‘Artsen laten baby’s nu versterven’
Amsterdam, 12 dec. Artsen durven actieve levensbeëindiging bij ernstig zieke baby’s niet langer aan. In plaats daarvan worden baby’s die als gevolg van zeer ernstig hersenletsel, niet kunnen zien en horen, epileptisch zijn en kampen met long- en hartproblemen ‘palliatief’ behandeld.
Dat betekent dat medisch ingrijpen achterwege blijft als de situatie verslechtert. Het kind overlijdt dan aan een infectie of ondervoeding wanneer de sondevoeding is gestopt.
Dat schrijven medewerkers van de intensive care afdeling neonatologie in het Erasmus Medisch Centrum in het artsenvakblad Medisch Contact. Dit ‘versterven’ van een pasgeborene kan enkele dagen tot weken duren, vertelt ethicus Gert van Dijk desgevraagd. Sommige artsen en ouders zien dit als een „nodeloze verlenging van het sterfbed”. Vroeger zou van deze ernstig zieke pasgeborenen het leven actief zijn beëindigd.
Onzekerheid
Dat gebeurt niet langer omdat er onzekerheid is ontstaan over de criteria voor actieve levensbeëindiging van pasgeborenen. De toetsingscommissie die moet controleren of artsen op de juiste manier omgaan met levensbeëindiging van baby’s heeft aangegeven vooral te letten op actueel uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Maar die criteria gaan voorbij aan de praktijk, schrijven de Rotterdamse artsen. Want aan baby’s met zeer ernstig hersenletsel zie je vaak niet af dat ze uitzichtloos en ondraaglijk lijden. En anders dan (jong)volwassenen kunnen ze dat ook niet zelf aangeven.
Terwijl de toetsingscommissie erop rekende zo’n vijftien tot twintig meldingen per jaar te moeten beoordelen, werd er de afgelopen twee jaar slechts één geval gemeld. Staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) sluit niet uit dat artsen levensbeëindiging van baby’s verzwijgen, uit angst voor strafrechterlijke vervolging. De Rotterdamse ethicus Gert van Dijk: „Artsen zijn inderdaad bang voor de rechter. Maar voor zover ik weet verzwijgen artsen actieve levensbeëindiging niet. Ze zijn zich anders gaan gedragen. Artsen voelen zich gedwongen een palliatief beleid te voeren. Velen hebben daar grote moeite mee omdat hierdoor de kwaliteit van sterven verslechtert.”
Mede op basis van de Rotterdamse praktijk laat artsenorganisatie KNMG een commissie van artsen, ethici en juristen onderzoeken welke knelpunten artsen ervaren bij behandelbesluiten over ernstig zieke pasgeborenen. In de loop van komend jaar moet de commissie verslag uit brengen.
Juristen en artsen
De Rotterdamse artsen schrijven ook dat er tussen artsen en juristen mogelijk verschil van inzicht bestaat over de vraag wat actief levensbeëindigend handelen precies is. Als besloten wordt om de beademing van een ernstig zieke pasgeborene te staken, en de baby naar adem gaat happen – een normaal onderdeel van het stervensproces – dienen sommige artsen pijnstilling toe en narcosemiddelen. Dat doen ze in de eerste plaats om het lijden te verlichten, ook voor de ouders voor wie zo'n aanblik traumatisch kan zijn. Maar neveneffect is wel dat het kind er eerder door kan overlijden.
Volgens de Rotterdamse artsen is het hoog tijd dat de toetsingscommissie preciezer aangeeft welke criteria ze accepteren bij levensbeëindiging van baby’s. Ethicus Gert van Dijk: „Bij deze groep pasgeboren wilsonbekwame baby's kan je niet de criteria uit de Euthanasiewet één op één overnemen. Als het aan mij ligt telt ook de vraag mee in hoeverre de ernstig zieke baby kans heeft op een menswaardige toekomst.”
