Jeugdzorg moet het hol van de leeuw in
Het demissionaire kabinet wil de jeugdzorg ingrijpend op de schop nemen. Gevaar hiervan is dat de energie die dat vergt ten koste gaat van de zorg zelf.
Den Haag. Over acht jaar zal alles in de jeugdzorg anders zijn. Als het aan het plan van het demissionaire kabinet ligt, dat eerder deze maand werd gepresenteerd, worden problemen van kinderen en gezinnen dan opgelost op de plek waar zij zich voordoen. En dat is in de eigen omgeving van het kind: thuis of op school, of door pedagogische huisartsen in het Centrum voor Jeugd en Gezin in de wijk – dus niet langer in een afgelegen internaat of behandelcentrum.
Diagnose en doorverwijzing
Aan het langdurige diagnosticeren en doorverwijzen van jongeren komt dan een eind. In plaats daarvan gaan hulpverleners aan de slag met praktische zaken als schoolverzuim, schuldhulpverlening, arbeidsbemiddeling en het laten afkicken van ouders. Want als vaders en moeders normaal functioneren, kunnen zij ook hun kinderen weer gaan opvoeden.
Het klinkt allemaal logisch, maar staat ver af van de huidige praktijk. Een gezinsvoogd houdt zich nu niet met schuldsanering bezig, maar verwijst cliënten door naar gespecialiseerde hulpverleners. De bureaucratie en de wachtlijsten die daarbij zijn ontstaan hebben medewerkers moedeloos gemaakt. Zij zien dat ze de meest hulpbehoevende gezinnen met meerdere problemen niet bereiken. Straks mogen ze deze mensen als gezinswerker thuis begeleiden. In het hol van de leeuw moeten zij zich dan verdiepen in de achtergronden van de problemen.
Provincies dragen de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg over aan gemeenten.
Hieronder valt onder meer: ambulante zorg (thuis), open residentiële zorg
(in een instelling), pleegzorg, gesloten jeugdzorg, jeugdbescherming en
jeugdreclassering.
De ‘pedagogische huisarts’ in het Centrum voor Jeugd en Gezin schakelt zo
nodig specialisten in. De bureaus Jeugdzorg zullen daarom niet meer de
zorgbehoefte van mensen beoordelen. Dit moet een einde maken aan de veel te
lange wachtlijsten.
De bureaus Jeugdzorg worden regionale organisaties voor gedwongen
hulpverlening. Hulp onder dwang blijft zo gescheiden van vrijwillige hulp.
Omdat de meeste gemeenten te klein zijn voor zorgtaken, moeten zij gaan
samenwerken. De zorg voor jonge licht verstandelijk gehandicapten (jeugd-
LVG) wordt een verantwoordelijkheid van gemeenten. Nu is het nog AWBZ-zorg.
Alleen de psychische hulp voor jongeren (jeugd-GGZ) behoudt zijn status aparte.
Rouvoet verwacht dat gezinnen dan sneller lichte hulp krijgen, vóórdat de problemen van kinderen zijn geëscaleerd. Nu belanden te veel jongeren in het zware zorgcircuit, omdat gemeenten er baat bij hebben de verantwoordelijkheid voor lastige klantjes op de provinciale jeugdzorg af te wentelen. Straks houden gemeenten juist geld over als zij investeren in preventie. Rouvoet denkt ook dat er meer samenhang in de zorg komt als gemeenten als enige verantwoordelijk zijn.
Samenhang
De keuze om de jeugdzorg over te hevelen naar gemeenten draagt bij aan meer samenhang in de hulp, zegt Jos Baecke, auteur van de meest recente evaluatie van de Wet op de jeugdzorg. „Maar een aantal vereenvoudigingen zou sneller binnen het huidige stelsel te realiseren zijn.” Gebrek aan politiek lef kan Rouvoet met zijn drastische voorstel niet (meer) verweten worden. „Het zijn in grote lijnen goede plannen”, vindt hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns. „Het wordt een stuk overzichtelijker en de hulp komt dichter bij de mensen.”
Zorgverleners moeten anders leren omgaan met problemen in wijken en scholen, zegt Hermanns. Zolang zij lastige kinderen blijven problematiseren en doorverwijzen komt hulp bij de opvoeding niet van de grond. „Dat is de grootste en moeilijkste taak die er nu ligt.” De overheid zal daar volgens Hermanns bovenop moeten zitten. Het Rijk zou kwaliteitseisen en innovatieve vormen van jeugdhulp moeten afdwingen, zoals in Noorwegen. Daar gaan kinderen niet naar internaten, maar worden alleen effectieve hulpprogramma’s bij mensen thuis vergoed.
Rouvoets toekomstplan voorziet ook in een sterke verbetering van de kwaliteit en professionaliteit van de sector. Het Nederlands Jeugdinstituut vindt het echter nog aan „inhoudelijke visie” ontbreken. Rouvoet vermindert de bestuurlijke lagen, zegt bestuurslid Nelleke Groenewegen, maar zegt niet welk type hulp nodig is voor de uiteenlopende problemen in gezinnen.
Steeds meer dringt het besef door dat hulpverleners moeten leren kijken naar de context waarin kinderen opgroeien. Deze aanpak ontluikt net, maar vergt nog veel personeelstraining. „Wij zijn bezorgd dat Rouvoets bommetje deze ontwikkeling stillegt”, zegt Groenewegen. „Ieders energie zal naar de stelselwijziging gaan.”
Centra voor Jeugd en Gezin
Medewerkers van de provinciale bureaus Jeugdzorg moeten straks overstappen naar de honderden gemeentelijke Centra voor Jeugd en Gezin. Ze krijgen andere bazen en cao’s. Gemeenten worden verplicht regionaal samen te werken, omdat ze vaak te klein zijn om hulp te bieden. Dat vergt nieuwe afstemming.
Demissionair minister Rouvoet heeft zijn plannen aan de Tweede Kamer gepresenteerd, maar het volgende kabinet kan er pas over beslissen. De grote vraag is wat er van alle plannen in het nieuwe regeerakkoord terecht zal komen.
