Vastgoedpenoze strijkt neer op eiland Bonaire
Sinds bekend is dat Bonaire Nederlands grondgebied wordt in 2010 grijpen projectontwikkelaars hun kans. „Alles was mogelijk, als er maar onder tafel betaald werd.”
Amsterdam, 19 sept. Drie weken kostte het om erfpachtcontracten en de benodigde vergunningen langs de kust op Bonaire te regelen. Tegen alle ambtelijke adviezen in. Dat het bedrijf nog maar net op Bonaire zat, speelde geen rol. Dat in de directie een familielid van een gedeputeerde zat, wel. Dan wijkt alles op Bonaire en beslissen politici zelf over gronduitgifte en erfpacht. Een ‘voorrangsproject, heet het dan.
Het familielid van de gedeputeerde was zijn zus, weten insiders op Bonaire. De NV bleek een goudmijn en na toewijzing van de grond steeg de ‘familie-NV’ spectaculair in waarde. Eén miljoen dollar was de onderneming een jaar later waard.
Speeltje
Erfpachtuitgifte en vergunningverlening zijn op Bonaire verworden tot een speeltje van politici, zo waarschuwde de Antilliaanse Rekenkamer onlangs. Zij deed onderzoek naar de grondpolitiek op het eiland na de erfpachtkwestie en de ‘familie-NV’. Ambtelijke voorschriften doen er dan op Bonaire niet toe, ook niet als er grof geld betaald wordt. Erfpachtcontracten en vergunningen zijn daarna een goudmijn voor projectontwikkelaars. Want dat erfpachtrecht is vaak niet persoonsgebonden, maar staat op naam van een bedrijf of firma. De winst wordt, zoals bij de ‘familie-NV’, gemaakt als er verkocht wordt en de nieuwe eigenaar kan ontwikkelen en bouwen.
Zo is een groot aantal percelen op Bonaire de afgelopen jaren verkocht, zegt een vastgoedkenner die de lokale markt goed kent. „Sinds bekend is dat Bonaire Nederlands grondgebied wordt, hebben we vanuit Nederland een toestroom aan projectontwikkelaars zien komen. Maar ook vastgoedpenoze, Amsterdamse horecaboys, projectontwikkelaars en andere vage types. Die regelen nu nog zaken met het eilandsbestuur. En als het hier straks ‘Nederland’ is, lijken ze hun papieren op orde en is hun bedje gespreid.” Het Antilliaanse staatsverband eindigt in oktober 2010. Bonaire, met 15.000 inwoners op 300 km2, wordt dan een bijzondere gemeente van Nederland, net als Sint-Eustatius en Saba.
Gewillig oor
De gelukszoekers en andere investeerders vonden een gewillig oor bij ambtenaren en politici, met name van de UPB van Ramoncito Booi, die van 2002 tot afgelopen zomer de scepter zwaaide op het eiland. „Alles was mogelijk, als er maar onder tafel betaald werd. Een groot deel van het eiland bestaat uit erfpacht- en domeingrond dat formeel gratis moet worden uitgegeven. En dat is op grote schaal en onderhands ‘verkocht’. Politici hebben hier eerst het overheidsgeld opgemaakt. En de afgelopen jaren ook de grond.”
Maar dat is nu voorbij, lijkt het. Politici, oud-ministers en gedeputeerden, ambtenaren, overheidsadviseurs en lokale vastgoedhandelaren zijn sinds begin deze maand opgepakt en verhoord. Nederlandse ambtenaren van FIOD-ECD, en de Nationale Recherche helpen daarbij. „De aandacht is nu ook gericht op de Nederlandse zakenpartners. FIOD-ambtenaren vliegen heen en weer tussen Nederland en Bonaire met in beslag genomen administraties”, zegt een betrokkene bij het onderzoek. Want er wordt niet alleen gezocht bij politici en hun stromannen, maar ook bij overheidsdiensten, zoals de bestuurskantoren en de burelen van de dienst Economische Zaken en Arbeidsaangelegenheden. Op zoek naar de administratie van de vastgoedprojecten.
Corruptie
Geruchten over corruptie rondom de UPB gaan al langer op het eiland. Eind 2007 verscheen een zwartboek van de Fundashon Bon Gobernashon Bonaire, een stichting die bestuurlijke misstanden aan de kaak stelt. De UPB drijft op vriendjespolitiek, nepotisme en omkooppraktijken, stelde het zwartboek. Wie deel uitmaakte van het UPB-circuit, kon rekenen op goedbetaalde overheidsbaantjes, bevorderingen met fikse salarisverhogingen of voorkeursbehandeling bij gronduitgifte. Dat zwartboek bereikte ook de Tweede Kamer en staatssecretaris Bijleveld (Koninkrijksrelaties, CDA). Die schakelde het OM op Curaçao in, waar het zwartboek ogenschijnlijk in een la verdween.
Maar in het kielzog van een recent internationaal onderzoek naar witwaspraktijken, cocaïnesmokkel en illegale goudhandel op Curaçao, Bonaire, Aruba, Nederland, België en Oostenrijk stuitte justitie op betrokkenheid van dezelfde politici en ambtenaren op Bonaire uit dat zwartboek. Het onderzoek legde een internationaal goud- en cocaïnesmokkelcircuit van een miljoenenomvang bloot. Het netwerk op Bonaire hielp bij witwassen, zwartgeldbeheer en smokkel. Vooral via vastgoedprojecten, zo wijzen de eerste resultaten van het onderzoek uit.
Grote jongens
„De grote jongens zitten in Nederland of elders in Europa en de VS”, zegt een betrokkene bij het onderzoek. „Die lokale politici en ambtenaren lijken toch meer de waterdragers te zijn.” Maar er was nu wel voldoende aanleiding voor huiszoekingen bij overheidsdienten en politici zelf. Zo kwam er huiszoeking bij UPB-partijleider Ramoncito Booi en oud-minister en gedeputeerde Burney el Hage. Op Aruba werden de zonen opgepakt van voormalig UPB-minister Carlos Mercera.
Booi was vijf jaar geleden al in beeld bij justitie, toen op Curaçao onderzoek liep naar fraude en corruptie bij politici en ambtenaren. Dat leidde tot een groot aantal veroordelingen. Maar ondanks aanwijzingen dat Booi ook deel uitmaakte van dat corrupte circuit, bleef hij buiten schot. Ook nu is hij formeel geen verdachte. Maar de kans dat er nu ‘schoon schip’ wordt gemaakt, lijkt groter, is de inschatting op Bonaire. De UPB maakt geen deel meer uit van het bestuurscollege. En de eerste lichting Nederlandse ambtenaren is gearriveerd, onder leiding van oud-minister Henk Kamp (VVD). „Dat is de grote miskleun geweest van dat UPB-circuit”, aldus de eerdergenoemde vastgoedkenner. „Ze kwamen er te laat achter dat die kwartiermakers van Kamp zich ook zouden bemoeien met de interne gang van zaken.”
