Na de ruzies en de fusies dreigt de scheuring
Nog voor de eerste uitzending is er al ruzie bij de nieuwe moslimomroep. Er dreigt een scheuring. „Heeft u wel eens met moslims gewerkt?”
Rotterdam, 9 juli. Breken met het verleden is niet makkelijk. De nieuwe moslimomroep OUMA zou een nieuwe start maken. Met nieuwe bestuurders, een nieuwe structuur en nieuwe programmamakers. En vooral zonder de ruzies die de bestuurders van de oude moslimomroepen constant uitvochten.
Nog voor de eerste uitzending dreigt de moslimomroep te scheuren. Opnieuw onenigheid.
Zendmachtiging
Het begon zo mooi. Om meer kans te maken op zendtijd was OUMA samengegaan met Stichting Moslim Omroep Nederland (SMON). Ook andere aanvragers waren samengegaan om meer kans te maken. Uiteindelijk dongen drie moslimomroepen mee naar zendmachtiging. OUMA richt zich vooral op moslims die in Nederland geboren zijn. Moslims die zich, volgens mede-oprichter Mohammed Cheppih, niet herkennen in de breuklijnen van stromingen of etniciteit. Dat hoort volgens hem bij de importislam.
Tweede Kamerlid Joop Atsma (CDA) is pessimistisch over de moslimomroep: „Het
is chaos troef. Ze zijn het in de afgelopen jaren nooit eens geworden. Ze
doen zichzelf tekort, maar hebben kansen genoeg gehad. Ik zou zeggen:
stoppen met die aparte omroepjes en bedien de doelgroepen via de NPS die
ooit in het leven is geroepen voor cultuur en minderheden.”
Ook Kamerlid Boris van der Ham (D66) wil dat de religieuze omroepen
geïntegreerd worden bij een bestaande omroep. Dat maakt ze minder kwetsbaar
voor bestuurlijke problemen. „Het probleem is dat er heel grote verschillen
zijn in interpretatie van de islam, maar ook in etnische achtergrond.”
Kamerlid Jasper van Dijk (SP) wil ook een andere constructie. Hij wil
onderzoeken of je de acht kleine omroepen met een levensbeschouwelijke
achtergrond kunt laten opgaan in één omroep, met deelredacties voor elke
religie.
SMON en OUMA kregen samen de zendmachtiging in december 2009. Ze maakten meteen afspraken: alle banden met het verleden werden verbroken. Dat betekent volgens Cheppih dat niemand die een sleutelrol had vervuld bij een van de oude islamitische omroepen, zich zou mengen in de nieuwe. Dit om nieuwe ruzies te voorkomen. Er zou een bestuursmodel komen waarbij banden met achterbanorganisaties waren verbroken. Daarnaast zouden ze verder gaan onder de naam OUMA (‘eenheid’ in het Arabisch). De oprichters wilden per se die naam, ook weer om de breuk met het verleden te markeren.
Associaties met fundamentalisme
De problemen begonnen meteen na het verkrijgen van de machtiging. De SMON wilde toch liever geen OUMA. Volgens Suudi omdat de neutrale naam associaties zou oproepen met fundamentalisme. Uiteindelijk bleef de naam.
Belangrijker bron van conflict waren de nieuwe mensen. Volgens Cheppih kwam de SMON tegen de afspraken in vooral met mensen van de oude garde op de proppen, zoals de penningmeester. Dat kon gebeuren doordat in het vijfkoppig bestuur voorzitter Suudi meestemt met de twee door SMON aangestelde bestuursleden.
Het lastigst werd het toen voormalig VARA-directeur Maurice Koopman interim-directeur werd. Koopman was tot voor kort voor 1.100 euro per dag directeur van de Stichting Verzorging Islamitische Zendtijd (SVIZ). Daarvoor verdeelde hij zendtijd en omroepgeld tussen twee omroepen: de Nederlandse Moslimomroep (NMO), die dit jaar faillissement heeft aangevraagd, en de Nederlandse Islamitische Omroep (NIO), die per 1 september stopt. Voor 1,5 werkdag per week krijgt Koopman per jaar ruim 85.000 euro. Koopman zei daarover in deze krant: „Netto hou ik maar 400 euro per dag over. Ik doe het gewoon niet voor minder. Heeft u wel eens met moslims gewerkt? Ik zit in het bestuur van twee moslimomroepen die elkaar op leven en dood bestrijden.”
Lager tarief
Volgens Suudi is de tijdelijke aanstelling van Koopman juist gunstig en krijgt hij een lager tarief dan in zijn vorige functie. „We moeten binnen twee maanden een omroep opzetten. Maurice heeft ervaring en goede contacten.”
Wat er na de breuk gebeurt, is onduidelijk. Het Commissariaat voor de Media wil overleg met beide partijen. Suudi hoopt op een oplossing, maar denkt ook dat hij zonder OUMA kan doorgaan. Hij vindt dat Cheppih de samenwerking veel te snel opzegt en met „harde bewijzen” voor zijn beschuldigingen van wanbestuur naar de Commissie Integriteit Publieke Omroep had moeten gaan. Cheppih wil alleen op zijn beslissing terugkomen als Suudi zich aan de afspraken houdt. Koopman moet dan per direct weg, evenals de anderen die uit de oude omroepen komen. Het bestuur moet worden uitgebreid en er mag geen discussie meer zijn over de naam.
