Tweestippelig lieveheersbeestje beschermt het Lange Voorhout

Door onze correspondent

Den Haag, 11 juni. Horecaondernemers kwamen met het verzoek de bomen op het Haagse Plein te kappen. En de Colombiaanse kunstenaar Botero eiste dat zijn op het Lange Voorhout geëxposeerde beelden niet langer onder de plak zouden zitten. Bladluizen maakten een paar jaar geleden aan het begin van de zomer met hun honingdauw van de Haagse terrassen een plakkerige boel.

De gemeente Den Haag zocht naar een milieuvriendelijker alternatief voor de gifspuit en kwam uit bij een natuurlijke vijand van de bladluizen, het tweestippelig lieveheersbeestje.

De gemeente heeft deze manier van bestrijding afgekeken van de glastuinbouw. Het blijkt bijzonder effectief: sinds de lieveheersbeestjes worden uitgezet (vier jaar geleden voor het eerst) zijn de terrassen in de Haagse binnenstad vrijwel geheel plakvrij. Verantwoordelijk wethouder Sander Dekker (stadsbeheer, VVD) is dan ook enthousiast. „Dit is een ecologisch verantwoorde manier die bovendien effectief is.Met chemische stoffen maak je bijvoorbeeld ook de bijen dood.” Inmiddels worden de lieveheersbeestjes op negen plekken in de stad uitgezet.

Omgevingsvriendelijk

Entomoloog Antoon Loomans onderschrijft dat de inzet van lieveheersbeestjes „omgevingsvriendelijk” is. Dat geldt volgens hem zeker voor inheemse soorten, zoals in Den Haag het geval is. Het uitzetten van uitheemse lieveheersbeestjes is dat minder. De buitenlandse soorten kunnen parasieten overbrengen en een „niet wenselijk” effect sorteren op inheemse soorten.

Het moment van uitzetten en het aantal lieveheersbeestjes dat wordt uitgezet luistert nauw. Worden te weinig of te laat lieveheersbeestjes uitgezet dan overleven te veel luizen, met als gevolg dat de terrassen toch weer onder de plak komen te zitten. „Het is een kat-en-muisspelEen natuurlijke vijand loopt altijd achter de plaag aan”, zegt Loomans.

De hoeveelheid bladluizen in Den Haag wordt nauwkeurig bijgehouden door onderzoekers uit Wageningen. Nu is het goede moment om actie te ondernemen, vertelt Leendert Koudstaal, ‘bomenexpert’ bij de gemeente. Dus ging de wethouder gistermiddag in zijn goede pak met een hoogwerker de boom in om larven uit te zetten – alleen op het Lange Voorhout al zo’n vijfduizend.

Achthonderd bladluizen

Elke larf eet dagelijks wel achthonderd bladluizen op. Dekker: „Mensen op een terras staan er waarschijnlijk niet bij stil, maar boven hun hoofd is continu een horrorfilm bezig.” Als de larven na enige weken zijn volgroeid, ontpoppen ze zich tot volwassen lieveheersbeestjes. Mét vleugels, die ze dan ook uitslaan. Elk jaar moeten dus opnieuw larven worden uitgezet. Daarvoor is een oplossing in de maak. De Universiteit Leiden zet momenteel bij wijze van proef in meerdere steden vleugelloze lieveheersbeestjes in.

De lieveheersbeestjes kunnen volgens de Haagse bomenexpert Koudstaal niet ingezet worden tegen de bastaardsatijnrups. Dat diertje, waarvan de haren jeuk, huiduitslag en irritatie aan ogen en luchtwegen veroorzaken, is de afgelopen tijd in veel duingebieden gesignaleerd. De gemeente Den Haag sprak zelfs van een „plaag”.

Gepubliceerd in:
Binnenland
Nieuwsbrief