Historisch Nederlands schip gevonden in Oostzee
Rotterdam, 11 aug. In de Oostzee is opnieuw een wrak van een 17de-eeuws Nederlands schip gevonden. Het ligt op 43 meter diepte in de archipel van Stockholm. In mei hebben drie duikers, die op zoek waren naar een schip uit de jaren veertig, het wrak ontdekt.
Het schip is in zeer goede staat, blijkt uit een filmpje van de vinders op YouTube. Masten, dek, romp, alles is nog intact. Op het roer staat een beeldhouwwerk van een leeuw. „Daarom hebben de vinders hun vondst het Leeuwenwrak genoemd”, zegt maritiem archeoloog Johan Rönnby van Södertörns Högskola, een universiteit bij Stockholm, over de telefoon. Hij prijst de vinders dat ze van het schip zijn afgebleven en hem en de lokale autoriteiten hebben geïnformeerd. „Het is een fantastische vondst die sterk lijkt op wat wij het Spookwrak noemen.”
Dat ook bijna complete schip is in 2007 in het midden van de Oostzee gevonden, op meer dan honderd meter diepte. Aan het smalle dek en de ronde boeg ziet Rönnby dat beide schepen van Nederlandse makelij moeten zijn. „Voorlopig gaan we ervan uit dat het gaat om een fluit.” Dit type schip werd in de zeventiende eeuw onder andere gebruikt voor de Oostzeehandel. Het dek was met opzet smal gemaakt, omdat de hoogte van de tol bij de Sont afhing van de breedte van het dek.
Voor het Spookwrak is vorig jaar een internationale onderzoeksgroep opgericht, vertelt Rönnby. „De nieuwe vondst past daar goed bij en levert mooi vergelijkingsmateriaal op. Ik denk dat hij net iets ouder is dan het Spookwrak.”
Bij het onderzoek zijn Nederlanders betrokken, onder wie Jerzy Gawronski, onderwaterarcheoloog en stadsarcheoloog van Amsterdam, en Ab Hoving, hoofdrestaurator scheepsmodellen van het Rijksmuseum en vertegenwoordigers van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
„Wij willen kijken of het mogelijk is om een van beide schepen te lichten en op onze locatie in Lelystad ten toon te stellen”, zegt Benno van Tilburg, hoofd afdeling maritieme archeologie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. „Zweden heeft de Vasa, Engeland de Mary Rose en de maritieme natie Nederland hopelijk straks een fluit.” Hij wil bij Lelystad met scheepswrakken het verhaal van de Nederlandse geschiedenis vertellen. „De fluit is een icoon van de Nederlandse handel op de Oostzee. Per jaar voeren er drieduizend schepen tussen Nederland en het Baltische gebied.” Ter vergelijking: naar Oost-Indië voeren enkele tientallen schepen per jaar.
Van Tilburg begrijpt dat de Zweden eerst toestemming zullen moeten geven en dat het project tijd en geld zal kosten. “Het is een vijf- tot tienjarenplan, maar we gaan toch maar vast een businessplan opstellen.”
