Ter Horst wil minder externe adviseurs
Den Haag, 11 juni. Ministers die te veel externe adviseurs en uitzendkrachten inhuren, moeten zich verantwoorden binnen het kabinet. Zo moet de hardnekkige groei van externe krachten worden ingeperkt. Dat blijkt uit een vertrouwelijk voorstel van minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA), waar de ministerraad morgen over beslist.
Nu kunnen ministeries zelf beslissen hoeveel geld ze hieraan uitgeven. De Tweede Kamer had in 2007 een uitgavenplafond voor externe inhuur vastgesteld van 1,2 miljard euro, maar ministers gingen daar vorig jaar met 100 miljoen overheen.
Ter Horst hoopt dat een „transparante verantwoording” ministers dwingt zorgvuldiger af te wegen of werk door eigen ambtenaren of wellicht door andere ministeries kan worden uitgevoerd.
De Tweede Kamer heeft geëist dat ministeries niet meer mochten uitgeven dan ze in 2007 hadden gedaan. Die absolute grens vindt de minister star en arbitrair. Zij stelt voor dat ministers maximaal 13 procent van hun personeelskosten extern uitgeven. Dat is het gemiddelde percentage dat ministeries uitgaven aan advies in 2007. Veel ministeries zitten daar nu boven en zullen fors moeten snijden als het beleid van kracht wordt.
Het verminderen van de personeelsuitgaven is een prioriteit van het kabinet. in 2011 moeten er 12.800 minder voltijdbanen bij de Rijksoverheid zijn dan in 2007. Daarmee wil het kabinet 630 miljoen euro besparen. Bij het merendeel van de ministeries groeit het aantal ambtenaren nog steeds. Om te voorkomen dat ministeries de gedwongen afslanking opvangen door werk uit te besteden, besloot het kabinet ook dat de totale kosten van externe krachten niet mochten stijgen. De meeste ministeries wisten het inhuren van externen terug te dringen, maar door grote groei bij sommige ministeries is dat doel niet gehaald.
