Wat de gemiddelde Amerikaan weet van Nederland

Een Amerikaan en een Nederlander zoenen nadat ze zijn gehuwd door de Amsterdamse burgemeester Job Cohen tijdens de Gay Pride Canal Parade op 1 augustus van dit jaar.
Door onze correspondent Tom-Jan Meeus

New York viert volgende week vierhonderd jaar vriendschap tussen Nederland en de Verenigde Staten. Welk imago heeft Nederland in Amerika?

Matthew Aid is een vrolijke man uit Washington die van staatsgeheimen houdt. Hij kan er smakelijk over vertellen. En hij heeft een gedetailleerde kennis van Nederland.

In de Koude Oorlog werkte hij voor de NSA, de grootste inlichtingendienst van de VS, gespecialiseerd in afluisteren. Twintig jaar geleden vertrok hij daar, en begon aan zijn levenswerk: een minutieuze geschiedschrijving van zijn voormalige werkgever. Het leidde deze zomer tot de publicatie van het veelgeprezen The Secret Sentry.

Manuscript

Zijn manuscript bevatte aanvankelijk ook een hoofdstuk over Nederland; Aid rekent sommige inlichtingenfunctionarissen in Nederland tot zijn beste vrienden. In dat hoofdstuk werd beschreven dat de Amerikaanse autoriteiten de Nederlandse regering de afgelopen halve eeuw stelselmatig hebben afgeluisterd. Dat is nu eenmaal routine in inlichtingenwerk: je houdt je bondgenoten in de gaten. Desnoods breek je in op hun ambassade, opdat je altijd weet wat zij weten. „In God we trust, all others we monitor”, zegt Aid met een bulderlach.

Dus ook Nederland. Het begon in 1944 en het liep zeker door tot eind jaren negentig. Hij is ervan overtuigd dat de praktijk nog steeds geldt. „Ik ga naakt op straat staan als het anders is. Daar is de NSA voor. Het zou pas schokkend zijn als ze het niet deden.”

Toch hebben deze bevindingen het boek niet gehaald. Zijn redacteur bij uitgeverij Bloomsbury Press vond het manuscript te dik, en oordeelde dat niemand in de VS zat te wachten op onthullingen over zo’n landje in West-Europa.

Klein

Het illustreert het belang dat in de VS aan Nederland wordt gehecht. Klein, ver weg, niet onsympathiek, erg progressief, lieve bondgenoot – maar weinig om opgewonden over te raken. Bij de NSA, zegt Aid, valt Nederland al jaren onder de afdeling ‘ALLO’: All other countries.

Tegen die achtergrond probeert Nederland zich volgende week in de VS op de kaart te zetten. Officieel wordt gevierd dat Henry Hudson vierhonderd jaar geleden in New York aan wal kwam. Gesteund door kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima biedt Nederland een uitvoerig cultureel programma aan. Buitenlandse Zaken heeft er flink in geïnvesteerd, al is niet uitgesloten dat een paar andere thema’s – zorgstelsel, Afghanistan, herdenking 9/11 – meer aandacht krijgen.

Dat Nederland zich concentreert op cultuur en geschiedenis is niet onlogisch. Het imago kan wel wat opwaardering gebruiken: het omslag van de beste Amerikaanse reisgids over Nederland, Lonely Planet, toont nog steeds het cliché – kaas en klompen.

André Rieu

De bekendste Nederlandse artiest is vermoedelijk André Rieu. Jaren geleden ging de publieke omroep (PBS) met hem in zee. Dat zijn niet-commerciële, regionale zenders die hoogwaardige, informatieve programma’s uitzenden, vooral populair bij progressieve intellectuelen. Alle inkomsten komen van kijkers – tweemaal per jaar besteden zij een maand al hun zendtijd aan donorwerving.

Avond aan avond worden dan de shows van Rieu uitgezonden, omdat hij het grote geld binnenbrengt, aldus een woordvoerder van PBS. Gevolg is dat het Vrijthof in Maastricht de afgelopen vier jaar wekenlang een paar uur dag te zien was. PBS, die zegt met Rieu samen te werken omdat hij „klassieke muziek in een tijd van dalende belangstelling weer populair maakt”, organiseert ook veilingen van Rieus concertkaartjes, inclusief ontmoeting met André. Openingsbod: 750 dollar per ticket.

Tegelijk heeft Nederland bij de culturele elite aan de Oost- en Westkust nog altijd een voortreffelijke reputatie. In die wereld is Amsterdam een vrijplaats voor tolerantie en creativiteit. Lyrisch praten ze er over het Van Gogh Museum, IDFA, Anne Frank, Rembrandt, Spinoza.

„Voor mij is Nederland vrede, kunstzinnigheid en sociale rechtvaardigheid”, zegt bijvoorbeeld Jon Taplin. Hij was in de jaren zestig manager van Bob Dylan en The Band, en trad later op als producent van Mean Streets (1973), de film waarmee Martin Scorsese en Robert DeNiro doorbraken. Nu doceert hij massacommunicatie op een universiteit in Los Angeles. Dat Nederland werkt aan een verbeterd imago in de VS vindt hij vreemd. „Waarom?”

Bewondering

Eenzelfde bewondering klonk door in een stuk dat schrijver Russel Shorto, directeur van het John Adams Institute in Amsterdam, dit jaar publiceerde in het magazine van The New York Times. Hij vertelde hoe hij in zijn eerste Nederlandse weken niet kon loskomen van de wetenschap dat meer dan de helft van zijn inkomen naar de belastingen ging. Daar zat hij dan. De Vermeer in zijn werkkamer was schitterend. Het uitzicht op zeventiende eeuwse grachtenpanden prachtig. Maar zo veel belasting?

Gaandeweg raakte hij geïmponeerd door de diensten die de overheid voor dat geld levert, de goedkope gezondheidszorg vooral, en Russel Shorto bekeerde zich tot de verzorgingsstaat. Nergens ter wereld zijn mensen gelukkiger, legde hij in het stuk uit. Een voorbeeld voor de VS. Net als Nederland is de Amerikaanse samenleving „gebouwd op vrij ondernemerschap en een diep religieus besef”, aldus Shorto. Het was enkele dagen het populairste stuk op de website van The New York Times.

Het is de helft van het verhaal – het staat vast dat een grote minderheid in de VS een bijna existentiële afkeer heeft van elke welvaartstaat, Nederlands of niet. Dat geluid klinkt ook door bij een van de weinige Nederlandse publicisten die in de VS stelselmatig aandacht krijgen: de conservatieve student Michael van der Galien uit Mantgum, bij Leeuwarden.

Prinselijk paar in New York

Prins Willem-Alexander en prinses Máxima wonen komende week in New York de viering bij van New York 400.

Het paar wordt vergezeld door staatssecretaris Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA).

Het bezoek speelt zich vooral af in New York City, rond Battery Park en de rivier de Hudson. Ook bezoekt het kroonprinselijk paar de staat New York, onder meer de Militaire Academie West Point en de hoofdstad Albany.

Willem-Alexander en Máxima zullen tijdens hun bezoek ook een designpaviljoen (New Amsterdam Pavillion) onthullen. Dat paviljoen wordt namens de Nederlandse staat aan de stad New York geschonken. Bij deze gelegenheid is ook de Schaghen-brief te zien. Dit is een historisch belangrijk document dat verhaalt over de overdracht van het eiland Manhattan aan Nederland.
Van der Galien

Hij schrijft op het Engelstalige Poligazette.com en werd dit voorjaar door dezelfde New York Times voor zijn politieke analyses geprezen als „jonge, slimme, Nederlandse blogger”. Van der Galien rekent zich tot de conservatieven voor wie Obama een (verkapte) socialist is en presenteert Nederland in zijn stukken als politiek-correct en gevaarlijk links land. Invloedrijke conservatieve bloggers verwijzen graag naar zijn stukken.

Volgens Van der Galien staat het imago van Nederland in conservatief Amerika vooral onder druk omdat „mensen zien dat de trotse erfenis van de vrijheid van meningsuiting wordt opgeofferd aan de islamisering”. Het is de agenda die Geert Wilders ook uitspeelde toen hij dit jaar de VS bezocht. Een doorslaand succes was dat niet: er kwamen nauwelijks Congresleden op Fitna af. Ook interviewers op de conservatieve zenderFoxNews benaderden hem kritisch.

De plotselinge overkomst naar de VS van Ayaan Hirsi Ali in 2006 heeft geleerd dat het aanzien van Nederland op dit punt erg kwetsbaar is. Hirsi Ali’s gedwongen vertrek, na ruzie met toenmalig minister Verdonk, pakte uit als een pr-ramp voor Nederland. Een lange rij prominente commentatoren zagen in haar verhaal het bewijs dat Nederland een „intolerant land” was geworden: wel bereid haar klagende buren tegemoet te komen, niet bereid een moedige strijder tegen de uitwassen van de islam te steunen – dat was het beeld. En dat verdween pas toen Hirsi Ali, zeer geliefd bij Amerikaanse media, vorig jaar het openbare leven begon te schuwen.

Loyale bondgenoot

Intussen heeft de Nederlandse regering een groter probleem. Onder George W. Bush was het een loyale bondgenoot. Nederland gaf politieke steun aan de invasie van Irak en stuurde troepen naar zowel Irak als Afghanistan. „Dat zette ons land op de kaart. En het was goed voor de handel”, zegt toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot (CDA).

Onder Obama is Nederland terughoudender. De missie in Afghanistan eindigt in 2010. Alles wijst op een niet-militair vervolg en concrete steun bij de sluiting van Guantánamo Bay blijft vooralsnog uit. Gevolg is dat Nederland in Washington nu lager in de hiërarchie staat. „Helemaal oplossen doe je dat niet”, zegt Bot. Maar het kan geen kwaad als Washington moeite moet doen voor Nederlandse steun. Als Amerikaanse diplomaten je opjagen – „wat ze altijd doen” – moet je hen expliciet van repliek dienen. „Ze zijn erg gevoelig als je openlijk zegt dat het je niet bevalt.”

Lastig is ook dat Washington het binnenlands beleid van Nederland nooit echt zal begrijpen. Bot herinnert zich „ruzies met topmensen” omdat Washington de legalisering van prostitutie interpreteerde als bewijs dat Nederland mensenhandel tolereert. „Moest ik hen op hun eigen hypocrisie wijzen.” En „enorme misvattingen” over euthanasie en drugs. „Ze zien ons toch als een raar, verdorven land. Ze zouden het liefst een paar mormonen op ons afsturen om alles recht te breien.”

Achteloosheid

Dan is er de Nederlandse achteloosheid, een bron van grote Amerikaanse ergernis. Matthew Aid heeft, door zijn jarenlange onderzoek, in veel westerse landen inlichtingenmensen leren kennen. Wat hem aan Nederlandse spionagefunctionarissen het meest dwarszit, is hun nonchalance.

Afluisteren, legt hij uit, is zo’n normaal onderdeel van de internationale diplomatie geworden dat Balkenende op zijn eerste dag als premier de instructies kreeg van zijn inlichtingenmensen om zich te beschermen: geen mobiele telefoon, terughoudend met e-mail, vaste lijnen beschermen met encryptie. „Dat is standaard.”

Een jaar geleden kwam Aid op een conferentie waar ook het hoofd van de Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) was. Tijdens de lunch liep hij even naar buiten. „Ik wist niet wat ik zag. Stond het hoofd van de MIVD op zijn mobieltje met kantoor te bellen!” Dat soort nonchalance, legt hij uit, zullen Amerikanen nooit begrijpen. „Het stoort ons. Mij ook. Het stoort ons enorm.”

Gepubliceerd in:
Binnenland