Regels voor euthanasie verruimd
Rotterdam, 16 juni. De regels voor euthanasie in Nederland worden ruimer. Ook patiënten die niet meer goed aanspreekbaar zijn kunnen voortaan euthanasie krijgen. Dat staat in een nieuwe richtlijn van artsenorganisatie KNMG.
De regels zijn opgesteld in samenwerking met het Openbaar Ministerie. De ministers Hirsch Ballin (Justitie) en Klink (Volksgezondheid) onderschrijven de richtlijn.
Ondraaglijk lijden
Nu weigeren veel artsen euthanasie toe te passen op patiënten met een lager bewustzijn omdat ze niet kunnen vaststellen of de patiënt ondraaglijk lijdt. Volgens de huidige richtlijnen is euthanasie alleen mogelijk als een arts het eens is met de patiënt dat die uitzichtloos en ondraaglijk lijdt. Maar als die patiënt in de dagen voor de afgesproken euthanasie buiten bewustzijn raakt, kan de arts niet meer met zijn patiënt praten. Ondanks de eerdere afspraak stoppen veel artsen dan hun voorbereiding voor de euthanasie. Voortaan mag een arts deze afspraak doorzetten. De familie heeft hier geen stem in.
Sommige artsen hebben moeite de afspraak die ze met hun patiënt hebben gemaakt voor euthanasie te breken. Maar de wet stelt dat de arts „overtuigd moet zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden”. De wetgever stelt dat dit niet kan als de patiënt buiten bewustzijn is. Artsen kunnen alleen merken aan gekreun, grimassen of benauwdheid dat de patiënt lijdt.
Voor (web)abonnees is het artikel beschikbaar in de digitale
editie.
Bij bewustzijn brengen
Patiënten kunnen in een lager bewustzijn raken door toediening van medicijnen om lijden of benauwdheid te verminderen. Door de medicatie tijdelijk te verminderen, zou de arts een patiënt bij bewustzijn kunnen brengen en vragen of die nog ondraaglijke pijn heeft of zich benauwd voelt en euthanasie wil. De nieuwe richtlijn schrijft voor dat dat niet hoeft. De commissie meent „dat deze handelwijze opnieuw ondraaglijk lijden veroorzaakt en ongewenst is”.
