Aanklacht peloton tegen commandant Uruzgan

Nederlandse en Afghaanse troepen op patrouille in Uruzgan (archieffoto).
ANP

Den Haag, 24 jan. De groepscommandanten van het peloton dat in september 2008 in Uruzgan weigerde een verkenningsopdracht uit te voeren, gaan bij de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK) een aanklacht indienen tegen de compagniescommandant van destijds.

De militairen willen rehabilitatie voor het hele peloton en bestraffing van hun commandant. Die is inmiddels bevorderd van kapitein tot majoor en gaat binnenkort opnieuw naar Uruzgan.

Twee groepscommandanten meldden gisteren in het tv-programma Zembla dat ze zich zorgen maken over soldaten die straks aan hem zijn overgeleverd. Een van hen is Maurice Vissers, die onlangs door minister Eimert van Middelkoop (Defensie) werd onderscheiden met het kruis van verdienste vanwege betoonde moed in levensdreigende omstandigheden begin 2007.

Vissers noemt de instelling van de toenmalige kapitein ,,levensgevaarlijk'' en de andere groepscommandant, Karel, vindt dat deze officier eerst psychologisch moet worden onderzocht. Ze zijn ontevreden over de afhandeling door Defensie tot nu toe. Het peloton weigerde destijds een riskante opdracht uit te voeren, omdat ze een etmaal meer tijd wilde om zich voor te kunnen bereiden. Enkele leidinggevenden hadden ook al aangegeven dat het hier aan schortte, maar de kapitein die in rang boven de pelotonscommandant stond, wilde van geen uitstel weten. Hij zei dat 'befehl voor hem befehl' is, en dat het hem niet uitmaakte wie er zou sneuvelen.

Het peloton werd op non-actief gezet en twee militairen werden teruggestuurd naar Nederland. Ze zijn uiteindelijk niet beschuldigd van strafbare feiten als dienstweigering of muiterij. Maar volgens Vissers en Karel leven 21 kerels uit het peloton nog steeds in onvrede, ook al zijn enkelen al de dienst uitgegaan. Zelf werken ze nog wel bij Defensie. Karel vecht ook nog zijn repatriëring aan. Defensie noemt het ,,ongelukkig'' dat betrokkenen hun kritiek via de media spuien, aldus een woordvoerder. Hij vindt het ongepast inhoudelijk te reageren, omdat en nog een beroepszaak loopt. Over de zaak zijn ook al Kamervragen beantwoord.

Uit hun relaas blijkt ook dat de militairen die de poort uitgingen in die tijd spullen scharrelden bij hun Australische en Amerikaanse collega's, omdat hun eigen uitrusting volgens hen niet voldeed. De Australíërs noemden de Nederlanders ,,a beggars army''. Destijds kwamen vaker van deze signalen over een gebrekkige uitrusting naar voren.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Binnenland