Ritzen: staatssecretaris misleidde Kamer
Rotterdam, 28 juli. Demissionair staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) heeft de Tweede Kamer onjuist geïnformeerd over het nieuwe financieringsmodel voor het hoger onderwijs dat in 2011 ingaat. Dat zegt Jo Ritzen, voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Maastricht (UM) en voormalig minister van Onderwijs.
Zijn universiteit ontvangt vanaf 2016 structureel 10,6 miljoen minder aan onderwijsbijdrage van het Rijk. Dit bedrag wordt vanaf volgend jaar in stappen ingehouden. Een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs laat weten dat de UM „haar handtekening heeft gezet onder de rekenmethode die aan het financieringsmodel ten grondslag ligt”. Dat is niet waar, zegt Ritzen. „Het ministerie gaat hier nog een harde dobber aan krijgen. Als we er in onderling overleg niet uitkomen, stappen wij naar de rechter.We zullen dit besluit tot bij de hoogste instantie aanvechten.”
Uniforme bekostiging
Het nieuwe financieringsmodel voorziet in een uniforme bekostiging van het hoger onderwijs, voor universiteiten en hogescholen. Het merendeel van het geld zal straks verstrekt worden op basis van het aantal ingeschreven studenten. In het huidige model draait het vooral om het aantal uitgereikte diploma’s.
Voor de universiteiten levert de invoering van het nieuwe systeem de nodige praktische problemen op. Zij kampen nog steeds met de financiële gevolgen van de invoering van het bachelor-mastersysteem, vijf jaar geleden. Maastricht was één van de universiteiten die er bij de invoering van dit model goed uitsprongen.
De UM had er indertijd geen bezwaar tegen dat universiteiten die ten onrechte te weinig geld hadden gekregen daarvoor gecompenseerd zouden worden, zegt Ritzen. „Maar daarmee hebben we niet gezegd dat wij in de toekomst wel geld willen inleveren. Er is dan ook geen enkele aanleiding om ons nu te gaan korten.”
Kamer
Ritzen heeft ook verwijten aan het adres van de Tweede Kamer. „De Kamerleden zijn niet alert geweest. Wij hebben herhaaldelijk laten weten dat wij niet akkoord zijn met de nieuwe berekeningsmethode. Maar de Kamerleden van de regeringspartijen besloten dat het belangrijker was om het kabinet te volgen, dan om de zaak inhoudelijk te beoordelen.”
Als overleg met het ministerie niets oplevert, overweegt de UM naast een gang naar de rechter ook „non-gouvernementele acties”, aldus Ritzen.
