Balkenende: aftrek hypotheekrente breekpunt CDA
Den Haag, 21 mei. Instandhouding van de aftrekbaarheid van de hypotheekrente is volgens CDA-partijleider Jan Peter Balkenende een breekpunt in de coalitiebesprekingen. Dat bleek tijdens het debat tussen tien lijsttrekkers van politieke partijen op NOS Radio 1.
Afschaffing of versobering zou een „domme maatregel" zijn die „onheil" veroorzaakt. Balkenende daagde VVD-leider Rutte uit om hem te volgen, maar die noemde de taal van de premier „misplaatste stoerheid. Wij komen onze afspraken na. Dat ligt anders bij het CDA." Rutte nam het woord breekpunt niet in de mond, maar bediende zich wel van het adagium „handen af van de hypotheekrenteaftrek."
Volgens PvdA-leider Cohen gaat 40 procent van het totaal van hypotheekrenteaftrek „naar mensen die dat totaal niet nodig hebben." Zijn partij vindt dat de regeling „in ieder geval ter discussie gesteld moet worden". De PvdA pleit in haar programma voor geleidelijk versobering van de fiscale regeling.
Eigen risico
Cohen baarde opzien bij Rutte en Balkenende met de mededeling dat het inkomensafhankelijke eigen risico in de zorg, dat gisteren in de CPB-doorrekening van het PvdA-programma boven tafel kwam, ingeruild wordt voor een vast eigen risico van 210 euro. „Het bracht onvoldoende op," zei Cohen. Balkenende was verbijsterd over deze aanpassingen na de CPB-doorrekeningen. „U bent daar aan gehouden. Zo kan je niet regeren."
Balkenende en Rutte verweten elkaar de ouderen niet te sparen. Rutte: „Maar ik moet de heer Balkenende wel nageven, al die verschrikkelijke maatregelen voor ouderen staan keurig in het CDA-programma."
Aanval Rutte
Rutte verweet Cohen dat hij als burgemeester van Amsterdam niet achter het gezag en de politie is gaan staan. „Amsterdam is onveiliger geworden. Cohen heeft op vitale momenten niet achter het gezag gestaan en niet de maatregelen nam die je mag verwachten van een burgemeester.” Ook zou Cohen „geen vinger" uitgestoken hebben toen een gezin in de Amsterdamse Diamantbuurt werd weggepest door Marokkanen.
Cohen verweerde zich door te stellen dat hij als burgemeester op alle mogelijkheden heeft gewerkt aan de veiligheid, onder meer door het instellen van straatcoaches en het aanpakken van criminele groepen en drugsoverlast.
Ook Femke Halsema (GroenLinks), Alexander Pechtold (D66), Emile Roemer (SP), André Rouvoet (ChristenUnie), Kees van der Staay (SGP), Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) en Rita Verdonk (Trots op Nederland) traden aan in het debat. Geert Wilders (PVV) had andere verplichtingen.
