Wadlopen door sneeuw- en ijslandschap
Het ijswater sijpelt bij de laarzen van een wadloper naar binnen. "It kin net", zegt een ander die met wandelschoenen tot halverwege zijn kuiten in de ijspap staat. Voordat de eerste winterwadlooptocht goed en wel is begonnen, moeten enkele deelnemers alweer terug.
Marrum, 9 jan. Eerder op de ochtend had Harry Feenstra van Wadloopcentrum Fryslân er al voor gewaarschuwd. "Ik zie veel bergschoenen en lage laarzen", zegt hij voor aanvang van de wandeltocht van negen kilometer. De organisator wijst naar zijn knieën en zegt: "We gaan tot zo ver het water in." Veertig wadlopers en tien gidsen staan tegenover hem, klaar om de eerste winterwadlooptocht sinds vijftien jaar te lopen.
Gevoelstemperatuur
Buiten vriest het twee graden maar omdat het hard waait, windkracht zes, is de gevoelstemperatuur min tien. Om half negen 's ochtends vertrekt de stoet richting het wad. De tocht begint in het Friese dorpje Blije, dichtbij Marrum, en voert over de zeedijk naar de besneeuwde 'kwelders' en het bevroren wad.

De kwelders, gebieden die alleen bij hoog water blank komen te staan, zijn volledig wit. Door het sneeuwpak heen steken bosjes zeegras en lamsoor, een gewas dat vooral voorkomt in gebieden bij zee. In juni 2009 zijn de kwelders tot werelderfgoed benoemd.
"Ongeveer twee keer per jaar spoelt de zee hier over het land", zegt gids Klaas van der Kooij. "Het gebied is bekend van de reddingsactie voor de paarden in november 2006". Ruim honderd paarden waren toen ingesloten omdat de kwelder waarop zij stonden na een flinke storm werd omringd door de zee.
Slikwerker
"Tot eind jaren zestig moesten werklozen in dit gebied als slikwerker aan de slag", vertelt Van der Kooij. De slikwerkers legden het het wad volgens hem met de schep droog. De spoorlijnen waarmee zij vroeger over het land reisden liggen er nog, zegt zijn collega Garmt Kieft. "Nu de werkers er niet meer zijn, worden de spoorlijnen door boeren als bruggetjes gebruikt."
Vogels zijn vandaag vrijwel niet te zien, wel rent er een haas door de sneeuw. In een lange rij lopen de vijftig wadlopers richting de Waddenzee. Ze zakken dieper weg in het mengsel van ijs, sneeuw, water en slib naarmate de zee nadert.
Van tevoren adviseerde de Friese Wadlopersvereniging de deelnemers te zorgen voor warme bovenkleding, een winddichte jas, waterdichte broek en rubberlaarzen van minimaal 30 centimeter hoog. Wie langdurig buiten verblijft, moet oppassen voor onderkoeling, zo waarschuwde het KNMI.
Onderuit
Dan klinkt een gil. Een vrouwelijke wadloper is in het slib gevallen. Niet snel daarna gaat ook een ander onderuit. "Gewoon blijven lopen", roept een gids. "Niet stil blijven staan, dan gaat het mis." Het slib zuigt de laarzen vast als je langer op dezelfde plek staat, legt hij uit.
Ingrid Telle is één van de ongelukkigen. Zij zit na haar val onder de modder. Steunend op twee anderen probeert zij over haar besmeurde broek een regenbroek te trekken om de kou tegen te gaan. Haar laarzen zitten vast in het slib. Een gids probeert ze met een stok los te wrikken. Ondertussen zorgt Telles dochter voor warme thee uit een thermosfles.
Omdat meer deelnemers vallen, besluit de organisatie na twee uur terug te gaan. "De vermoeidheid slaat nu bij sommige wadlopers toe", zegt gids Kieft terwijl hij wijst naar een deelnemer die hijgend aansluiting probeert te vinden bij de groep. Kieft: "Sommige deelnemers hebben het toch onderschat."
Snert
Bij terugkomst is gezorgd voor snert. Voldaan kijken de deelnemers terug op de wandeling. "De weidsheid van het landschap is prachtig", zegt Marjo de Groot. In de zomer is het mooi, maar nu in de winter is het haast nog mooier."
Ook de organisatie kijkt tevreden terug op de wandeling. Als de omstandigheden goed blijven organiseert de vereniging vrijdag weer een wadlooptocht. De minimale hoogte van de rubberlaarzen is dan door de organisatie verhoogd naar 40 centimeter.
