Kortere wachtlijst jeugdzorg deels fictief

Minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie)
ANP

Amsterdam, 5 jan. De daling van de wachtlijsten in de jeugdzorg is voor een deel slechts op papier. Dat concludeert de Randstedelijke Rekenkamer in een deze week verschenen rapport over de jeugdzorg in Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland.

Minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) en de provincies spraken in 2008 af dat minder kinderen langer dan negen weken op hulp zouden moeten wachten. De wachtlijsten namen ook af. Begin 2009 stonden er in het hele land nog ruim 5500 personen op deze lijsten, op 1 oktober nog maar bijna 3700.

De Randstedelijke Rekenkamer concludeert nu echter dat een deel van die afname het gevolg is van administratieve handelingen. Zo werden in 2009 registratieachterstanden weggewerkt en werden kinderen die niet direct zorg nodig hadden van de wachtlijsten afgehaald.

Voor een deel is de afname wel 'echt'. In het rapport staat dat jeugdzorginstellingen hun capaciteit hebben kunnen uitbreiden door de vele miljoenen euro's die Rouvoet en de provincies voor dit probleem hebben uitgetrokken. Daardoor konden meer kinderen hulp krijgen.

De Rekenkamer stelt verder dat de overheid zich te veel richt op het terugdringen van de wachtlijsten langer dan negen weken. Voor sommige kinderen is een wachttijd van vijf weken al te lang, terwijl voor anderen negen weken geen probleem hoeft te zijn. Daardoor staat het kind onvoldoende centraal in de afspraken tussen de minister en de provincies, aldus de Rekenkamer.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Binnenland