Een columnist mocht nooit versagen

Jan Blokker, zomer 2007.
Door onze redacteur Frits Abrahams

Amsterdam, 6 juli. Een columnist mocht nooit versagen, vond Jan Blokker, hij moest er in zijn krant altijd zijn. Hij had dan ook besloten zelf door te gaan tot hij ‘erbij neerviel’. Toen hij in 2003 ernstig ziek werd en bestralingen voor longkanker moest ondergaan, bleef hij zijn column voor de Volkskrant schrijven - tot stomme verbazing van de behandelende arts. „Ik heb een talent voor verdringing", zei hij later.

Des te navranter moet het voor hem geweest zijn toen niet een ziekte, maar een in de kern klein conflict hem in 2006 dwong afscheid te nemen van ‘zijn’ krant, de Volkskrant, waarin hij als columnist vanaf 1968 was uitgegroeid tot het satirisch-intellectuele geweten van de Nederlandse journalistiek en, in zeker opzicht, van de hele Nederlandse samenleving. Hij stapte over naar nrc.next, als columnist, en NRC Handelsblad, als boekenrecensent.

„Blokker al gelezen?"

Dat was de standaardzin waarmee lezers van de Volkskrant elkaar begroetten. Doorgaans was men het wel met hem eens, en als dat niet het geval was, viel er toch altijd wel wat te lachen. Humor, vileine humor, is steeds een sterk punt van Blokker geweest. In soepele volzinnen kon hij uithalen met een flitsende, soms herhaalde karakterisering (‘De reusachtige Nuis’, ‘meisje Maij’, ‘kereltje Pechtold’ ), die het slachtoffer nog lang zou worden nagedragen.

Vandaag in NRC Handelsblad
NRC Handelsblad zal vandaag veel aandacht besteden aan het overlijden van Jan Blokker, met onder meer een uitgebreide necrologie van Frits Abrahams.

Als hij op dreef was deelde hij in één zo’n zin drie, vier tikken tegelijk uit. „Dat Janmaat ooit lesgegeven heeft is al beschamend genoeg voor de stand van het onderwijs in Nederland – al doceerde hij dan slechts het soort handwerken dat in onze zestiger pretjaren ‘maatschappijleer’ werd gedoopt."

In deze zin zijn enkele van zijn belangrijkste bêtes noires ondergebracht: groezelig-rechts, het verwaarloosde onderwijs en de jaren zestig en zeventig die hij in een essay ook wel ‘de verknoeide jaren’ heeft genoemd.

Waar stond hij politiek precies? Links was hem liever dan rechts, maar hij had voldoende bezwaren tegen links om zijn best verkochte verzamelbundel in 1974 Ben ik eigenlijk wel links genoeg? te noemen.

Blokker, in Amsterdam-West geboren en opgegroeid, kwam uit een tolerant, liberaal nest. Zijn moeder was een Friezin, zijn vader verdiende de kost als kantoorbediende op een effectenkantoor. Religie speelde geen belangrijke rol, Blokker noemde zijn ouders ‘buitenkerkelijk remonstrants’.

Hij beschreef zichzelf in interviews vaak als een buitenstaander, niet iemand van grote vriendschappen. „Ik was niet een sociabel kind. En ik ben ook nooit een sociabel mens geworden. Ik ga nooit naar een café, bijvoorbeeld."

De oorlogsjaren waren bepalend voor zijn bewustwording. Dertien was hij toen de Tweede Wereldoorlog begon, even oud als generatiegenoot en collega-columnist H.J.A. Hofland. „Je voelde je in je eigen leven heel beschermd, terwijl je verdomd goed besefte wat er in de wereld gebeurde. Dat heeft bij ons allebei een soort scepsis doen ontstaan ten aanzien van de samenleving. Je hoort erbij en je houdt tegelijk afstand."

Blokker trouwde met Anneke Haanappel, met wie hij vier kinderen zou krijgen. Met zonen Jan en Bas schreef hij drie veelgelezen boeken over vaderlandse en bijbelse geschiedenis.

De afgelopen twintig jaar viel regelmatig, vooral onder journalisten, de klacht te horen dat „Blokker nu wel zijn beste tijd gehad heeft". Blokker haalde zijn schouders op en schreef onverdroten door in een proza dat even springlevend was als in zijn beginperiode. De wereld was misschien aan hem gewend geraakt, maar hij niet aan de wereld. Zijn thema’s waren onvermijdelijk voor een deel dezelfde, vorm en stijl bleven voor de doorsneelezer overtuigend.

De columns van Blokker gingen hoofdzakelijk over de actualiteit en hij besefte dat ze daarom snel gedateerd zouden zijn. „Over een tijdje zijn ze verloren, weg. Nee hoor, dat kan mij niets schelen. Het ligt voor de hand. Dit is wat er van mij overblijft: een mannetje van de krant."

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Binnenland