Ons treft geen schuld dus we treden af

Commissaris Borghouts en de afgetreden gedeputeerden Hooijmaijers (VVD, links) en Visser (PvdA) overleggen voor de vergadering.
Door Jan Vis

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland stapten op voordat zij verantwoording hadden afgelegd voor de verdwenen miljoenen in IJsland. Een absurde vertoning, meent Jan Vis.

In Haarlem wordt een vreemd en duister spel gespeeld. De zeven gedeputeerden lieten vorige week weten hun portefeuilles ter beschikking te stellen in verband met de teloorgang van het provinciale spaardeposito bij de gefailleerde IJslandse bank Landsbanki en het kritische rapport dat een commissie van de Provinciale Staten daarover had uitgebracht. De commissaris van de koningin H. Borghouts (GroenLinks) vond dat hij kon blijven zitten, omdat hij niet door de Provinciale Staten is gekozen, maar benoemd is door de kroon.

De toelichting op het besluit van gedeputeerden is bizar. Er zijn geen handelingen gepleegd die het aftreden noodzakelijk maakten, zo lieten ze weten. Waarom dan toch aftreden? „Om uitdrukking te geven aan het feit dat bij ingrijpende gebeurtenissen die samengaan met politiek functioneren het nodig is dat daar consequenties aan worden verbonden. Om die reden hebben alle gedeputeerden besloten hun politieke verantwoordelijkheden te nemen en hun portefeuilles ter beschikking te stellen.” Een soort signaal dus.

Afgezien van het kromme Nederlands dat hier wordt gebruikt is ook de logica ver te zoeken: er was niets gebeurd dat aftreden noodzakelijk maakte en volgens de gangbare politieke logica blijf je dan zitten. Als de meerderheid van de (in dit geval: provinciale) volksvertegenwoordiging daar anders over denkt, wordt er alsnog opgestapt.

Maar de meeste gedeputeerden blijken een dubbele agenda te hebben. Ze overwegen een ‘doorstart’ – alsof het een bedrijf is dat nog net op tijd wordt gered – zodat ze straks gewoon kunnen aanblijven. Het ter beschikking stellen van de functies is dus een wassen neus. Met gewichtige taal wordt het publiek hier onzin verteld. Er worden aan het beleid consequenties verbonden die er helemaal niet zijn.

Er is één gedeputeerde die niet terug wil komen: de VVD’er Ton Hooijmaijers die de portefeuille Financiën beheert. Eindelijk iemand die logisch denkt, zou je denken. Maar de werkelijkheid is anders, want ook deze gedeputeerde vindt niet dat er écht fouten zijn gemaakt die tot aftreden moeten leiden. Waarom dat toch weggaan? Omdat hij niet degene is die verbeteringen kan doorvoeren, zo liet hij maandag in de vergadering van Provinciale Staten weten. Dat is een vreemd argument, want de hele discussie ging over iets wat gebeurd is en niet over ‘verbeteringen’. Nog vreemder is wat Hooijmaijers eraan toevoegt: „Het blijft mijn overtuiging dat het rapport op zichzelf een vertrek niet rechtvaardigt. Daarom is het ook mijn overtuiging dat het voldoende is als ik dat wel doe en dat derhalve mijn collega’s Borghouts (de commissaris) en Visser (de andere VVD-gedeputeerde) gewoon kunnen blijven. Er is genoeg schade aangericht.” Dat is een verklaring die meer vragen oproept dan beantwoordt: het rapport rechtvaardigt geen vertrek, dus is één vertrekker voldoende? Wat voor schade is er eigenlijk aangericht en door wie dan? Hooijmaijers kreeg maandagavond bij NOVA nog de kans om er iets begrijpelijks van te maken maar dat lukte niet. Ik heb hem niet kunnen volgen.

De enige bestuurder die een consequente lijn koos, was de commissaris zelf. Ik ben niet door jullie gekozen en ik stel mijn functie dus ook niet aan jullie ter beschikking, liet hij Provinciale Staten weten. Hij zei niet dat hij zich onschendbaar achtte voor een bewijs van wantrouwen (een aangenomen motie van wantrouwen bijvoorbeeld). Je mag er wel van uitgaan dat bij aanvaarding van zo’n motie zijn vertrek zou zijn gevolgd. Maar dat zou toch wel erg ongerijmd zijn als tegelijkertijd de meeste gedeputeerden ‘doorstarten’. Borghouts conclusie na alle kritiek is ook logisch: hij zal zijn politieke taken opgeven en iets doen aan zijn bijbanen. En dus mag hij blijven.

‘Verantwoordelijkheid nemen’ door demissionair te worden is een staatsrechtelijk gezwel dat niet past in onze constitutie. Politieke discussie met demissionaire ambtsdragers is zinloos. De sanctie op onjuiste verantwoording wordt op voorhand krachteloos. Dat mag alleen maar gebeuren als lopende zaken moeten worden gedaan in afwachting van de komst van nieuwe ambtsdragers.

Voor zover mij bijstaat werd het gezwel voor het eerst zichtbaar in april 2002 na het uitkomen van het NIOD-rapport over Srebrenica. Het kabinet-Kok II trok zich de kritiek in het rapport zo sterk aan dat het de portefeuilles ter beschikking stelde. Dat was een loos gebaar want vier weken later zou het kabinet in elk geval demissionair geworden zijn in verband met de Tweede Kamerverkiezingen van 15 mei.

In Haarlem is de staatsrechtelijke onzin weer geactualiseerd. Dat is jammer. Verantwoording afleggen en het trekken van consequenties zijn essentiële onderdelen van ons parlementair democratisch bestel die niet door onbegrijpelijk gepruts mogen worden aangetast.

J.J. Vis is oud-hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en oud-senator (D66).

Reageer op nrc.nl/expert

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Binnenland
Opinie