Rol Osterhaus in Gezondheidsraad werd teruggedrongen
Rotterdam. De Gezondheidsraad heeft in 2007 de viroloog Ab Osterhaus ‘adviseur’ in plaats van ‘lid van de adviescommissies’ over griepkwesties gemaakt. Dit zegt de woordvoerder van de raad desgevraagd.
Het gebeurde nadat de Gezondheidsraad de regels rond belangenverstrengeling aanscherpte.
De reden voor het beperken van Osterhaus’ rol, aldus de Gezondheidsraad, was het belang van bijna tien procent dat Osterhaus heeft in het door hem opgerichte bedrijf Viroclinics. Dat bedrijf werkt aan de ontwikkeling van een vaccin tegen de Mexicaanse griep.
De PVV heeft inmiddels een spoeddebat in de Tweede Kamer aangevraagd over de kwestie Osterhaus, en eist het ontslag van de viroloog als adviseur van het ministerie van Volksgezondheid.
Osterhaus is al jarenlang een van de belangrijkste adviseurs van de overheid bij kwesties rond de griepbestrijding, achtereenvolgens de vogelgriep en de Mexicaanse griep.
De Gezondheidsraad is de officiële wetenschappelijke adviseur over gezondheidszaken van de overheid. Osterhaus mag sinds 2007 wel meepraten, maar niet meebeslissen over griepadviezen.
Afgelopen weekeinde zei Osterhaus in het Radio 1-programma Argos dat hij „het spanningsveld ziet”, maar dat het „er heel rustig zou worden als je iedereen zou uitsluiten die een keer iets met een bedrijf gedaan heeft.” Hij geeft aan transparantie zeer belangrijk te vinden. Op de homepage van zijn vakgroep in het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum staat een kort lijstje met aandelen van Osterhaus, waaronder die van Viroclinics. Hij staat op de website van Viroclinics vermeld als bestuurder. Nieuw zijn de gegevens over Osterhaus’ industriële banden dus niet.
Osterhaus ontkent dat hij een dubbele agenda heeft en zijn connectie met het bedrijfsleven hem financieel gewin oplevert. „Er zijn mensen die roepen dat ik mijn zakken aan het vullen ben, dat is niet zo. Ik heb complete opening van zaken gegeven. Het netto-effect van het werk bij ViroClinics: ik word er slechter van”, zei Osterhaus tegen HP/De Tijd. „Ik lever namelijk een van mijn werkdagen bij de universiteit in”. Volgens de viroloog is samenwerking met het bedrijfsleven noodzakelijk voor het ontwikkelen van antivirale middelen.
Dat farmaceutisch onderzoekers contacten hebben met de industrie is inderdaad niet vreemd, zegt Huub Schellekens, viroloog en hoogleraar innovatie en medische biotechnologie aan de Universiteit Utrecht. „De overheid verplicht universiteiten zelfs samen te werken met bedrijven.” Maar, zegt Schellekens, „allereerst moet je altijd open zijn over je belangen. En je connecties beperken waarover je openbaar kunt adviseren.”
Hoogleraar Schellekens zit in het College ter beoordeling van Geneesmiddelen, waar het verboden is aandelen van belanghebbende bedrijven te bezitten. Schellekens: „Daarmee sluit je alle schijn van belangenverstrengeling uit.”
