Verzoek Clinton: blijf in Uruzgan

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton.

Door een onzer redacteuren

Brussel/Den Haag, 5 dec. Ook de Amerikaanse minister Hillary Clinton (Buitenlandse Zaken), heeft gisteren een dringend beroep op Nederland gedaan volgend jaar niet te vertrekken uit Uruzgan.

Andere prominenten waren haar deze week hierin al voorgegaan, zoals de Amerikaanse vicepresident Joe Biden, de speciale Amerikaanse afgezant voor Afghanistan Richard Holbrooke en NAVO-topman Anders Fogh Rasmussen.

Nederlandse aanpak

Volgens Clinton is de Nederlandse aanpak in Afghanistan een voorbeeld voor andere landen, waaronder de VS. Clinton doelde op de zogeheten 3D-benadering (development, diplomacy, defense) waarbij ontwikkelingshulp, diplomatie en defensie zo veel mogelijk worden gecombineerd.

„De Nederlanders waren ons hiermee voor”, aldus Clinton in Brussel, waar zij samen met de andere NAVO-ministers van Buitenlandse Zaken bijeen was. Ze zei dat de nieuwe Amerikaanse strategie die president Obama afgelopen week aankondigde, voor een deel op die 3D-aanpak is gebaseerd.

Toenemende druk

Haar prijzende woorden voor Nederland waren opnieuw een illustratie van de toenemende druk op Nederland om na volgend jaar militair in Uruzgan aanwezig te blijven. De Tweede Kamer is in ruime meerderheid tegen verlenging van de militaire missie in de zuidelijke Afghaanse provincie. Het kabinet is verdeeld. De kwestie heeft de afgelopen dagen gezorgd voor toenemende spanning in de coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie.

Premier Balkenende zei gisteren na afloop van de wekelijkse ministerraad dat Nederland het „buitenbeentje” van de NAVO wordt als het na 2010 geen enkele bijdrage meer levert in Afghanistan. Overigens heeft het kabinet de mogelijkheid altijd opengehouden om na afloop van de missie in Uruzgan elders in Afghanistan in bescheiden mate militair actief te blijven. Ook hier voelt de PvdA-fractie weinig voor.

Balkenende heeft er gisteren opnieuw bij zijn ministers op aangedrongen de discussie over de toekomstige militaire aanwezigheid in Afghanistan binnenskamers te voeren. De afgelopen dagen lieten vicepremier Bos (PvdA) en de ministers Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) en Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) hun verschillen van inzicht in het openbaar blijken.

Het kabinet moet de Kamer voor 1 maart laten weten wat er na volgend jaar zal gebeuren. Balkenende liet gisteren doorschemeren dat een besluit te verwachten is voor een nieuwe Afghanistan-top, die eind januari in Londen wordt gehouden.

De publiekelijke onenigheid onder leden van het kabinet illustreert volgens de premier de weerbarstigheid, complexiteit en politieke gevoeligheid van het onderwerp.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Binnenland