolaï en Rutte zelf mogen naar buiten toe nog over de partij en het leiderschap spreken.
Partijprominenten maken zich ondertussen ernstig zorgen over de positie van de partij. Volgens Eenhoorn zit de VVD sinds 2001 in een „neerwaartse spiraal”. Die neergang is „noch door Zalm, noch door Van Aarsten en noch door Rutte gestopt.”
Wat Eenhoorn vooral ergert is dat de partij als sinds een intern onderzoek uit 2001 weet wat het moet doen: „Uit het nieuwe onderzoek van partijvoorzitter Opstelten komt precies hetzelfde. De vraag is: durven we nu eindelijk te doen wat we al veel eerder hadden moeten doen?”
Lees vandaag in NRC Handelsblad een uitgebreid achtergrondverhaal over de interne discussie van de VVD.
