Marokkaan vaakst van delict verdacht

Marokkaanse jongeren in Dordrecht. (Er is geen relatie met de inhoud van het nieuwsbericht).
Door een onzer redacteuren

Rotterdam, 4 juni. Meer dan de helft van de Marokkaans-Nederlandse mannen in Rotterdam van 18 tot 24 jaar is met de politie in aanraking geweest omdat hij verdacht werd van het plegen van een of meerdere delicten.

Voor Antilliaanse en Surinaamse Rotterdammers in dezelfde leeftijdscategorie is dat 40 procent, voor Turks-Nederlandse mannen 36 procent, en voor autochtone Rotterdammers 18,4 procent.

Hoogleraar criminologie Frank Bovenkerk aan de Universiteit Utrecht noemde die cijfers gisteren tijdens zijn afscheidsrede. De cijfers komen uit recent onderzoek van de Erasmus Universiteit in Rotterdam en de gemeente Rotterdam.

Normaal gesproken wordt, door het koppelen van politiebestanden en cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, gekeken hoeveel procent van een bepaalde etnische groep per jaar als verdachte in aanraking komt met de politie. Daaruit blijkt dat Antilliaanse, Marokkaanse, Surinaamse en Turkse Nederlanders oververtegenwoordigd zijn in de misdaadstatistieken, maar het percentage bleef in deze jaarcijfers onder de 10 procent van het totaal.

Bovenkerk wilde iets anders weten: Hoe groot is de kans dat iemand van een bepaalde etnische groep op 24-jarige leeftijd met de politie in aanraking is geweest als verdachte van het plegen van een of meerdere delicten? Voor Marokkaans-Nederlandse mannen van 24 jaar is dat 54,7 procent. Bovenkerk: „Het gaat dan om serieuze misdrijven, niet om het rijden door rood licht.”

Om op deze manier te meten, is het noodzakelijk om de etniciteit van de verdachten te weten. De gemeente Rotterdam registreert die sinds 2002. „En dat blijkt dus nuttig voor wetenschappelijk onderzoek”, zegt Bovenkerk. „Als je op de traditionele manier meet, zijn de cijfers geflatteerd.” Maar hij waarschuwt om van de hoge criminaliteitscijfers een ‘Marokkanen- of Antillianenprobleem’ te maken. Hoge criminaliteitscijfers gaan vaak hand in hand met een lage sociaal-economische positie. En, nog belangrijker, het gaat vaak om kinderen van wie de ouders de greep op de opvoeding kwijt zijn.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Binnenland
Nieuwsbrief