Ex-militairen negeren hulp van Defensie
Rotterdam, 4 sept. Nederlandse oud-militairen die psychische klachten hebben overgehouden aan de missie in Uruzgan maken niet allemaal gebruik van de door Defensie aangeboden nazorg.
Een deel van de militairen die in Uruzgan zijn geweest heeft last van psychische klachten. Als ze de krijgsmacht verlaten, verliest Defensie vaak het contact met hen. Dit staat in het vandaag verschenen boek Op missie, de Uruzgan-veteranen: het avontuur, de angst en de thuiskomst van NRC-journalist Jaus Müller.
Experts
Experts maken zich zorgen over het negeren van psychische hulp. „Ik denk dat er een groep jongeren is die grote problemen kan krijgen”, zegt Hugo Remmers, tot voor kort bij de krijgsmacht werkzaam als humanistisch verzorger. „Sommige jonge veteranen zijn erg bot en afgevlakt in hun emoties. Ze hebben in het uitgaansleven een kort lontje, zijn snel geïrriteerd als hun partner het huis niet heeft opgeruimd.”
Het percentage militairen dat langdurig psychische zorg nodig heeft ligt tussen de 2 en 4 procent. Voorlopige onderzoeksresultaten naar ‘Uruzgan’ lopen gelijk met die van missies als Irak en Joegoslavië, zegt Defensie. Kolonel-arts Kees IJzerman: „10 tot 15 procent van de door ons onderzochte militairen geeft aan dat hun gezondheid kort na thuiskomst wat is verslechterd, Het grootste deel knapt daar snel weer van op. Het merendeel komt zonder klachten terug en kijkt er trots op terug.”
Zorgsysteem
Het raamwerk van de nazorg is afgelopen jaren sterk verbeterd. Maar het zorgsysteem werkt alleen als veteranen eraan willen meewerken: na hun dienstverband is Defensie de grip kwijt als militairen de vragenlijsten niet invullen of niet komen opdagen bij gesprekken met psychologen. „Ik kan er wel over vertellen, maar de mensen snappen het toch niet”, zegt oud-korporaal Mike van de Vondervoort. „Ze vragen hoeveel Talibaan ik heb doodgeschoten.”
In het boek beschrijven de geïnterviewde militairen dat in Uruzgan heviger en vaker gevochten is dan tot nu toe bekend is. Niet alleen de intensiteit van de gevechten valt op, ook ook de frequentie ervan – met name in de eerste jaren van de missie (2006, 2007): militairen zeggen dat ze binnen enkele weken tijd meer dan tien keer zijn beschoten. Een onderzoeker vertelt dat sommige militairen aan het einde van de missie, december 2010, meer gevechtservaring hebben dan veel soldaten uit WOII.
