PvdA: onderzoek inspectie naar babysterfte
Den haag, 21 okt. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) moet uitzoeken of slechte samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen babysterfte in de hand werkt. Dat heeft PvdA-Kamerlid Khadija Arib vandaag gevraagd aan minister Ab Klink (Volksgezondheid). Ze reageert op de uitspraak van hoogleraar verloskunde Gerard Visser dat verloskundigen zwangere vrouwen sneller naar een vrouwenarts moeten sturen.
Volgens de hoogleraar houden de verloskundigen de zorg voor hoogzwangere vrouwen te lang bij zich. Ook vrouwenartsen zouden zich minder afwachtend moeten opstellen. Arib stelt dat deze ‘domeindiscussie’ tussen verloskundigen en gynaecologen nu wel lang genoeg heeft geduurd. In haar ogen kunnen vrouwen en kinderen daar de dupe van worden. Daarom wil ze dat de inspectie in actie komt.
Visser pleit voor de invoering van een standaardcontrole van alle vrouwen die 38 weken zwanger zijn. Artsen kunnen dan beter inschatten hoe de conditie van de aanstaande moeder is en hoe de zwangerschap verloopt. Als blijkt dat er risico's zijn, moeten die duidelijk in het medisch dossier worden vermeld zodat er snel kan worden ingegrepen als dat nodig is. De controles behoren volgens de arts in de Verenigde Staten en Noorwegen al tot de standaardbehandeling.
Eind dit jaar moet een stuurgroep onder leiding van het ministerie van Volksgezondheid met aanbevelingen komen om sterfte onder baby's te verminderen. Nederland heeft bijna de hoogste babysterfte van Europa.
Visser noemt het huidige systeem van begeleiding van zwangere vrouwen in Nederland ‘paternalistisch en betweterig’. Hij vindt dat vrouwen bijvoorbeeld beter voorgelicht zouden moeten worden over de risico's voor baby's die langer dan 41 weken in de baarmoeder zitten. In andere landen wordt de geboorte eerder kunstmatig opgewekt.
De organisatie van verloskundigen KNOV wil niet reageren op de uitspraken van gynaecoloog Visser. Volgens de organisatie heeft hij zijn persoonlijke mening gegeven en spreek hij niet namens anderen.
