Derde Bekeerlingendag trekt honderden mensen
Het is de warmte, de waardigheid, het goeddoen. Zo verklaren vrouwen hun bekering tot de islam. In Utrecht werden zondag acht mensen moslim.
Utrecht, 2 febr. Verstikkende warmte en grote saamhorigheid overvallen je bij de zij-ingang van de Omar Al Farouk-moskee in Utrecht Overvecht. Vroeger was de moskee een katholieke kerk, maar binnen zie je dat niet meer. Daar puilt de schoenkast uit, de grond ligt bezaaid met dameslaarzen. De organisatie had honderden mensen verwacht, die zijn ook gekomen. En nog veel meer.
‘Zusters’ worden zeer hartelijk verwelkomd. Ze zoeken een plaatsje op het rood-oranje tapijt, in de zee van hoofddoeken en een paar nikabs. Op een scherm volgen de vrouwen de vooraanstaande moslimsprekers in het mannengedeelte. En de bekeringen (van vier mannen en vier vrouwen).

Het was afgelopen zondag de derde Nationale Bekeerlingendag. Twee jaar geleden werd de eerste gehouden. Toen bekeerde Mandy, nu negentien, zich tot de islam. Ze heeft een zwarte hoofddoek strak om haar gezicht en is gekleed in een zwart gewaad. Een vriendin op de middelbare school vertelde haar over de islam. Die vriendin is vandaag met haar mee.
Wennen
Haar ouders moesten wennen aan haar bekering, vertelt ze. In haar woonplaats in Noord-Brabant wonen bijna geen moslims. Toen ze een jaar geleden een hoofddoek ging dragen, viel ze op. Nu zijn haar ouders eraan gewend; ze doet rustig boodschappen met haar moeder. Haar broertje van 13 is stil als ze bidt. Alleen haar zus van 18 vindt het niks. „Ze wil niet met me over de islam praten”, zegt Mandy. „Ze zegt: ‘Ik geloof niet in Allah, ik geloof in mezelf’. Ik vind het erg jammer. Misschien wil ze later luisteren, míj geeft het geloof zoveel.”
Zehiela (27) en Mabrouka (24) zijn zusjes, met een Marokkaanse vader en een Nederlandse moeder. Ze groeiden zonder de islam op – hun ouders scheidden toen ze nog jong waren, ze bleven bij hun moeder. Eerst woonden ze in Drenthe, daarna in Amsterdam.
Mabrouka was 14 toen ze zich voor het eerst verdiepte in de islam. „Het is een deel van me. Maar ik ben ook over andere religies gaan lezen. Je moet weten wat er is, voordat je kan kiezen wat bij je past.” De islam trok het meest. Ook Zehiela raakte geïnteresseerd. Ze proberen uit te leggen wat de aantrekkingskracht is: „Het is de warmte. Je houdt van elkaar omwille van het geloof. Het schept een band”, legt Zehiela uit.
Dromen
Zehiela draagt een lichtblauwe hoofddoek over een donkerblauwe. „Ik droomde op een nacht dat ik een hoofddoek wilde dragen. Die ochtend heb ik er een opgedaan. Ik dacht: ‘Dit wil ik. Zo ga ik naar mijn werk, wat ze er ook van zeggen’.” Ze werkte toen bij AH-to-go. Ze lacht als ze terugdenkt aan de eerste reacties: ‘Gaat het wel goed met je?’; ‘Word je gedwongen?’; ‘Ben je getrouwd?’
Mabrouka heeft lange tijd een hoofddoek gedragen, maar doet dat nu niet meer. „Mensen behandelen je met hoofddoek anders dan zonder. Gebeurde er iets in Irak? Ik moest me verantwoorden. Ik werd aangekeken op alles wat met de islam te maken had. Ik ben daar helemaal niet zo mee bezig.”
Het lijkt wel of Nederlanders een vrouw met een hoofddoek eng vinden, zegt Zehiela. „Als mensen me aanstaren, groet ik vriendelijk. Ik wil ze van het tegendeel overtuigen.” Ze lacht vrolijk.
Discussie
Zehiela staat open voor discussie, zegt ze. Ze vertelt over een jongen die haar in de trein aansprak en wilde weten hoe ze over abortus en homo’s dacht. „Zolang er niet gescholden wordt, ga ik de discussie aan. Ik hou daar wel van.” Die keer in de trein discussieerde na een kwartier de hele coupé mee. „Ook een Lonsdale-jongen.”
In de Omar Al Farouk-moskee komen niet alleen bekeerlingen op de bekeerlingendag. „Ik ben moslim vanaf mijn geboorte”, zegt een in zwart gehulde Marokkaanse vrouw met baby. „Maar ik kan er ook van leren. En anders zit ik maar thuis.” Vriendelijk wijst ze de vrouw met lichtbeige hoofddoek naast haar terecht omdat ze haar pakje appelsap met haar linkerhand vasthoudt: „Wat je met links doet, gaat naar satan.”
„Ik ben linkshandig”, is het antwoord, „dan vergis je je makkelijk.” Het klinkt niet verontschuldigend.
Strikt
Later vertelt de vrouw met de beige hoofddoek over haar bekering in 1993. Ze is van huis uit protestant, maar bekeerde zich toen ze trouwde met een Marokkaanse man. Ze hebben vier kinderen. Ze houdt zich redelijk strikt aan de islamitische wetten, omdat het prettig voelt, niet omdat het moet. Tegelijkertijd is ze pragmatischer dan veel bekeerlingen die van geen concessie willen weten. Zo bidt ze wel voor en na, maar niet onder het werk (ze werkt als softwarearchitect), en draagt ze op het werk geen hoofddoek. „Ik vind de waardigheid, de eerlijkheid en het goeddoen belangrijker aspecten van de islam dan die sjaal.”
De vrouw in het zwart heeft meegeluisterd. „Het is je récht een hoofddoek te dragen op het werk”, zegt ze. „Neem een advocaat.” Haar buurvrouw antwoordt minzaam: „Ik ben kostwinner. Verstoorde arbeidsverhoudingen kan ik me niet veroorloven.” Je moet leven naar de wetten van de islam, zegt de vrouw in het zwart. Haar buurvrouw vraagt: „Werk jij?” Het antwoord is nee.
