Wrevel over Suriname in kabinet-Lubbers III
Rotterdam, 24 juli. Het kabinet-Lubbers III was begin jaren negentig ernstig verdeeld over maatregelen tegen de toenmalige legerleider Desi Bouterse. Minister Van den Broek (Buitenlandse Zaken, CDA) wilde nadrukkelijkheid de mogelijkheid openhouden van militair ingrijpen ter ondersteuning van de democratisch gekozen regering, maar premier Lubbers floot hem terug.
Bouterse werd deze week gekozen tot president van Suriname.
Van den Broek zegt dat Lubbers hem destijds „met enig recht” verweet „dat ik uitspraken deed over mogelijke militaire steun aan Suriname.” De oud-minister onderstreept dat hij „meer dan de premier geneigd was daadwerkelijk iets te doen”.
Bepalende momenten in de relatie met Suriname sinds 1980:

Op Kerstavond van 1990 had Bouterse met een telefoontje president Shankar afgezet. De Amerikaanse regering verwachtte van Nederland steun voor een mogelijk militair ingrijpen om te voorkomen dat Suriname zou afglijden naar een drugsdictatuur. Minister Van den Broek had het idee geopperd een Nederlands militair detachement samen met het Surinaamse leger tot één eenheid te maken. Volgens Van den Broek gaf zijn dispuut met Lubbers „enige wrijving”.
Uit een rondgang van NRC Handelsblad blijkt ook dat nabestaanden van de Decembermoorden in 1982 aan Justitie schriftelijk verzochten Bouterse te vervolgen voor de moord op Frank Wijngaarde, het enige Nederlandse slachtoffer. Op die brief kwam nooit antwoord. De toenmalige minister van Justitie, Frits Korthals Altes (VVD), reageert laconiek. „Hadden we de West-Indische Compagnie moeten sturen? Het gaat om een daad in een soeverein buitenland. Ingrijpen zou hebben getuigd van een onverwerkt koloniaal verleden.”
Oud-minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) vindt dat Nederland door de jaren heen te weinig doortastend heeft gehandeld waardoor de in Nederland wegens drugshandel veroordeelde Bouterse „het gevoel heeft gegeven dat hij overal mee wegkwam”.
